Cultuur

Interview

Interview

Foto Franck Ferville / Agence VU/HH

‘Niemand doet nog zijn best’

Amélie Nothomb Ze schreef een sprookje, verwant aan La belle et la bête, maar dan ‘eerlijker’. Een gesprek over vogels, schoonheid, domheid, het nut van kunst. „Wat me heeft geholpen in mijn leven is datgene waarvan men zegt dat het nergens goed voor is.”

Donkere, intelligente ogen, een felle blik, geciseleerde antwoorden waarin je de komma hoort. Om haar heen, in haar kamer bij uitgeverij Albin Michel in Parijs, liggen de boeken metershoog opgestapeld. Haar bureau ligt vol lezersbrieven, allemaal met de hand geschreven. Aan een computer doet ze niet. „Ik ben een fossiel,” zegt Amélie Nothomb, „ik deel mijn leven met iemand die er een heeft, maar ik wil er niets mee te maken hebben. Wat ik hoor van mensen die dingen op Facebook zetten! De verontwaardiging als iemand hun status niet heeft geliked, idioot, het lijken wel kinderen!”

De kinderen uit het universum van sterauteur Amélie Nothomb houden van sprookjes. Onlangs verscheen Riket met de kuif, de vertaling van haar interpretatie van het sprookje van de 17de-eeuwse schrijver Charles Perrault: een oerlelijke prins wordt verliefd op een beeldschone, maar ogenschijnlijk domme prinses. Het is een verhaal met veel lagen en een happy end, waar Nothomb haar eigen, hedendaagse draai aan geeft.

Het is niet de eerste keer dat u een sprookje herschrijft, waarin schuilt voor u de aantrekkingskracht?

„Sprookjes zijn onderdeel van onze cultuur, ook als je er niet mee bent opgegroeid ken je ze. Ze brengen je terug naar je kindertijd. Zelfs als je een vreselijke jeugd hebt gehad voel je er iets moois, iets mythisch bij. Ze vertellen ook altijd een vreselijk verhaal, heel actueel. Sprookjes leren ons dat het leven afschuwelijk is, dat we misdadigers en monsters zullen tegenkomen. Maar het wordt ons verteld met een glimlach. Monsters zullen onze paden kruisen, maar dat zal geweldig zijn. Als het meezit redden we het. Ik ken geen andere literaire voorbeelden uit de wereldliteratuur waarin zulke verschrikkelijke, onherstelbare dingen gebeuren. Sprookjes liegen ons niet voor, daarom zijn ze onsterfelijk.”

Wat maakt ‘Riket met de kuif’ voor u zo bijzonder?

„Het is niet zo bekend en is de geciviliseerde versie van La belle et la bête, dat een amusant maar onbevredigend einde heeft: la belle wordt verliefd op la bête, geeft hem een kus, waarna hij verandert in een charmante prins. Dat vind ik oneerlijk, want in het echte leven gebeurt dat niet. Het is ook niet eerlijk ten opzichte van de mooie jonge vrouw: misschien wilde ze juist wél een monster, vond ze dat interessant, wat moet ze dan met zo’n prins?

„In Riket met de kuif is de situatie eerlijker: de prinses wilde een lelijkerd en die blijft dat ook. Perrault beschrijft op de laatste bladzijden hoe de mismaaktheid van Riket met de kuif in de ogen van de verliefde prinses juist zijn charme uitmaakt. Dat is waar, er is iets dat het wonder van de liefde heet, en dat je in staat stelt de gebreken van de ander juist geweldig te vinden.”

De intelligentie van vandaag is een intelligentie die los staat van de ander

Schoonheid bestaat alleen in de ogen van de kijker, luidt vaak de moraal van ’Riket met de kuif’. Kun je uit de sprookjes van Perrault een algemene moraal destilleren?

„Wat Perrault ons laat zien, is dat je je met ‘esprit’, die onvertaalbare Franse deugd bij uitstek – uit het verleden, moet ik daarbij zeggen – uit alle situaties kunt redden. Wat je ook tegenkomt, wat het obstakel ook is, als je blijk geeft van ‘esprit’, dan kom je eruit.”

Uw boek is ook een radiografie van onze tijd. U stelt het begrip intelligentie tegenover gevoel voor de medemens.

„De intelligentie van vandaag is een intelligentie die los staat van de ander, het is een intelligentie die je in quotiënten kunt vangen. Ik hecht waarde aan ‘le sens de l’autre’, een vorm van intelligentie die zich uit in een groot gevoel voor taal, een eigenschap die je in staat stelt de ander te beschouwen als iemand die een unieke taal spreekt. Maar dat waardeert men tegenwoordig niet erg.”

Het is een van de sleutelbegrippen in uw boek. Is empathie wat we het meest missen tegenwoordig?

„We leven in dubbelzinnige tijden. Enerzijds is er een discours van misprijzende eenduidigheid: er is één stem, één taal, en wie niet precies die taal spreekt wordt vernederd en uitgesloten. Onder jongeren hoort iedereen die maar een beetje anders is er niet bij. Anderzijds hebben we nog nooit zo gepleit voor verschil en diversiteit als nu. Dat is absurd. Men zegt tegen je dat het geweldig is om anders te zijn, maar als je maar iets zegt dat afwijkt van de norm krijg je de wind van voren. De incoherentie van die parallelle systemen schept enorm onbegrip en dito geweld.”

