‘In elke stad moet ik opnieuw beginnen’

Spitsuur

Emmelie Koster (30) is directeur van een kunstgalerie in Amsterdam en zet in het buitenland pop-uptentoonstellingen op. „Ik kan goed onderhandelen, ik weet wat ik onderteken.”

Foto David Galjaard

Emmelie: „Toen ik na twee masters klaar was met mijn studie ben ik aan de slag gegaan bij een advocatenkantoor. Dat was een interessante baan, maar ik vond mezelf nog te jong om zo serieus bezig te zijn. Ik wilde nog even ‘spelen’, iets ludieks doen.

„Ik heb eens een pop-up-gallery georganiseerd in Hamburg en Mumbai, waar ik een semester was voor mijn studie. Dat vond ik fantastisch en daar ben ik in verder gegaan. Ik organiseer nu eens per jaar een pop-up-gallery in het buitenland. Een grote expositie met werk van lokale en internationale kunstenaars. Dat is altijd de drukste tijd van het jaar. Vermoeiend, maar fantastisch. Het is constant aanpassen, aanpassen, aanpassen. Drie maanden is heel erg kort om iets te organiseren in een stad die je niet kent. Je moet een geschikte locatie zoeken, kunstenaars vinden die nog niet erg bekend zijn en woonruimte regelen voor jezelf. Via Facebook vraag ik meestal of iemand een persoon kent bij wie ik de eerste week kan slapen. Die eerste week regel ik ook een telefoonkaart, een stagiaire, et cetera. Daarna maak ik mezelf wegwijs in de lokale cultuur, zoek ik verzamelaars op en probeer te ontdekken hoe lokale regelgeving, zoals censuur, het project beïnvloedt.

„Het is vaak een kwestie van de juiste mensen leren kennen. In elke stad moet ik opnieuw beginnen. Dat lijkt chaotisch, maar als je het negen keer hebt gedaan, ontstaat er een soort draaiboek, met variabelen per land. Ik spreek inmiddels taxi-Farsi, taxi-Chinees en taxi-Deens, want niet alle mensen met wie ik werk spreken Engels. Al verdwijnt die kennis vaak snel weer na afloop van de pop-up.”

In Nederland is kunst vooral ‘leuk’

„Behalve voor pop-up-galleries reis ik nog circa drie maanden per jaar de hele wereld rond voor lezingen, atelierbezoek of andere kunstprojecten. Ik heb inmiddels in negen landen gewerkt, waaronder Zuid-Afrika, Iran en India. Ik was van plan dit jaar mijn tiende pop-up-gallery te organiseren, in São Paulo, maar de programmering van onze nieuwe expositieruimte in Amsterdam eist nu mijn aandacht op. Hier bereiden we pop-ups voor en laten we werk zien van veelal jonge, buitenlandse kunstenaars. Ik wissel nogal eens van ruimte, ik vind het leuk om de locatie aan te passen aan de kunst in plaats van andersom. Vaak zit ik daarom anti-kraak, dat is financieel ook gunstiger. Inmiddels heb ik één vaste kracht en enkele stagiairs.

„Ik doe dit werk niet omdat ik het zo leuk vind om met kunstwerken te zeulen, maar om kunstenaars een nieuwe, grotere markt te bezorgen, zodat beperkende marktomstandigheden in eigen land minder vat op hen hebben. Doordat ze minder van één lokale markt afhankelijk zijn, groeien hun economische kansen en daarmee hun artistieke vrijheid.

„Ook in West-Europa zijn er beperkende omstandigheden voor kunstenaars. In Nederland bijvoorbeeld is er maar weinig interesse voor kunst vergeleken bij een land als Iran. Daar bezoeken veel mensen op vrijdagmiddag galeries. Er is zelfs een werkwoord voor: galerigardi, galeries bezoeken. En dan gaat het om een heel breed publiek, niet alleen om de elite. Galeries wisselen daar ook veel sneller van werk, omdat er zoveel bezoekers komen. Er wordt meer kunst gekocht dan in Nederland, ook door jongeren. In Nederland is kunst vooral ‘leuk’ maar wordt niet gezien als iets om geld mee te verdienen. Als ik in Nederland een lezing geef over kunst denkt men ook vaak dat ik dat gratis doe. Terwijl ik als advocaat voor een lezing honderden euro’s zou krijgen.”

Geen spijt van studie

„Vrije tijd heb ik niet veel, alleen op maandag ben ik vrij. Dan slaap ik uit, eet ik haring bij de visboer om de hoek en bezoek ik mijn familie. Ik verzorg mijn planten, die veel tekortkomen als ik op reis ben, en heb tijd om na te denken. Ik doe het huishouden. Mijn werk en sociale leven lopen een beetje door elkaar, veel vrienden ontmoet ik bij openingen.

„Ik verkoop kunst tijdens exposities, online, maar vooral als ik aan een beurs deelneem. Tijdens mijn reizen houd ik via een whatsapp-groep contact met kunstliefhebbers. Als ik op een beurs of in een atelier iets zie dat iets voor iemand zou kunnen zijn, post ik dat. Dan kan ik het kunstwerk kopen en meenemen of het transport regelen.”

„Dit is geen baan waar je rijk van wordt. De inkomsten zijn erg wisselend. Er zit groei in mijn bedrijf, ik maak geen verlies meer. Op een gegeven moment heb ik een knop omgezet: als ik hierin verder wil, moet ik wel gaan verdienen. Want het voelde wel eens raar: twee masters gedaan, cum laude afgestudeerd, maar elk dubbeltje moeten omdraaien. Maar als ik dan weer dacht aan het advocatenbestaan, wist ik: nee, ik wil híér mee door.

„Toch heb ik absoluut geen spijt van mijn studie. Ik kan goed onderhandelen, ik weet wat ik onderteken en doe het zakelijk management voor een aantal kunstenaars. Rechten is nog steeds een passie, alleen is kunst een grotere passie. Natuurlijk heeft dit bestaan ook nadelen, maar het grootste nadeel is meteen het grootste voordeel: ik ben veel in het buitenland.”