Polen: van bondgenoot tot zorgenkind

Polen

Jarenlang waren zij bondgenoten, maar nu liggen Polen en Brussel op ramkoers. Drie experts die een bijdrage leverden aan de hervorming van de Poolse rechtspraak, verklaren de huidige crisis.

Demonstranten voor het kantoor van politicus Jaroslaw Kaczynski. Ze houden borden vast waarop George Soros, Donald Tusk en Frans Timmermans staan. Foto Czarek Sokolowski/AP

„Wij bemoeien ons met de situatie in Polen omdat de onafhankelijkheid van de rechtspraak een zaak is van de hele EU.” Aan de telefoon is Kees Sterk, vicevoorzitter van de Nederlandse Raad voor de rechtspraak. Op de achtergrond klinken krekels. Ondanks zijn vakantie onderhoudt Sterk intensief contact met zijn Poolse collega’s over de politieke crisis in het land.

Sinds de Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) drie omstreden wetten wilde invoeren die korte metten dreigden te maken met de onafhankelijkheid van de rechtspraak, ligt de partij op ramkoers met de oppositie, een deel van de bevolking, en met de Europese Commissie. Ook de Poolse rechters maken zich zorgen. „Het is echt heel spannend voor ze, straks hebben ze misschien geen baan meer”, vertelt Sterk. „Wij willen onze collega’s graag moreel steunen.”

Sterk is een van de deskundigen die bijdroeg aan de versterking van de Poolse rechtspraak. Hij kreeg afgelopen april zelfs een prijs voor zijn werk van de Poolse Raad voor de rechtspraak. Sterk bracht vanaf 2016 verschillende bezoeken aan Polen, waarbij de toenemende controle van regeringspartij PiS over de rechtspraak ook ter sprake kwam. Sterk: „Ik heb het zelf meegemaakt, dat er tijdens een gesprek een telefoontje kwam van de regering dat ze een nieuwe wet hadden bedacht. Rechters kregen dan twee dagen de tijd om met een reactie te komen. Er is totaal geen dialoog, in Nederland is zoiets echt ongehoord.”

Dat Brussel zich druk maakt over de situatie is volgens Sterk volstrekt logisch. „Wij bevinden ons in dezelfde Europese rechtsorde, dat wil zeggen dat een Nederlandse en Poolse rechter Europese wetten op dezelfde manier dienen te interpreteren en uit te voeren.” Daarbij hebben lidstaten wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht betreft een minimumgrens afgesproken waar iedereen zich aan dient te houden.

Ondanks de storm van kritiek die PiS met haar wetswijzigingen uitlokte – tienduizenden Polen gingen de straat op, Brussel dreigde met harde sancties – lijkt zij vooralsnog niet van plan in te binden. En hoewel PiS-president Andrzej Duda afgelopen week vriend en vijand verraste door twee van de drie wetten terug te trekken voor herziening, blijft de toon uit Warschau ongemeen hard. „Polen zal niet buigen voor de druk van de straat en van het buitenland”, zei premier Beata Szydlo afgelopen maandag. De Poolse minister van Justitie Ziobro noemde Eurocommissaris Frans Timmermans „arrogant en onbeschaamd”. PiS-parlementariërs beschuldigden Brussel ervan „voor God te spelen” en betichtten Brussel van ‘Brezjnjevisme’.

Tienduizenden Polen gingen de straat op tegen omstreden juridische hervormingen. De druk op president Duda neemt toe, terwijl Hongarije Warschau juist steun beloofde.

En dat terwijl Polen jarenlang gold als schoolvoorbeeld van succesvolle Europese integratie. Brussel investeerde en Warschau hervormde. Een proces dat niet altijd vlekkeloos verliep, maar waarvan de nettowinst voor beide partijen onbetwist leek.

Van die eensgezindheid is weinig meer over. De Europese bemoeienis stuitte in Polen de laatste jaren op steeds meer weerstand. Weerstand die in 2015 culmineerde in een politieke aardbeving, toen de rechts-conservatieve PiS-partij onder leiding van haar machtige voorman Jaroslaw Kaczsynski een klinkende overwinning behaalde. Het aantreden van PiS was niet alleen een ruk naar rechts, zo waarschuwde de Poolse historicus Adam Zamoyski indertijd, maar een terugkeer naar de communistische cultuur: „De PiS is vijandig tegenover markteconomie, ziet zakenmensen als speculanten en gelooft dat de overheid alles moet controleren.” Het is paradoxaal: PiS bestrijdt het communistisch kwaad met dezelfde middelen als de communisten: controle over rechtspraak, politiek en media.