In uw sprookje wordt de mismaakte belachelijk gemaakt door zijn leeftijdgenoten. Zijn moeder heeft niet door wat hij op school meemaakt, ze troost hem niet, waardoor hij gedwongen wordt zelf een modus vivendi te vinden. Is dat een vorm van een antwoord?

„Zo is het: als je ontkent dat iets moeilijk is, doe je iemand onrecht. Ik krijg veel brieven van mensen die schrijver willen worden en vragen hoe ze dat moeten aanpakken. Het vergt jaren van lezen, schrijven, hard werken, antwoord ik dan, en zelfs dan kan het mislukken. Vaak krijg ik als reactie dat ze al wel twee teksten hebben geschreven! We leven in een tijd waarin moeite doen, je best doen, niet meer hoog in het vaandel staat. Volwassenen maken jongeren wijs dat niets moeilijk is, niets een inspanning vergt, dat ze alles kunnen. Tegenwoordig noemt men dat elitisme, terwijl er juist niets elitairs aan is! Iedereen moet enorm zijn best doen, juist daarin zijn we allemaal gelijk!”

Uw ongelukkige prins en prinses zoeken naar mogelijkheden om te ontsnappen aan hun lot. De eerste vindt dat in de wereld van de vogels, waar komt die passie vandaan?

„Ik heb die hartstocht opgelopen toen ik elf was. Ik was teleurgesteld in een vriendschap – op die leeftijd heeft die veel weg van een huwelijk –, ik walgde van de wereld. In plaats van weg te zakken en naar beneden te kijken, keek ik omhoog. Ik zag er levende wezens, dat was een openbaring, het heeft mijn leven gered. Als tiener heb ik met hart en ziel vogels geobserveerd. Het is een diersoort die voor de hemel heeft gekozen, die koos voor echte vrijheid, die risico durfde te nemen. Risico – nog zo’n woord dat vandaag niet meer bestaat: niemand wil het minste risico lopen. Zelfs verliefd worden is al gevaarlijk, je zou wel eens kunnen lijden!”

Uw hoofdpersoon wordt ornitholoog, iemand die vogels observeert en ‘andere manieren van leven wil laten zien’.

„Tegenwoordig moet alles ergens toe dienen. Dat is een van de redenen waarom we steeds dommer worden. Wat me echt heeft geholpen in mijn leven is precies datgene waarvan men zegt dat het nergens goed voor is. Ik ben schrijver geworden dankzij negen uur Grieks en zes uur Latijn per week. Ik heb de syntaxis en de grammatica perfect geleerd. Dat wordt nu nog nauwelijks onderwezen, men vindt het te moeilijk. Dat zie ik goed terug in al die brieven. De oude Grieken waren in staat briljante ideeën uit te drukken in heldere taal. Tacitus bijvoorbeeld vindt men tegenwoordig vervelend en bars. Dat vind ik helemaal niet, hij schreef kernachtige zinnen, je krijgt er koude rillingen van. Geen tirannie die zulke zinnen overleeft!”

Uw boek draait ook om kunst en schoonheid. ‘Alleen een beperkte geest als die van de mens kan een theorie bedenken als die van l’art pour l’art, schrijft.

„In de natuur bestaat dat begrip niet. Kunst en nut – je moet een mens zijn om die binaire noties naast elkaar te zetten. L’art pour l’art is net zo onzinnig als het idee dat kunst nuttig moet zijn. Niemand weet waar schoonheid toe dient, maar het is le souverain bien, het hoogste goed. Schoonheid maakt gelukkig. Als je die waarneemt, vraag je je niet af waar ze toe dient. De oude Grieken waren radicaler, maakten geen onderscheid tussen schoonheid en goedheid, het schone was per definitie goed.”

Met de huidige criteria van schoonheid heeft dat niets te maken, benadrukt Nothomb: het mooi zijn van nu is de schoonheid van de mannequin, wie een knap uiterlijk heeft kan er zijn brood mee verdienen. „In wezen wordt vandaag de dag schoonheid gehaat, kijk naar het lot van echt mooie vrouwen, een flink aantal heeft zelfmoord gepleegd.”

De personages van Nothomb leven in een harde wereld, vol onrecht, domheid, verraad en jaloezie, een wereld waarin vriendschap teleurstelt. Nothomb: „Ja, dat is de wereld die ik om me heen zie. Vooral ook zie ik een tijd waarin geen rekening gehouden wordt met wat het interessantst is: de tijd. Er zijn dagen, weken, zelfs jaren waarin de ander misschien niet zo interessant is. Maar met het verstrijken van de tijd wordt hij dat wel. Ik houd het meest van mensen die mij, als ik ze na een tijdje terugzie, niet hun nieuwe vrouw voorstellen, hun nieuwe huis laten zien of vertellen over hun nieuwe beroep. De interessantste mensen zijn degenen die blijk geven van volharding en vastberadenheid. Dat is het mysterie van de tijd. ‘Le temps, ce grand sculpteur’, zei Marguerite Yourcenar, ‘de tijd, die grote beeldhouwer’. En dat is waar, laten we de tijd de kans geven ons te vormen.”