Commentaar

Generalisaties van geslachten zijn vrijwel altijd onjuist

Van de goedbedoelde SIRE-campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ valt in ieder geval te betreuren dat die zich tot jongens en hun ouders beperkt. Deze week stak over deze ideële reclamecampagne in de publieke opinie een boeiend zomerstormpje op waarin ideologie, biologie en persoonlijke ervaring om de voorrang streden met ontwikkelingspsychologie en pedagogie.

Een pleidooi om jonge kinderen meer te laten ravotten, meer zelf te laten ontdekken en meer vrije ruimte te bieden is op zichzelf voor meisjes even relevant als voor jongens. Kinderen groeien tegenwoordig op in een steeds kleinere, gesurveilleerde omgeving, waarin problemen en risico’s zo veel mogelijk uit het zicht worden gehouden. Dat heeft nadelen voor hun ontwikkeling, zowel van jongens als meisjes. In de stevig georganiseerde ‘bubbel’ van ‘school, thuis, sport en spel’ valt fysiek nauwelijks meer te ravotten. Die vrije ruimte wordt nu vooral online gevonden en benut.

Wetenschappelijk is aangetoond dat de verschillen tussen jongens en meisjes onderling groter zijn dan de verschillen tussen de geslachten. Feitelijk is iedere grove generalisatie over eigenschappen van geslachten – meisjes zijn meer ‘dit’ en jongens meer ‘dat’- daardoor onjuist. Tegenover ieder ravottend meisje is een dromerig jongetje te plaatsen, en vice versa.

Maar het is wel goed om aandacht voor jongens te vragen. Dat daarbij maatschappelijk vooral met jongetjes geassocieerd ‘stoer’ gedrag in beeld wordt gebracht, moet op de koop toe worden genomen. Wie zich daaraan al te ostentatief stoort en het filmpje van de weeromstuit als meisjes- en dus vrouwonvriendelijk beoordeelt, neemt dit te serieus en trapt in de val politiek correcte normen op te willen leggen. Vergeet niet: hier is de reclamebranche aan het woord, waar stereotypen nu eenmaal de voertaal vormen. Niet de overheid of de wetenschap.

De campagne kan daardoor echter wel z’n doel voorbijschieten. Het is namelijk de vraag of ‘ravotten’ wel de oplossing is. De schoolresultaten van jongens hebben een licht dalende trend. Bij gelijk IQ krijgen jongens gemiddeld een lager schooladvies. Jongens krijgen in de klas drie keer zo vaak op hun kop voor kletsen als meisjes. Meer jongens dan meisjes verlaten school zonder bruikbaar diploma. In het onderwijs is sprake van ‘verjuffing’– de mannelijke basisschoolleerkracht is op de terugtocht.

Is er voor jongetjes dus een tekort aan mannelijke rolmodellen? En maakt dat dan wat uit? Is er een verband tussen pakweg het verminderen van gymlessen als fysieke uitlaatklep voor jongens en gebrek aan focus- of concentratievermogen? Het zijn populaire hypothesen die makkelijk aansluiten bij particuliere ervaringen – over vooral de jongens die ‘uitgelaten’ moeten worden. ‘Ga maar rennen’, waarna ze gezeglijker zouden terugkeren.

De wetenschap biedt hier alleen nog voorzichtig houvast. Negatieve effecten op jongensprestaties van vrouwengedomineerd onderwijs zijn nergens bewezen. Hooguit ontwikkelen jongens en meisjes zich in een ander tempo. Ook staat vast dat kinderen gevoelig zijn voor gedrag dat wordt aangemoedigd – en dan komen de stereotypen weer om de hoek. School en opvoeders produceren zo het jongens- en meisjesgedrag dat ze zelf, al dan niet bewust wenselijk vinden. Een biologische component in gedrag is ook niet uitgesloten. Waarmee we dus weer terug bij af zijn – nature of nurture zijn moeilijk uiteen te rafelen. Maar dat de jongetjes op school op een of andere manier opgekrikt moeten worden, daarin heeft SIRE gelijk.