Hoe kon het zo ver komen?

Polen en de EU botsen over de Poolse rechtsstaat. Is Polen nog een rechtsstaat? Die vraag beantwoorden redacteuren Eva Cukier en Wilmer Heck in dit stuk.

Kritische kanttekeningen

Net als Sterk volgt Paul Broekhoven de situatie in Polen met belangstelling. Tussen 2001 en 2002 leidde de inmiddels gepensioneerde rechter in opdracht van de Europese Commissie enkele missies om de voortgang van de juridische hervormingen te onderzoeken. Het resulteerde in een 650 pagina’s tellend rapport dat kritische kanttekeningen plaatste bij de situatie in Polen en andere kandidaat-lidstaten: staatsbedrijven die politici financieren, politici die het openbaar ministerie onder druk zetten. En: „De mogelijkheid dat individuele strafzaken politiek beïnvloed worden, is niet denkbeeldig.”

In zijn woonplaats Bleiswijk pakt Broekhoven het vuistdikke rapport er nog eens bij. „Het ging in Polen allemaal niet van harte”, herinnert hij zich. „Wij werden gezien als pottenkijkers die daar even kwamen vertellen over onafhankelijke rechtspraak.” Broekhoven bespeurde een zekere argwaan. „Politici wisten wel dat het moest, maar zaten niet op de eerste rij om het goed te regelen.”

In de vijf landen die hij bezocht, werd Broekhoven telkens anders ontvangen. De trotse Polen hadden hun land in de twintigste eeuw twee keer van de kaart zien verdwijnen. Broekhoven: „Dat vertaalde zich in een extra felle houding ten opzichte van de EU.” In andere landen ging het gemakkelijker. „Slowakije en Tsjechië hadden hun eigen situatie en Slovenië, ach dat was zo schattig, zulke aardige mensen!” Hij glimlacht. „Ze wilden zo graag, maar ze wisten gewoon niet hoe ze het moesten aanpakken.”

Over de motivatie om toe te treden had Broekhoven geen illusies: „Die werd niet ingegeven door het verlangen naar een nettere rechtspraak. Ze wilden er gewoon beter van worden.”

Ondanks de bezwaren werd de toetreding toch doorgezet. Niet iedereen in Brussel vond dat een verstandige beslissing. Waarom werd het proces indertijd niet vertraagd? Broekhoven: „Er was een algemeen verlangen om de Europese Unie zoveel mogelijk uit te breiden richting Rusland. Dat was het politieke doel, die beslissing was allang genomen. Als je honderden jaren gewend bent iets op een bepaalde manier te doen, dan verander je dat niet zomaar.”

Het rapport werd geheimgehouden, gesprekken met de media door de Europese Commissie werden indertijd ontmoedigd. Maar Broekhoven relativeert ook: „Laten we wel wezen, het was a hell of a job.”

Paul Meijknecht was tussen 1999 en 2004 in Polen adviseur namens het Nederlandse ministerie van Justitie, waar hij bijdroeg aan de modernisering van het burgerlijk wetboek van Polen. Hij meent dat de Europese rechtspraktijk, ondanks de intensieve hervormingen, nog onvoldoende is geïnternaliseerd. „De twintig, vijfentwintig jaar die Polen heeft gehad is echt veel te kort geweest.” Hij wijst naar Nederland, waar de basis voor de huidige parlementaire democratie anderhalve eeuw geleden werd gelegd. „Dat proces gaat bij ons nog altijd door.”

Populistische maatregelen zoals de PiS die neemt, zijn populair, zoals een verhoging van de kinderbijslag.

Meijknecht noemt de toetreding van toen een „riskante zaak”.

Gewone burgers zouden te weinig hebben kunnen profiteren van de macro-economische hervormingen die onder druk van Brussel werden doorgevoerd. Daardoor merken de armere delen van het Poolse platteland weinig van het succes van Europa. „Het land ligt vol prachtige, door Europa gesubsidieerde autowegen, maar wat hebben zij daar aan? De mensen die zich vergeten voelen zeggen: ‘Het gaat om óns. Wij willen een normaal leven en Brussel kan ophoepelen!’”

