Cultuur

Interview

Interview

Mare (rechts) en Martine van den Heuvel.

Foto Anne Schumacher

‘We hadden altijd een geweer bij ons’

Mare van den Heuvel tijdelijk onderzoeksassistent

Mare van den Heuvel (13) werkte in juli als onderzoeksassistent met haar moeder (ecotoxicoloog) op Spitsbergen.

In de zomervakantie wekenlang je moeder helpen, op een afgelegen plek zonder leeftijdsgenoten – niet elke puber staat te springen bij het idee. Maar wat als die afgelegen plek een eiland vol poolvossen en ijsberen is, ver boven de poolcirkel? En wat als het je droom is om wetenschapsjournalist te worden? Dan wil je natuurlijk gewoon mee op expeditie. En dus wist Mare van den Heuvel (13) wat haar te doen stond: na jarenlang lobbyen kreeg ze haar moeder, ecotoxicoloog Martine van den Heuvel-Greve, zo ver dat ze haar deze zomer twee weken mocht assisteren bij veldwerk op Spitsbergen. En ze deed zelf een onderzoek. Van half tot eind juli verbleven ze in het Nederlandse poolonderzoeksstation in Ny Ålesund.

De deal: Martine betaalde de reis, en Mare zou als wetenschapsjournalist-in-spé een blog bijhouden voor Wageningen Universiteit (waar haar moeder werkt), en daarnaast assisteren bij het veldwerk: bodemmonsters nemen, labwerk doen, een eigen onderzoekje uitvoeren, veldverslagen schrijven en op ijsbeerwacht staan. Haar verslag van de reis gebruikt ze ook voor een schoolopdracht. Via Skype vertelt ze tijdens haar laatste avond op Spitsbergen aan NRC over haar avonturen. Het begon zo, schrijft ze op haar blog:

Na een korte maar prachtige vlucht over de gletsjers naar het onderzoeksstation Ny-Ålesund, in het noordwesten van Spitsbergen, nestelden we onszelf in ons huis, een van de gele huisjes van het Nederlandse noordpoolstation. Voor de volgende dag hadden we de Teisten-werkboot geboekt, dus alles moest worden voorbereid voor de eerste sampling-dag van bodemdieren op het water.

Mare, wat voor onderzoek deden jullie precies?

„Mijn moeder wil met dit project achterhalen hoe vervuild de bodem en het water in het poolgebied zijn. Ons doel was om zoveel mogelijk bodemmonsters te verzamelen. Die worden straks in Nederland geanalyseerd in een laboratorium op het gehalte kwik en PAK’s – polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Die ontstaan onder meer bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen. Ruim tweehonderd monsterpotjes hebben we gevuld. Deels op het land, bij smeltwaterstroompjes, en deels in het fjord – vanaf de boot lieten we een grote grijper zakken. De drab die omhoog kwam leek op chocolademousse.

Die zeebodemmonsters hebben we vervolgens gezeefd om te kijken wat voor dieren erin leven. We vonden vooral veel wormen en vlokreeftjes – garnaalachtige dieren die vaak onder stenen leven.”

We waren nog maar net op weg toen we blijkbaar langs het nest van een kleine jager (vogel) liepen. Dat vond het beestje niet zo leuk. Het kwam er op neer dat hij ons probeerde aan te vallen, terwijl wij gebukt zo snel mogelijk het veldje doorkruisten, en ook nog een paar foto’s namen.

(De cursieve tekst komt uit het expeditieblog van Mare en Martine)

Kleine jager

Mare van den Heuvel

Wat vond je het leukst aan het veldwerk?

