De kracht die van kwetsbaarheid uitgaat

Waarom schrijf ik in deze tijden romannetjes over de liefde?

Gisteren las ik twee dingen die niets met elkaar te maken hadden. Het ene was een interview met de historicus Philipp Blom in de Belgische krant De Standaard. Het andere was een mailtje van een goede vriend. Het eerste was niet grappig, omdat in klare bewoordingen uiteen werd gezet dat de wereld naar de kloten gaat, en het tweede wel, al was het niet zo bedoeld. Het was namelijk complimenteus bedoeld. Mijn goede vriend wilde mij laten weten dat hij mijn jongste roman Peachez, een romance met veel plezier had gelezen en om dat kracht bij te zetten citeerde hij de zin uit het boek die hij de allermooiste vond: ‘Niemand, zelfs de regen niet, heeft zulke kleine handen.’ Die zin is echter een citaat van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings, zodat ik het in mijn antwoord aan hem volmondig kon beamen dat dat de mooiste zin is in mijn boek.

‘nobody,not even the rain,has such small hands’ is de slotregel van het titelloze gedicht dat begint met de regels ‘somewhere i have never travelled,gladly beyond / any experience,your eyes have their silence’. Het is een schitterend, lyrisch liefdesgedicht dat des te harder aankomt omdat het zo voorzichtig is. Het gaat over de paradox van de kracht die van kwetsbaarheid uit kan gaan: ‘nothing which we are to perceive in this world / equals the power of your intense fragility’. Daarom heb ik het gedicht geciteerd in mijn roman. Ook daar gaat het om de breekbaarheid van een romantische fantasie en om een grote lange reis voorbij elke ervaring. Dat is intertekstualiteit.

Maar doordat ik het zorgwekkende interview met Philipp Blom in mijn achterhoofd had, kreeg het gedicht opeens een heel andere lading. Dat is een ander soort intertekstualiteit. Blom legde uit dat onze westerse beschaving op instorten staat. Zoals het nu gaat, gaat het niet nog twintig jaar goed. Het model dat gebaseerd is op eeuwigdurende economische groei en voortdurende toename van productie en consumptie vernietigt de planeet. Daarbij zal de sociale en economische ongelijkheid alleen maar toenemen omdat dat precies de bedoeling is van het kapitalistisch systeem: winnaars creëren en verliezers. Daarmee wordt de democratie steeds meer een farce. Ik vat het even in mijn eigen woorden voor u samen. En ik ben het er nog mee eens ook, dat is het probleem.

In het liefdesgedicht van Cummings wordt over de breekbaarheid gezegd: ‘whose texture / compels me with the colour of its countries, / rendering death and forever with each breathing’. Het zijn mysterieuze regels die ik niet helemaal snap, maar opeens zag ik al die landen van Europa met hun kleurige vlaggen en de kwetsbaarheid van de muze werd voor mij de kwetsbaarheid van het door mij zo beminde avondland. En ik vroeg mij af wat ik eigenlijk aan het doen ben. Waarom schrijf ik in deze tijden romannetjes over de liefde?

Misschien precies vanwege de kwetsbaarheid van een cultuur waarin teksten naar elkaar luisteren. Ik hoop dat die kwetsbaarheid op een paradoxale manier een kracht mag zijn.