Waarom de zorgende vader nog altijd in de minderheid is

De mannenval

Vaders willen wel zorgen, maar zijn in de praktijk traditioneel de kostwinner, signaleerde het Britse weekblad The Economist. Waarom lukt het niet de rolpatronen te doorbreken?

Illustratie Tjarko van der Pol

Er is te weinig tijd voor de man die kostwinner is en ook voor zijn kinderen wil zorgen. Hogerop komen, alles uit je werk halen: het kan eigenlijk niet in een deeltijdbaan.

Diederik Wismans (31), docent en teamleider bij een roc, herkent het probleem. „We verwachten ons tweede kind. Ik zou kunnen proberen parttime te gaan werken, maar daar twijfel ik over. Niet alleen moeten we dat financieel rond kunnen krijgen, ook zou ik het zonde vinden om mezelf niet volop te ontwikkelen. Ik ben wat dat betreft misschien een typische millennial met een dertigersdilemma. Ik heb de behoefte dat er gezien wordt wat ik doe.”

Wismans werkt voltijd, zijn vrouw in deeltijd. Net als ruim 1 miljoen Nederlandse paren met thuiswonende kinderen. Praktisch altijd heeft de man in een man-vrouw-huishouden de voltijdbaan, aldus het CBS. De omgekeerde situatie, waarbij de vrouw fulltime en de man parttime werkt, komt slechts 45.000 keer voor. Die cijfers zijn al jaren nagenoeg stabiel.

Toen ING deze maand aankondigde een maand betaald vaderschapsverlof in te voeren, werd dat beschouwd als een grote doorbraak. Op de werkvloer heersen nog de oude stereotypes: de vader werkt en de moeder zorgt. Mannelijke politici krijgen het op sociale media voor hun kiezen als ze een dag met hun kinderen verkiezen boven het werk in Den Haag. Topmannen die in deeltijd werken, zijn zeer zeldzaam. Zij krijgen zelden de vraag hoe zij hun drukke baan combineren met hun gezin. Zodra een stel kinderen krijgt, is het veel vaker de vrouw die besluit om parttime te gaan werken. De zorgende vader is, kort gezegd, in de minderheid.

Weekblad The Economist beschreef dit onlangs in een artikel over ‘de mannenval’. Meisjes mogen tegenwoordig alles worden wat ze willen, aldus het tijdschrift. De rol van jongens is echter aan strikte voorwaarden gebonden. Het is gemakkelijker voor meisjes om te gaan sporten of bouwen, dan voor jongens om hun voetbal te ruilen voor een poppenhuis. En als vrouwen vrijwillig, niet door omstandigheden gedwongen, besluiten een stap terug te doen om voor kinderen te zorgen, krijgen ze vaker steun voor dat besluit dan mannen.

„Als mannen een stap terugzetten, wordt dat opgevat als een crisis”, zegt socioloog Barbara Risman in The Economist. „Het wordt beschouwd als minder mannelijk. Omdat vrouwen als de mindere van de man worden gezien.” Mannen moeten harder vechten om parttime te werken. Het wordt minder geaccepteerd en het gevolg is vaak dat ze het niet eens meer proberen, aldus het Britse tijdschrift dat vooral naar Amerikaanse vaders keek. Zo komt bijvoorbeeld journalist Patrick aan het woord, die een weekend vrij wilde omdat zijn vrouw, een gynaecoloog, dubbele diensten moest draaien en hij voor hun drie kleine kinderen wilde zorgen. „Iedereen heeft een gezin, Patrick. Niemand interesseert zich voor dat van jou”, zei zijn norse baas tegen hem.

Als mannen een stap terugzetten, wordt dat opgevat als een crisis

Barbara Risman, socioloog

Vincent Duindam, onderzoeker in de sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht schreef in 1997 het boek Zorgende vaders. Hij dacht toen dat vaders in de toekomst meer zorgtaken op zich zouden nemen. Dat blijkt twintig jaar later tegen te vallen, zegt hij nu. „Het zwangerschapsverlof voor vaders is bijvoorbeeld amper uitgebreid, waardoor de mogelijkheid voor mannen om een sterkere band met hun pasgeboren kinderen op te bouwen niet groter is geworden.” Ook is het in de afgelopen twintig jaar niet vanzelfsprekender geworden dat de man een groot deel van de zorg op zich neemt. 

Duindam ondervroeg voor zijn proefschrift over ouderschap destijds 182 vaders die parttime werken. De belemmeringen die zij ervaarden, zijn nog altijd actueel. „Het kostwinnerschap deel je met je partner, maar misschien moeilijker: je kunt niet altijd al je ambities op je werk ten uitvoer brengen. Bovendien moet je het idee loslaten dat je onmisbaar bent op je werk.”

Rolpatronen

Ook Diederik Wismans zit met dat dilemma. Parttime werken is op zijn werk juist gebruikelijk, toch twijfelt hij. „Dat heeft ook met mezelf te maken. Ik laat het werk niet los als ik de school verlaat. Dus al werk ik vier dagen, dan ben ik nog steeds vijf dagen bezig. Ik vervang nu tijdelijk onze teamleider. Stel dat ik op zo’n functie zou solliciteren, dan zie ik mezelf niet al gelijk vrije dagen opeisen. Ik kan me voorstellen dat ze iemand kiezen die er wél vol voor gaat.”

Ik vind het slap. Het is afhaken, niet meer aan de wedstrijd meedoen, niet langer vechten voor succes

Een Amerikaanse jurist

De oude rolpatronen blijken bij Amerikaanse mannen van grote invloed te zijn, schrijft The Economist. Zo citeert het blad jurist Chase, die over zorgende mannen zegt: „Ik heb ze niet heel hoog zitten. Dat mag je seksistisch vinden, of wat dan ook, maar ik vind het slap. Het is afhaken, niet meer aan de wedstrijd meedoen, niet langer vechten voor succes. En dat zijn juist eigenschappen die ik hoogacht.” In veel bedrijven is de pikorde nog van belang. En die gaat vaak gepaard met de uren die er gewerkt worden. Het zorgt dat mannen in een wedstrijd terechtkomen van wie de meeste uren maakt en daarmee kans op promotie.

De rolpatronen die vereisen dat de vrouw het kind verzorgt, leiden ertoe dat vrouwen minder gaan werken na het krijgen van kinderen en daardoor minder verdienen. Mannen gaan daardoor weer meer werken én meer verdienen. Het zorgt ervoor dat vaders zich terugtrekken uit het gezinsleven, en meer gaan werken dan ze zouden willen. En vrouwen juist minder.

Er bestaat ook angst dat het opeisen van zorgtijd de carrière schaadt. Duindam in zijn boek Zorgende vaders: „Het valt op dat precies twee keer zo veel vaders ‘ja’ antwoorden (67 procent) als ‘nee’ op de vraag of hun betrokkenheid als vader afbreuk doet aan hun carrièremogelijkheden.”

Voor Diederik Wismans is de keuze nog niet gemaakt. „Het is zo dubbel, als ik thuis ben, vind ik het weer geweldig om te zien hoe de kinderen zich ontwikkelen. Daar krijg je minder van mee als je vijf dagen werkt. Dat is het dilemma: wat geef ik voorrang?”