„Toch wel de dieren. We hebben jonge poolvosjes gezien, en een Groenlandse walvis. De dag voor wij kwamen is er zelfs een ijsbeer bij het dorp gesignaleerd. Vaak gingen we met z’n vieren het veld in, met een collega van mijn moeder en een veldassistent. We hadden altijd een geweer bij ons. Om beurten hadden we ijsbeerwacht. De anderen moesten bij aankomst een schiettraining volgen, maar ik mocht niet, vanwege mijn leeftijd. De wandelingen in het veldwerkgebied vond ik trouwens ook fantastisch. Het is zo mooi daar. In de buurt van Ny Ålesund is een oude steenkoolmijn, die tot zo’n vijftig jaar geleden actief was. Door zowel dicht bij de mijn als verder weg monsters te nemen, kunnen mijn moeder en haar collega’s kijken in hoeverre lokale bronnen bijdragen aan de kwikvervuiling. Het is onderzoek van de universiteiten van Groningen en Wageningen. Het wordt betaald door het Svalbard Environmental Protection Fund en draagt bij aan een wereldwijd project naar kwikvervuiling.”

Jonge poolvos

Mare van den Heuvel

Over een smal paadje (als je het een paadje kunt noemen) liepen we onder een rots door vol met nestelende kleine alken. Aan de andere kant was een grote modderrivier. En maar verder, over kleine beekjes, stenenvlaktes en sneeuw. Tot we niet meer verder konden: we zaten vast tussen de modderrivier en een erg steile helling.

Wat hield je eigen onderzoek in?

„Ik heb gekeken wat de invloed van watertemperatuur en zoutgehalte is op de vlokreeftjes. De watertemperatuur was heel hoog tijdens metingen die we hebben gedaan - wel 7 graden Celsius! Volgens mijn moeder was het een paar jaar geleden nog maar 4 graden, maar door de opwarming is de invloed van het warme water van de Golfstroom rond Spitsbergen steeds groter. En door smeltend ijs wordt het water ook zoeter. Slecht nieuws voor de vlokreeftjes, want uit mijn experiment bleek dat bijna alle vlokreeftjes doodgaan bij een watertemperatuur van 12 graden Celsius en een laag zoutgehalte.”

Mare verdwijnt even achter de laptop vandaan om haar sportkleding aan te doen – een van de andere wetenschappers geeft zo salsales. Martine vertelt ondertussen over de samenwerking met haar dochter: „Ze heeft echt ontzettend goed meegeholpen. We hebben nog nooit eerder veldverslagen gehad die zo leesbaar waren. En een van mijn collega’s zei zelfs dat Mare de makkelijkste veldassistent was die hij ooit heeft gehad. Het is mooi om te zien dat dertienjarigen prima kunnen meedraaien in wetenschappelijk onderzoek.”

Mare, wil je na deze ervaring niet toch liever wetenschapper worden?

„Nee, schrijven vind ik nog steeds het allerleukst. Maar het was wel heel gaaf, en met mijn moeder samenwerken ging ook prima. We hadden het heel gezellig en ik zou graag nog eens terug willen. Alleen worden mijn vader en mijn zusje dan jaloers denk ik.

„Eigenlijk zou het voor alle scholieren leerzaam zijn om zoiets mee te maken, om te kijken hoe het is om veldwerk te doen. Zo krijg je inzicht in wat er allemaal bij wetenschappelijk onderzoek komt kijken. Het is ook best intens, het is echt geen vakantie.

„Je bent alle besef van tijd kwijt als de zon niet ondergaat, en daardoor vlogen de uren in het veld voorbij. Een keer zaten we pas om twee uur ’s nachts aan het avondeten. Als we straks weer terug zijn in Nederland kunnen we niet direct naar huis - eerst moeten alle monsters naar het lab waar ze in een vrieskist worden bewaard.

„Maar goed, daarna is het tijd voor vakantie. We gaan naar Sri Lanka en daar ga ik heerlijk nietsdoen. Alleen in het zwembad liggen en olifanten kijken. En schrijven, natuurlijk.”

De cursieve tekst komt uit het expeditieblog van Mare en Martine. Het hele blog staat op https://weblog.wur.nl/kustzee/.