Dame of heer, dat zeg je niet meer

Genderneutrale boodschappen

Geslachtsaanduiding raakt in onbruik bij gemeenten en spoorwegen. Waarom nog verschil maken als het geslacht sociaal is bepaald?

Jet Bussemaker minister OCW presenteert op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapeen genderneutraal toilet. Robin van Lonkhuijsen / ANP

„Iedere reiziger is ons even lief’’, zegt president-directeur Roger van Boxtel. NS heeft vrijdag aangekondigd dat het in zijn bijna honderdduizend jaarlijkse omroepberichten en in correspondentie voortaan niet langer de aanhef „dames en heren” zal hanteren, maar „beste reizigers’’.

Eerder deze week werd bekend dat de gemeente Amsterdam haar ambtenaren suggereert „geachte aanwezigen’’ of „beste bewoners” te gebruiken in plaats van „dames en heren’’. De gemeente wil de aanduiding van man of vrouw mijden om inclusief te zijn. Tegelijkertijd gaat zij sommige burgers aanduiden met de groeiende reeks letters die homoseksualiteit of twijfels over het eigen geslacht aanduiden: „LHBTI Amsterdammers”. Die afkortingen staan voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transseksueel (wil ander geslacht), interseksueel (tussen man en vrouw in). De reeks letters, die begon met LHB, wordt met het jaar langer. Vaak staat er nu ook Q bij, van queer of questioning (twijfelend).

Deze verschuiving past in de trend om geslacht minder belangrijk te maken. M/V is al langer uit de overheidscommunicatie aan het wegebben. Het geslacht staat niet meer op allerlei pasjes, identiteitsbewijzen, de ov-chipkaart, formulieren. De bedoeling is om mensen die twijfelen aan hun geslacht te ontzien.

Lees een opiniestuk van Maxim Februari: LHBTQI: een hutsekluts van hippe onzin

Er schuilt enige tegenstrijdigheid in de verzamelaanhef die de seksuele geaardheid of geslachtelijke tussenvormen niet precies genoeg kan omschrijven. Hierin toont zich een bekende paradox ten aanzien van minderheden. Die moeten worden erkend als achtergestelde groepen, maar het maken van onderscheid voor dat doel kan juist wijzen op discriminatie. Je moet het er over hebben, maar je mag het er niet over hebben.

Daar zit een ideologische kant aan. Volgens postmodernisten, die pretenties van objectiviteit willen ontmaskeren, is het geslacht een constructie, een kenmerk dat anderen aan je toeschrijven. Waarom dan nog verschil maken tussen man en vrouw? Aan alfafaculteiten van universiteiten – eerst in de Verenigde Staten, later in Europa – ontstond eind jaren tachtig het vak gender studies waarbij de sekserollen worden onderzocht. In Gender Trouble (1990) schreef feministe en filosofe Judith Butler dat het geslacht niet vastligt in het lichaam maar van buitenaf, sociaal wordt bepaald. Vrouwen- en mannenrollen zouden worden opgedrongen ten nadele van vrouwen. Zo wordt de biologische identiteit ineens een culturele identiteit en daarmee verandert zij van een individueel kenmerk in een individuele keuze. Die verandering krijgt door de aankondigingen van gemeente en spoorwegen ineens een officieel stempel.

Informeel

De ontmanning en ontvrouwing passen ook in de groeiende informaliteit van een land waar de premier zich als ,,Mark” voorstelt. „Is ‘beste dames en heren’ niet wat afstandelijk anno 2017?’’, vraagt de NS retorisch in zijn persbericht. Mensen worden nu alleen functioneel aangeduid: als reiziger, als klant. Ook in de wc gaat het informeler toe. Vrouwen gaan al vaker naar de mannen-wc, als het bij ‘dames’ te lang duurt. Wel is de groep die nog prijs stelt op gesegregeerde toiletten (opmaken voor de spiegel, urinoirs) aanzienlijk groter dan de doelgroep van genderneutraal.

Vrouwen gaan al vaker naar de mannen-wc, als het bij ‘dames’ te lang duurt

Het is onduidelijk hoeveel Nederlanders twijfelen aan hun geslacht. Tussen de tweeduizend en drieduizend mensen zijn op dit moment met operaties en hormonenpillen in overgang van het ene geslacht naar het ander – die twijfelen niet. Volgens Rutgers, kenniscentrum voor seksualiteit, zijn er zo’n 48.000 transgenders. Het aantal twijfelaars is groter. De twijfels kunnen ook tijdelijk zijn, dat kan afhangen van hoe de enquêtevraag wordt gesteld.

Genderneutrale wc

Voor deze groep legt de overheid de genderneutrale wc’s aan. Het Utrechtse stadhuis heeft op verscheidene verdiepingen genderneutrale toiletten. In de Amsterdamse Stopera staan er net twee. Universiteiten voeren ze in. Voor de kleine groep transgenders kan dat prettig zijn, daar krijgen ze geen vragende blikken. Minder duidelijk is in hoeverre interseksuelen en queers dergelijke wc’s wensen. Het gaat om hooguit promillages Nederlanders, zodat veel genderneutrale wc’s nooit of vrijwel nooit de doelgroep op bezoek zullen krijgen.

Lees een opiniestuk van Mounir Samuel: Mijn bestaan roept ook vragen over uw wezen op

De auteur Joep Schrijvers heeft als homoseksueel juist behoefte aan grotere afstand door de overheid. Die moet zich onthouden van etiketten: „Elk etiket is uitoefening van macht, ook dat quasi onschuldige LHBTI. Dat betekent dat deze groepen kennelijk solidair moeten zijn met elkaar. Maar er zijn grote groepen transgenders die niets hebben met homoseks. En lesbiennes die niets hebben met queers.’’

Niemand heeft hem gevraagd „meneer Schrijvers wilt u ‘geachte aanwezige’ worden genoemd?’’. Dat moet je aan de ambtenaren zelf overlaten, vindt hij. „Die moeten subtiliteit tonen: in de ene omstandigheid moeten ze het zo zeggen, terwijl dat in andere omstandigheden misschien niet handig is.”