Die houding lijkt niet helemaal terecht. Sinds de omwenteling is het bbp verzevenvoudigd, de werkloosheid daalde naar het laagste niveau in 26 jaar, zo werd deze week bekend. Maar hoewel de arme Polen het beter hebben gekregen, zijn anderen nóg rijker geworden. Niet alleen in eigen land, maar ook internationaal is het referentiekader verbreed. Polen vergelijken hun situatie nu met die in de rijkere lidstaten en vragen zich af waarom zij minder verdienen dan Duitsers, Nederlanders of Britten. De Poolse regeringspartij voedt die gevoelens van achterdocht: er is een complot, de elites steken het geld in eigen zak.

Populistische maatregelen zoals de PiS die neemt, zijn populair, zoals een verhoging van de kinderbijslag. Meijknecht: „Met vier kinderen verdien je nu bijna een maandsalaris.” Ook op andere dossiers, zoals de opvang van vluchtelingen en persvrijheid, vaart Polen een eigen koers en wordt Brussel als bemoeial gezien.

De vraag is volgens Meijknecht wat de jongere generatie gaat doen. „Zij hebben geen eigen herinnering aan het communisme. Het belang van machtenscheiding zegt ze niets. Ze weten niet wat er kan gebeuren als die beginselen aan de kant worden geschoven.” In het gunstigste geval is de huidige terugval van korte duur, denkt Meijknecht, maar het kan net zo goed nog jaren duren.

Het Europarlement is diep bezorgd over de democratie in Polen. Lees daarover: Polen holt zijn democratie uit, wat kan de EU doen?

Wrede confrontaties

Kees Sterk vindt niet dat de hervormingen eind jaren negentig overhaast zijn doorgevoerd. Hij is vol lof over de Poolse rechtspraak en hoe die de afgelopen jaren heeft gefunctioneerd. „Polen heeft een uitstekende grondwet en een rechterlijke macht waar de invloed van de regering zich nauwelijks doet gelden. Heel anders dan in bijvoorbeeld Bulgarije.”

Sterk beaamt dat er een politiek probleem is, versterkt door verdeeldheid en de machtshonger van Kaczynski. De ervaring uit diens eerste regeringsperiode, toen rechters een aantal ongrondwettelijke hervormingen torpedeerden, zou verklaren dat hij nu op wraak zint. Ook het feit dat zijn rivaal, oud-premier en eurofiel Donald Tusk, in Brussel succes heeft, helpt niet mee.

Sterk maakt korte metten met de argumenten van PiS over de noodzaak van de omstreden wetten. Volgens de PiS zou de Poolse rechtspraak gedomineerd worden door communistische rechters die slechts hun eigen belangen dienen. Sterk: „Als twee appels van de boom rot zijn, dan moet je die eruit halen, de rest laat je zitten.”

Weet president Duda zijn rug recht te houden en een dialoog op gang te brengen met de rechterlijke macht?

Het in Poolse regeringskringen populaire argument dat in Nederland rechters óók door de politiek worden benoemd, doet hij af als onzin. „Er zijn in Nederland geen politieke benoemingen, de Nederlandse rechter is onafhankelijk en onpartijdig. De selectie van rechters gebeurt door rechters zelf, door de hoven en door de Hoge Raad. De koning en de minister zetten hun handtekening om het proces administratief af te handelen.”

Dat Kaczysnki en zijn aanhangers zo weinig openstaan voor tegenargumenten doet bij Sterk het vermoeden rijzen dat er meer aan de hand is. „Het gaat puur om de macht. Die indruk wordt bij mij versterkt door beelden van debatten waarin Kaczynski tekeergaat en de oppositie verraders noemt.”

Hoe zal Polen verder gaan? Weet president Duda zijn rug recht te houden en een dialoog op gang te brengen met de rechterlijke macht? Of zwicht hij voor de druk van zijn partij? Moeilijk te voorspellen, menen Sterk, Meijknecht en Broekhoven. Het burgerprotest van de laatste dagen stemt hen positief. Maar, zo benadrukt Sterk: „Er is nog heel veel te verliezen.”