Column

De zinloze debatten over ‘waarden’

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa

Een kunstenares in Oostenrijk nam een Syrische vluchteling in huis. Voor de oorlog bezat de Syriër huizen, land en renpaarden. Nu is hij alles kwijt. Zijn diploma’s worden in Oostenrijk niet erkend. Gelukkig kan hij goed koken. Nu kookt hij in de buurt op feesten en partijen. Iedereen is trots op hem. Eind goed al goed? Eh, nee. Want het werd Ramadan. De Syriër kwam zijn bed niet uit, was humeurig en stak in huis geen poot meer uit. Na een paar weken zei de kunstenares geïrriteerd: „Wij moeten eens een stevig debat voeren over normen en waarden.”

Normen en waarden. Iedereen heeft het erover. Iedereen wíl het erover hebben. Volgens Donald Trump is de verdediging van westerse waarden hét gevecht van deze tijd. In Warschau probeerde hij laatst uit te leggen wat hij daaronder verstaat: „Wij componeren symfonieën. Wij innoveren. Wij eren oude helden, omarmen tijdloze tradities en gewoontes, wij gaan altijd op onderzoek uit en verkennen steeds nieuwe grenzen.” Daar kun je je wel iets bij voorstellen.

Hoewel. Innoveren Chinezen dan niet? En in mei haalde Trump keihard uit naar „slechte Duitsers” die te veel auto’s verkopen in Amerika. Prompt noemde de Duitse kanselierskandidaat Martin Schulz hém juist een „verwoester van alle westerse waarden”. Daar kun je je óók iets bij voorstellen. Zo gaat dat vaak. De Poolse regering ziet zichzelf als „hoeder van Europese waarden”. Anderen vinden juist dat deze regering die waarden door het slijk haalt.

Het probleem met waarden is, kortom, dat ze geen houvast bieden. Waarden verschuiven in de tijd; de sociologie dankt er mooie boeken aan. Daarom wordt het woord ook in het meervoud gebruikt: ‘de waarde’ bestaat niet. Er zijn veel waarden in een samenleving – Trump noemde er tientallen en toen was hij nog niet klaar. Al die waarden zijn relatief. Sommige zijn vaag, andere omstreden. Er zijn er die in onbruik raken, met de tijd. Wie heeft het nog over ‘offers brengen aan de maatschappij’, familie-eer of heldenmoed?

Wie heeft het nog over ‘offers brengen aan de maatschappij’, familie-eer of heldenmoed?

Afgelopen decennia zagen Europeanen ‘individuele vrijheid’ als belangrijke waarde. Tweehonderd jaar geleden was zoiets voor velen, zeker diegenen met dochters, een horreur. Nu, na een paar terreuraanslagen, scoren ‘veiligheid’ en ‘geborgenheid’ hier weer hoog.

Discussies over waarden begonnen pas in de negentiende eeuw. Dit was een periode waarin oude zekerheden over geloof, politiek en samenleving op de helling gingen. Mensen lijken vooral een beroep te doen op gemeenschappelijke waarden als die er niet meer zijn.

Debatten over waarden geven geen vaste grond onder de voeten. Integendeel. Wat voor de één een waarde is, is voor de ander een klap in het gezicht. Hoe meer je over boerka’s of euthanasie praat, hoe ingewikkelder het wordt. Dat is de paradox: een zoektocht naar gemeenschappelijke waarden leidt vaak tot polarisering, tot aanscherping van conflicten. Sommige deelnemers aan de debatten lijken dat niet erg te vinden. Zochten zij echt naar iets gemeenschappelijks, of waren zij bezig iets door te drukken? Iets wat de staat er niet door kan of mág drukken?

Of je zwart of wit bent, homo, jood of atheïst, gaat de staat niets aan. Je mag er zelfs extreme of verwerpelijke ideeën op nahouden – zolang je geen wet schendt, kan de staat je niets maken. Dit is de essentie van de democratische rechtsstaat: dat ze mensen niet kan dwingen bepaalde waarden te hebben. Ze biedt alleen een wettelijk kader. Daarbinnen zijn mensen vrij om te zijn wie ze willen en te denken wat ze willen. Dat kan bloedirritant zijn, zoals de kunstenares ervoer met haar logé. Maar toch is het beter zo.