Opinie

Mijn bestaan roept ook vragen over uw wezen op

Wat is nog man, wat is vrouw en in hoeverre kan een mens zich tussen beide binaire polen bewegen? over de kritiek op de Amsterdamse taalgids.

Daar waar de rijksoverheid het af laat weten, werpt de hoofdstad zich wederom op als moreel kompas. In dit geval met een taalgids voor ambtenaren voorzien van genderneutrale suggesties. ‘Geachte dames en heren’ wordt bijvoorbeeld ‘geachte Amsterdammers’. De gids geeft ook aan dat de tweedeling hetero/homo geen recht doet aan de diversiteit. Daarom LHBIT: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, interseksueel en transgender-persoon. Wat mij betreft ontbreken er nog wat letters. Nog een voorbeeld uit de gids: het kind is niet meer ‘geboren als meisje’, maar ‘bij de geboorte gezien als meisje’.

Vooral dat laatste schoot veel Nederlanders (en Amsterdammers) in het verkeerde keelgat. Naast de ergernis over deze zogeheten bevoogding, wordt vooral het argument gebruikt dat we niet de hele taal kunnen aanpassen omdat een paar mensen nu eenmaal ‘zo’ zouden zijn. Wat Amsterdam echter doet is woorden geven aan ontwikkelingen en personen die in de Nederlandse taal maar niet mogen bestaan. Hiermee wordt ruimte gegeven aan de mens (en het pasgeboren kind) om tot volledige zelfontplooiing te komen.

Lees ook de tegenovergestelde opinie van Maxim Februari: LHBTQI: een hutsekluts van hippe onzin

Het gaat niet om een kleine groep. Uit recent Amerikaans onderzoek van de J. Walter Thompson Innovation Group blijkt dat slechts 65 procent van de millennials (21-34 jaar) zich als uitsluitend heteroseksueel bestempelt. Onder de z-generatie (13-20 jaar) definieert de meerderheid zich niet als heteroseksueel. 48 procent van de Amerikaanse tieners definieert zichzelf nog als uitsluitend heteroseksueel. Daarmee is de meerderheid van de Amerikaanse kinderen nu officieel queer (gender en/of seksueel fluïde). Er is weinig reden om te denken dat onder Nederlandse jongeren deze cijfers lager zouden liggen.

Eerder vanzelfsprekend dan vreemd

Ander Amerikaans onderzoek van de non-profitorganisatie GLAAD toont aan dat 20 procent van de millennials zich als niet-heteroseksueel of cis-gender ziet (dat willen zeggen dat de genderbeleving overeenkomt met het geboortegeslacht). Onder generatie-x (35-51 jaar) ligt dit percentage op 12 procent en onder de babyboomers (52-71 jaar) is dit percentage 7 procent. Wanneer we dus spreken over die ‘luttele aantallen’ waarvoor ‘de hele Van Dale herschreven zou moeten worden’, hebben we het dus feitelijk over de zelfingenomenheid en eenkennigheid van de oudere generatie. De jongere generatie vindt ‘queer zijn’ eerder vanzelfsprekend, dan vreemd.

Woorden hebben scheppingskracht, maar kunnen ook giftig zijn, zo toonde het door mij deze week gelanceerde spotje ‘Praat Mounir met me’ #stoptransfobie. In het filmpje herhaal ik een aantal van de vele uitspraken die ik dagelijks van familieleden, vrienden, ambtenaren, collega’s, medewerkers van de VUmc Genderpoli, media, winkelbediendes, veiligheidspersoneel en mijn eigen huisarts te horen kreeg. Ik haal slechts de ‘zachte’ opmerkingen aan. De dehumanisatie en het seksisme dat in de meeste uitspraken doorklinkt, zijn een regelrecht gevolg van het onvermogen van onze taal om woorden te geven aan een mens van deze tijd – en de onwil van velen om een mens voorbij zijn geboortegeslacht te zien.

Eigenlijk is de Amsterdamse taalgids een feitelijke correctie. Ik laat mij niet ombouwen, ik ben geen tweede bijkeuken of dakkapel. En een lesbische cis-vrouw is geen homo. Voor mij gaat de gids nog lang niet ver genoeg. Voor anderen is het een voorzichtige start in herdefiniëren en omdenken. Dat dit eng is begrijp ik. Iemand is alleen anders bij gratie van uw anders zijn. Mijn bestaan roept ook vragen over uw wezen op. Wat is nog man, wat is vrouw en in hoeverre kan een mens zich tussen beide binaire polen bewegen? De nieuwe taal geeft daar geen antwoord op, maar wel woorden aan.

Is het nu echt zo eng om blauwe en roze muisjes op een beschuit te mengen? Of simpelweg op wit over te gaan? Veel ouders vinden het al spannend om een kind te krijgen, laat staan als dat kind wellicht niet het gender of de geaardheid heeft die u zelf kent of gewend bent. Maar een uitdrukking ‘bij geboorte gezien als meisje’ ontkent niet dat uw kind wellicht inderdaad een dochter is. Het erkent slechts het niet-weten, omdat een genderoriëntatie nu eenmaal niet geslachtelijk bepaald is en fluïde naar gelang de omstandigheden, leefomgeving en tijd. Hiermee krijgt het kind voor het eerst echt zelfbeschikkingsrecht op de meest fundamentele primaire identiteit – namelijk die van het tot voor kort door de maatschappij toegeschreven gender.

Hopelijk bepaalt in de toekomst niet langer een cordon artsen en psychologen aan de hand van medische diagnoses of een mens aan de medische afwijking van genderdysforie lijdt (zoals nu het geval is), maar kan de mens zeggen: hallo, ik ben Daan, man noch vrouw maar mens. Of in mijn eigen geval: ik word geen man, ik was dat al, maar meer nog heb ik een naam. Praat gewoon Mounir met me.