Tot in de dood zit fotograaf Peter Hujar zichzelf dwars

Fotografie Peter Hujar werd nooit geaccepteerd. Hij maakte met iedereen ruzie en weigerde ooit iets uit te leggen.

Peter Hujar: Candy Darling, 1973 Foto Morgan Library & Museum

Hij leed aan depressies en woede-aanvallen en maakte met iedereen ruzie, ook met de conservatoren en galeriehouders die hem in zijn carrière hadden kunnen helpen. Hij wilde nooit zijn werk uitleggen maar voelde zich miskend omdat hij, anders dan zijn tijd- en stadgenoot Robert Mapplethorpe, nooit bij het grote publiek doorbrak. Maar bij de undergroundscene in het New York van de jaren zeventig en tachtig werd fotograaf Peter Hujar wel een centrale figuur.

Voor het eerst is er nu een groot retrospectief van zijn werk, een samenwerking van vier jaar van het Morgan Library & Museum in New York, de Fundación Mapfre in Madrid en het Fotomuseum Den Haag. Je zou kunnen zeggen dat Hujar nu eindelijk – hij stierf in 1987 op 53-jarige leeftijd aan aids – de erkenning krijgt die hij verdient.

Maar zelfs deze ambitieus opgezette tentoonstelling van bijna honderd vintage zwart-wit prints en het fraaie boek kunnen niet verhullen dat zijn oeuvre, net als zijn temperament, onevenwichtig was.

Vooral zijn portretten spreken aan

Zijn beelden van dieren en landschappen bereiken zelden de diepgang van zijn portretten. En zijn groepsportretten mogen als genre bijzonder zijn voor die tijd, ook die missen de zeggingskracht van zijn up close and personal-portretten. De portretten van zijn naasten, en ook zijn zelfportretten, behoren tot zijn beste werk. ‘Ethyl’ Eichelberger als Minnie the Maid in drag maar ook, ontwapenend, als man, zonder een spoortje make-up en met kort stekeltjeshaar.

Soms kon Hujar zijn homoseksualiteit uitbundig vieren, zoals met de foto van een jongeman die met filosofische blik naar zijn eigen indrukwekkend stijf lid kijkt. Maar juist de noodzaak om in het verborgene te leven bracht hem ertoe de geportretteerde voor de foto op een of andere manier te versluieren. ‘Gary Indiana’ draagt op de foto een sjaal met glitters strak over zijn gezicht getrokken.

Als homoseksueel in een tijd waarin die geaardheid niet werd geaccepteerd bewogen Hujar en de zijnen zich letterlijk langs de rand van de samenleving. Een paar jaar geleden toonde het Reina Sofia in Madrid een reusachtige tentoonstelling van foto’s van Peter Hujar van de bouwvallige kades en havengebouwen bij New York die zij als ontmoetingsplekken gebruikten. Ze tonen een ruige, gesloten, geheel eigen wereld, waarin je moest oppassen niet door de vloeren te zakken.

Geheel in Hujars geest, die een aversie had tegen het uitleggen van zijn werk, is er geen toelichting bij de foto’s behalve de thematische teksten waarmee het werk in hoofdstukken wordt verdeeld – maar voor de bezoeker is dat een groot gemis. Tot in de dood blijft deze bij vlagen briljante, eeuwige misfit zichzelf dwarszitten.