Simone Manuel onvoorspelbaar de beste

WK zwemmen

De titel op de 100 meter vrij gaat niet naar de Zweedse topfavoriete Sarah Sjöström, maar naar de Amerikaanse Simone Manuel.

Ranomi Kromowidjojo was snel op de 100 meter vrij, maar te langzaam voor het podium. Op de 50 meter vlinder haalde ze als vijfde de finale. Foto François-Xavier Marit/AFP

Zwemfinales zijn onvoorspelbaar, zeker op de 100 meter vrije slag. Niet de torenhoge favoriete Sarah Sjöström, maar de Amerikaanse Simone Manuel won vrijdag in de Duna Aréna in Boedapest goud op de honderd meter vrije slag, een fractie vóór de Zweedse.

Ranomi Kromowidjojo zwom sneller dan ze in vijf jaar had gedaan, maar tot een medaille leidde het niet. De tweevoudig olympisch kampioene van Londen (2012) werd uiteindelijk vijfde op het koninginnenummer, net als een jaar geleden op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

De pas twintigjarige Manuel, afkomstig uit Sugar Land in Texas maar studerend op Stanford University in Californië, werd in Rio al olympisch kampioen op de 100 vrij – een gouden plak die ze moest delen met de Canadese Penny Oleksiak.

Toch geldt haar wereldtitel een jaar later aan de Donau als een verrassing. Alle seinen stonden deze week op groen voor Sjöström, de Zweedse die al jaren klaar is voor een machtsgreep op het belangrijkste nummer. Op de eerste avond van de WK had ze al een weergaloos wereldrecord gezwommen, als startzwemster van het Zweedse kwartet op de estafette. Daar dook ze als eerste vrouw onder de 52 seconden: 51,71, ruim drietiende onder de oude toptijd van de Australische Cate Campbell, (52,06). Een straatlengte verschil, in een zwembadsprint.

Maar in grote finales gelden andere regels, zo blijkt telkens weer. Wereldrecords tellen niet meer. Campbell, bijvoorbeeld, kon haar favorietenrol in Rio de Janeiro niet waarmaken en ging kopje onder in de belangrijkste finale van haar leven.

Voor Sjöström betekende de tegenvaller in Boedapest al de derde achtereenvolgende zilveren medaille op WK’s langebaan, na Barcelona (2013) en Kazan (2015).

De zege van Manuel onderstreept het succes van de Amerikaanse zwemploeg in Boedapest. Een dag eerder ging het goud op de 100 vrij bij de mannen al naar haar generatiegenoot Caeleb Dressel.

Manuel werd vorig jaar de eerste Afrikaans-Amerikaanse zwemster die individueel goud won op de Spelen, nu is ze de eerste op een WK langebaan. Het had maar weinig gescheeld of ze was danseres geworden. Enkele jaren nadat ze als vierjarige met zwemmen was begonnen, wilde ze zich liever toeleggen op dansen, haar grote hobby. Maar ze hield vol, en via de First Colony Swim Team in Houston begon ze aan een gestage opmars naar de wereldtop.

Met de tijd die ze vrijdag in Boedapest zwom 52,27 seconden, behoort ze in één klap tot de allergrootsten in haar sport. Sjöström (52,31) leidde weliswaar het grootste deel van de race, maar kon haar hoge tempo niet volhouden. Ze zag de jonge Amerikaanse op de laatste meter passeren. Het brons was voor de Deense Pernille Blume (52,69).

Voor Kromowidjojo was opnieuw een bijrol weggelegd in de finale, net als in Rio de Janeiro. Maar ondanks haar vijfde plaats kwam ze vrolijk het water uit in Boedapest. Dat was geheel te danken aan haar tijd (52,78), de tweede keer in haar leven onder de 53 seconden en maar een fractie boven haar persoonlijk record uit 2012 (52,75). Na haar twee olympische titels in Londen kostte het haar de afgelopen jaren de grootste moeite om dat niveau weer te bereiken. „Shit man, ik wilde echt heel graag op het podium komen”, zei ze tegen de NOS. „Ik ben er niet eens eentiende van verwijderd. De tijd is supergoed, maar niet genoeg voor het podium. Het niveau is zo hoog. Maar ik heb genoten van de finale.”