Recensie

Zo moeder, zo zoon

De ‘Russische’ pleegmoeder van Ramses Shaffy (1933-2009) had een bijzonder levensverhaal. Zo was ze veroordeeld wegens fraude en oplichting.

Op de geboorteakte van haar zoon stond dat ze gravin Alexandra Thérèse de Wysocka heette. Maar ook liet ze zich geregeld Olga Romanova noemen, de oudste dochter van Nicolaas II, de laatste Russische tsaar. ‘Het ontbreekt haar ongetwijfeld aan realiteitszin en ze heeft een levendige fantasie’, schreef een reclasseringsmedewerker in een rapport voor de Brusselse vreemdelingenpolitie. ‘Haar gedachtengang is niet erg evenwichtig. Haar antwoorden zijn vaak uitvluchten.’

Maar één ding stond vast: ze was de moeder van Ramses Shaffy.

Zijn leven lang vertelde de zanger van het levenslustige lied de mooiste verhalen over zijn afkomst, als zoon van een Pools-Russische moeder van – wellicht verarmde – adel en de in weelde levende Ramsès Chaffey Bey, die als Egyptisch consul-generaal in Parijs gevestigd was. En over zijn vroegste jeugdjaren die hij samen met zijn moeder had doorgebracht in de duurste hotels aan de Côte d’Azur. Het leek allemaal veel te mooi om waar te zijn.

Hooguit is er sinds Shaffy’s dood, in 2009, iets meer bekend geworden over zijn verblijf bij het Leidse cardiologengezin Snellen, dat kort voor de oorlog zijn pleeggezin werd. Didi Snellen, heette hij toen. Pas toen hij rond zijn twintigste op de Toneelschool in Amsterdam zat, besloot hij zich weer Ramses Shaffy te noemen. Want dat was (bijna) zijn echte naam.

Van adel of niet

Hoe het verder met die moeder zat, bleef in nevelen gehuld. Was ze echt van adel? Was ze werkelijk een tsarendochter? Ontsnapt aan het bloedbad van Jekaterinburg dat in 1918 een gewelddadig eind maakte aan het tsarenbewind? Of was ze slechts een van de velen die zich nadien als zodanig uitgaven – om hun omgeving wijs te maken dat er nog een fikse erfenis op hen wachtte?

In zijn boek De moeder van Ramses kan Sylvester Hoogmoed (1966), die eerder de ietwat overspannen Shaffy-biografie We zien wel! schreef, lang niet al die vragen afdoende beantwoorden. Soms noemt hij haar ‘pseudogravin’, als om te suggereren dat ze in werkelijkheid titelloos door het leven ging. En ook lijkt het hem ‘onwaarschijnlijk’ dat ze een tsarendochter was. Maar de definitieve bewijzen ontbreken. Ingewikkeld is het wel, want soms ontkende ze opeens dat ze Olga Romanova was, om zich even later toch weer onder die naam te manifesteren. Zoek het maar eens uit.

Tegenover al die rookgordijnen staat echter een schilderachtig levensverhaal. Door het opsporen van gedetailleerde dossiers in Belgische, Franse en Zwitserse politie-archieven is het Hoogmoed gelukt om het zwervende leven van Shaffy’s moeder te reconstrueren. Hij kan zelfs onthullen dat ze tot twee keer toe is veroordeeld wegens fraude en oplichting. De eerste keer, in 1942, werd ze in Brussel bij verstek veroordeeld tot ruim twee jaar cel wegens ‘bedrog, het dragen van een valse naam, het uitschrijven van ongedekte cheques, twee gevallen van oplichting en grove belediging van de politie’. Maar ze wist tijdig te ontkomen, tot de straf verjaard was. De tweede keer, in 1954, zat ze ruim een half jaar vast en werd toen uitgewezen.

Alles bij elkaar liet ze vele sporen van onbetaalde rekeningen achter bij tientallen hotels, pensions en winkels. Tegelijk stelt Hoogmoed vast dat ze heel vaak op het nippertje is gered door de bijstand van juristen en andere hoogmogenden. Steeds weer vond ze zulke drukbezette lieden bereid om haar in lange brieven aan officiële instanties te verdedigen. Wat zulke heren bewoog om zich telkens voor haar in te zetten, heeft Hoogmoed niet ontdekt. Hij kan zich er alleen over verbazen.

Frauduleus inkomen

Een deel van haar frauduleuze inkomen besteedde ze aan cadeaus die ze naar haar zoon in Leiden stuurde – zo veel dat vader Snellen haar schriftelijk moest smeken om daarmee op te houden. Het windjack dat op een dag arriveerde, stuurde hij zelfs terug: ‘Het is veel te groot en wij vinden dat een jongen van vijftien zoiets niet draagt. Het is echt veel te luxe.’

Zo bezien heeft Hoogmoed met De moeder van Ramses vooral een lezenswaardige aanvulling geschreven op zijn Shaffy-biografie. Moeder en zoon hadden immers heel wat gemeen: ‘Geld gaf hij zo snel mogelijk uit en hij maakte naar hartelust schulden, waarvoor hij vreemd genoeg toch zelden of nooit voor het gerecht werd gedaagd. Of het nu zijn huisbaas was of de slager – jarenlang wás die slager trouwens zijn huisbaas – ze gaven hem eindeloos krediet.’