Recensie

Opwinding, maar ook onterecht boegeroep

Kamermuziek Violist Liza Ferschtman zoekt op de 21ste editie van het Kamermuziekfestival in Delft naar de waarheid. Op de openingsavond leidde dat tot fascinerende experimenten.

Liza Ferschtman en haar strijksextet tijdens Beethoven's Vijfde Symfonie. Foto Ronald Knapp

Festivalthema’s zijn zelden concreet: hoe zouden ze ook kunnen? Ook het Kamermuziekfestival in Delft, het elfde onder artistieke leiding van violiste Liza Ferschtman, heeft dit jaar een thema met lange armen. Wat is waarheid? En vooral: wat is waarheid in abstracte muziek, als woorden zwijgen? Het thema wordt in twintig concerten van alle kanten benaderd, door een opvallend sterke line up van musici – van klavecinist Mahan Esfahani tot fluitist Erik Bosgraaf en vocaal ensemble Graindelavoix.

Eén waarheid openbaarde zich donderdag op de openingsavond meteen: de achterban van het festival komt primair voor klassieke kamermuziek, waardoor een fascinerende uitvoering van Reichs Drumming part 1 op vier sets bongo’s werd onthaald op boegeroep. Het getuigde van een merkwaardig gebrek aan avonturenzin, want Reich schudt met zijn ritmische faseverschuivingen de linkerhersenhelft effectief wakker. Je wilt snappen wat je hoort, maar daarvoor is de polyritmiek veel te complex (en toch blijf je het proberen).

Meer lof van het publiek was er voor de set Schubertliederen door de fantasievol spelende pianist Roger Braun en liedveteraan Robert Holl (bas). Van Holl kun je nauwelijks nog zeggen dat hij Schubert ‘zingt’. Hij ademt Schubert; kent elke muzikale microwending en heeft elk woord honderden keren overwogen. Die soevereine materiaalbeheersing gaf zijn uitvoeringen iets verheffends en ontroerends, omdat je voelde hoe diep alles gekend en gemeend was.

John Cages vermaarde stilte-experiment 4’33 was daarna een nieuw waarheidszoekend uitstapje naar de twintigste eeuw – dit keer verstoord door smartphones (zoals iemand die zat te scrollen door het Canta-aanbod op Marktplaats) en borrelende magen – waarschijnlijk minder muizisch dan Cage voor oren stond. Maar met Beethovens Vijfde symfonie in bewerking voor strijksextet keerden Ferschtman en haar vijf collega-strijkers terug naar de festival-corebusiness, en ze deden dat geweldig en aanstekelijk.

Je zou denken dat van Beethovens majestueuze vernieuwingsdrift een schim overblijft wanneer je een orkest uitdunt tot zes strijkers, maar de röntgenachtige uitbening fascineerde slechts.

Daarbij hielp het dat met name de twee violisten (Ferschtman en Malin Broman) en bassist Rick Stotijn speelden op leven en dood, waardoor de openingsakkoorden omineus bonkten en de spannende opwinding van het origineel wonderlijk genoeg behouden bleef.