Commentaar

Toename mobiliteit in Nederland verdient een urgente reactie

Topdrukte op de vliegvelden, het wegennet en in delen van het openbaar vervoer. Dezer dagen beginnen veel Nederlanders, en een massa andere Europeanen, aan hun vakantie. Zo start wat een verdiende periode van ontspanning moet worden, vaak met een dag vol stress - precies datgene dat de vakantiegangers nu net probeerden te vermijden. En met een beetje pech eindigt de vakantie ook zo.

Dat vakanties massaal in de zomer vallen is grotendeels onvermijdelijk: de schoolvakanties dicteren voor veel huishoudens de timing, al neemt spreiding een deel van het probleem weg. Dat in deze tijden van internet, soepele planning en grote flexibiliteit de periode van zaterdag tot zaterdag nog steeds domineert, is en blijft onhandig. Aan de vakantiegangers zal dat niet liggen. Het zijn de aanbieders die er aan vasthouden. Het plant wel zo makkelijk, en vermijdt dat de faciliteiten een dagje tussendoor leegstaan. Maar onhandig, en onwenselijk, blijft het.

In Nederland waarschuwen bestuurders van de grote steden in de Randstad dat het verkeer, of dat nu per auto of met het openbaar vervoer gebeurt, langzaam vastloopt. De vraag naar vervoer kan het aanbod steeds minder goed aan. Wegen slibben dicht, en de verwachting is dat, als er niets gebeurt, de gehele Randstad in overdrachtelijke zin over een jaar of tien verandert in één grote file.

De congestie vindt ook plaats in trein, tram, metro of light-rail. De enorme groei van het aantal reizigers, en reizigerskilometers, zorgt er voor dat er nu al sprake is van een enorme krapte. Ook dat wordt, als er niets aan gebeurt, alleen maar erger. Nieuwe faciliteiten, of dat nu wegen zijn, of railverbindingen, vergen tijd. Er moet lang van te voren worden gepland.

In zekere zin is de congestie een welvaartsverschijnsel. Al was het maar omdat een toename van de werkgelegenheid logischerwijs resulteert in een toename van de mobiliteit. Dat de krapte in onze infrastructuur de bestuurders enigszins lijkt te hebben overvallen, kan samenhangen met de al even verrassende toename van de werkgelegenheid die sinds anderhalf jaar optreedt.

Hoe dan ook, actie is geboden om te voorkomen dat Nederland, en vooral de Randstad, dichtslibt. Meer faciliteiten zijn maar een deel van het antwoord. De intensiteit van het woon-werkverkeer neemt ook toe naarmate de woningmarkt tot stilstand komt. Hoge prijzen zorgen in delen van Nederland voor het opdrogen van het aantal transacties. Het vinden van een andere baan, terwijl en niet verhuisd kan worden, is een van de oorzaken van een toename van het forensenverkeer. Ook dat is een argument voor aanpassing van het woningmarktbeleid.

De toename van het vliegverkeer hangt nauw samen met de sterk gedaalde prijzen in deze branche, die voor een deel mogelijk zijn door de fiscaal vriendelijke behandeling van deze sector. En dan wordt het zo langzamerhand wel de vraag of een vrijgezellenfeest voor een paar tientjes per persoon in Bratislava, Barcelona of Amsterdam écht wel zo’n wenselijke ontwikkeling is, zeker ook ten aanzien van het milieu.

De opkomst van internet beloofde destijds dat locatie er steeds minder toe zou doen. Werken kon immers overal – niet noodzakelijk op kantoor. Het is een van de paradoxen van de internet-revolutie dat in plaats van minder, er juist meer verplaatsing van personen lijkt plaats te vinden. Kennelijk is de menselijke behoefte aan gezelschap en direct contact onderschat.

Opgeteld zijn er tal van maatregelen nodig en wenselijk om de dreigende congestie te lijf te gaan. Van investeringen in infrastructuur tot het beter bevorderen van werk aan huis, tot het wellicht minder aantrekkelijk maken van al te frivole verplaatsingen – al zal dat laatste in Europees of internationaal verband moeten. Gezien de urgentie van het mobiliteitsprobleem mag een flinke prioriteit worden verwacht van een nieuw kabinet.