Column

Maken VS einde aan goede jaren voor mensenrechten?

De regering-Trump wil het bureau voor berechting van oorlogsmisdadigers sluiten, schrijft Michel Kerres. Goed nieuws voor de leiders van IS.

Oud-ambassadeur Stephen Rapp voert sinds twee weken actie tegen de regering-Trump. Met collega-ambassadeurs loopt hij te hoop tegen sluiting van een speciale afdeling voor berechting van oorlogsmisdadigers op het State Department.

„Dat kan alleen maar goed nieuws zijn voor de leiders van IS”, schreef het trio in een opiniestuk op website The Hill. Gezien de misstanden in Syrië en Zuid-Soedan is het onbegrijpelijk dat een regering minder nadruk legt op oorlogsmisdaden – „Mind-boggling”, schreven ze.

De regering-Trump weet niet goed wat ze doet, meent Rapp. „Ze varen op het instinct dat defensie belangrijker is dan diplomatie en humanitaire hulp, ook al zegt de minister van defensie Mattis dat dat juist niet zo is”, legt hij vanuit Washington uit. „Mensenrechten worden ondergeschikt gemaakt aan America First.”

Tegenwoordig is het vanzelfsprekend dat oorlogsmisdadigers ter verantwoording worden geroepen. Het is normaal dat de plegers van genocide worden opgepakt en uitgeleverd. We gaan ervan uit dat ze een eerlijke rechtszaak krijgen en, indien schuldig bevonden, worden opgesloten.

Dat was niet altijd zo.

De autoritaire leiders in het Latijns-Amerika van de jaren zeventig lagen niet wakker van het idee dat ze elk moment van hun bedje gelicht konden worden om in het buitenland veroordeeld te worden. Zoiets deed de wereldgemeenschap nog niet.

Dat veranderde in het midden van de jaren negentig, na de volkerenmoord in Rwanda (800.000 doden in drie maanden) en ‘etnische zuiveringen’ op de Balkan. Zij vormden het startschot voor een internationale operatie die tot doel had misdaden tegen de menselijkheid systematischer te berechten. Er ontstond een heel stelsel van tribunalen, rechters en aanklagers, van procedures en verdragen. Nederland wierp zich op als gastland, Den Haag kreeg dankzij de mensenrechten een beetje kosmopolitische flair.

In die ontwikkeling speelden de VS een belangrijke rol. In 1997 richtte minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright: het Office of War Crimes Issues op, later omgedoopt tot Office of Global Criminal Justice. De directeur kreeg de rang van ambassadeur: Albright wilde laten zien dat het haar menens was.

De regering-Trump wil de erfenis van Albright opdoeken. De ambassadeurspost wordt waarschijnlijk geschrapt, de staf elders ondergebracht. Stephen Rapp was zo’n ambassadeur, van 2009 tot 2015. Hij organiseerde Amerikaanse steun voor het Internationaal Strafhof (ICC), waar de VS slechts toehoorder zijn. Zo assisteerde Rapp bij de uitlevering van oorlogsmisdadigers aan het Hof en haalde hij het Congres over om meer tipgeld uit te loven voor de opsporing. (Een tip die leidt tot arrestatie levert 5 miljoen dollar op.)

Tegenwoordig is Rapp verbonden aan het Holocaust Museum in Washington en denktank The Hague Institute. „Het ambassadeurschap maakt mensenrechten zichtbaar”, zegt Rapp. „Een ambassadeur telt mee in de Amerikaanse besluitvorming en komt hoog binnen bij internationale organisaties en buitenlandse regeringen. Dat moet ook, want berechting is bijna nooit een kwestie van één land alleen.”

Komt met Trump een einde aan twintig goede jaren voor mensenrechten? Rapp lacht. De mensenrechten zijn al vaker doodgewaand, zegt hij. „De norm die we hebben gezet vindt nog steeds weerklank in de wereld. Maar de norm kan niet zonder leiderschap, vooral van de VS.”

Niet zonder leiderschap, en niet zonder geld. Als de VS zich terugtrekken, zullen anderen moeten bijspringen. Het ligt voor de hand dat een deel van die rekening op het Binnenhof belandt. Hoe dan ook kan het niet zo zijn dat de Mladicen van deze wereld weer rustig kunnen slapen.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven afwisselend over de kantelende wereldorde.