Kleine groep biomedici in de VS krijgt steeds meer geld

De best bedeelde 10 procent biomedische onderzoekers in de Verenigde Staten is tussen 1985 en 2010 steeds rijker geworden. Ze kregen een groeiend deel van de subsidies van het National Health Institute (NIH), de belangrijkste financier van biomedisch onderzoek in de VS. Na 2010 is de trend iets gekeerd. Dat blijkt uit een analyse van twee onderzoekers van Harvard University over de periode 1985-2015.

In veel landen, ook in Nederland, zijn er al jaren zorgen over groeiende ongelijkheid in de verdeling van onderzoeksubsidies als gevolg van te beperkte beoordelingscriteria. Maar onderzoek is er nauwelijks naar gedaan.

Getty Images

De twee Harvard-onderzoekers, Yarden Katz en Ulrich Matter, verklaren de toegenomen ongelijkheid vanuit de neo-liberale ideologie die in de jaren 90 in de hele samenleving kwam opzetten en meer nadruk legde op marktwerking en concurrentie. Prestaties werden gemeten in termen van output. In geval van wetenschappelijk onderzoek waren dat publicaties, citaties en patenten. Dat heeft gevolgen gehad, laten Katz en Matter zien. Degenen die al veel subsidie krijgen, kunnen meer onderzoek doen en publiceren meer. Ze publiceren ook makkelijker in hoger aangeschreven tijdschriften, en ze hebben geld om patenten aan te vragen. En krijgen op basis daarvan weer meer onderzoeksaanvragen gehonoreerd. Het is een zichzelf versterkend effect.

Uit de analyse blijkt dat de top 10 procent van alle principal investigators (groepsleiders) in 1985 30 procent van alle NIH-subsidies ontving. In 2010 was dat opgelopen tot 40 procent. In 2015 was het weer gedaald naar zo’n 37 procent. Voor de slechts bedeelde 40 procent bedroeg het aandeel voor die drie jaartallen respectievelijk 16, 11 en 12 procent. Of de NIH in 2010 iets heeft veranderd aan de criteria voor financiering, is niet duidelijk.

Aantal publicaties

De Harvard-onderzoekers toonden een verband (maar geen oorzaak-gevolg relatie) aan tussen de mate van financiering en publicaties. Beter bedeelde onderzoekers publiceerden meer, en hun artikelen werden vaker door anderen aangehaald. Zat een onderzoeker eenmaal in de top 10 procent van best bedeelde onderzoekers, dan had hij grote kans daar te blijven. Het financieringsysteem beperkt de mobiliteit, concluderen Katz en Matter. Datzelfde geldt ook voor de diversiteit, want van een aantal toppers onder de biomedische organisaties is bekend dat ze vooral mannen aannemen.

Pogingen van NIH om dit jaar een plafond te stellen aan de hoeveelheid financiering die een onderzoeker kan ontvangen, zijn na sterke kritiek van een aantal elite biomedische instituten gestaakt. In Nederland heeft wetenschapsfinancier NWO aangekondigd later dit jaar met voorstellen te komen om het huidige subsidiesysteem aan te passen.

Getty Images