Rouwfloers

Zomerwoordhoek Belhamel, weshalve, kuierlatten, bakvis: het zijn allemaal vergeetwoorden. Ewoud Sanders geeft tekst en uitleg.

Nogal wat lezers van NRC hebben herinneringen aan woorden die je zelden of nooit meer tegenkomt, zeker niet in de media. Ze missen ze en zouden ze graag vaker horen of lezen.

Een goede oplossing: ga ze zelf vaker gebruiken, wellicht stimuleert u daarmee hun wederopstanding. Bovendien kunt u dergelijke woorden deponeren bij het ‘Gezelschap van Geadopteerde Vergeetwoorden’. Dat is een vast onderdeel van het veelbeluisterde radioprogramma De Taalstaat op Radio 1.

Wie graag oude woorden leest, kan zich op internet overigens volledig uitleven. Voor oude kranten zie Delpher.nl. Ik lees er zelf geregeld kranten van honderd, tweehonderd of driehonderd jaar geleden, die krioelen van de prachtigste vergeetwoorden. Nog een aanrader: het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het historische woordenboek voor het Nederlands. Daarin zijn tienduizenden woorden te vinden die wij niet meer gebruiken. Hier tien vergeetwoorden.

  1. Altoos

    Verouderd woord voor ‘altijd’. Komt nog weleens voor in kruiswoordpuzzels. En in juridische stukken, want juristen zijn dol op antiquarische woorden.

  2. Bakvis

    Oorspronkelijke betekenis: een kleine vis, geschikt om te bakken. Zeker sinds het begin van de 19de eeuw gebruikt voor „meisje tussen de veertien en de zeventien jaar (vaak met de bijgedachte: giechelig, stoeierig, onervaren)”. Deze definitie komt uit de Dikke Van Dale. Het WNT, gratis online te raadplegen, verwoordde het in 1895 zo: „Thans (…) somtijds gezegd voor een aankomend meisje.”

  3. Belhamel

    Jongens die zich thuis of op school als echte jongens gedragen, krijgen volgens SIRE al snel de diagnose ADHD, terwijl ze zich vroeger zo fijn konden uitleven. Dat jongens zich vroeger op school konden uitleven, lijkt mij zeer betwistbaar. Belhamels, bengels, bliksemstralen, deugnieten, doerakken, donderstenen, donderstralen, druiloren, kwapoetsen, lorejassen, nietsnutten, rakkers, rekels, schavuiten en schelmen – om nog een paar vergeetwoorden te gebruiken – kregen vroeger weliswaar geen ritalin, maar wel lijfstraffen. Officieel werden lijfstraffen op school in Nederland in 1820 afgeschaft, maar zelf kreeg ik in de jaren zeventig nog af en toe een bestraffende tik op het hoofd van mijn leraar Nederlands.

  4. Commensaal

    Mooi oud woord voor ‘kostganger’, dat zelf ook een vergeetwoord is.

  5. Fuif

    Al omstreeks 1850 opgetekend voor ‘jolige partij, prettige avond’, in de jaren zestig een modewoord, maar inmiddels flink aan het verouderen, ondanks een kleine opleving dankzij de reclameleus ‘Duyvis, als er een fuif is’.

  6. Goedertierenheid

    Mooi oud woord voor ‘barmhartigheid’, samen met lankmoedigheid, dat je ook zelden meer tegenkomt.

  7. Kuierlatten

    Vooral gebruikt in de uitdrukking de kuierlatten nemen en aan de kuierlatten trekken voor ‘ervandoor gaan, de benen nemen’. Komt nog voor, maar in NRC slechts 14 maal in 24 jaar, dus uitsterven dreigt.

  8. Rouwfloers

    In 1877 werd in Den Haag het eerste standbeeld van de filosoof Baruch Spinoza (1632-1677) onthuld. Daarbij werden twee portretten van hem meegedragen, beide „met rouwfloers omhuld”, zo meldde de Arnhemsche Courant indertijd. Het woord rouwfloers is vrijwel in de vergetelheid geraakt, tegenwoordig zegt men meestal rouwsluier.

  9. Weshalve

    „Wat is er mis met weshalve? Waarom gebruikt niemand dat meer?”, vroeg een lezer. Wie zich graag te goed wil doen aan weshalves (betekenis: waarom), kan zijn of haar hart ophalen op de site rechtspraak.nl. Daar is dit woord honderden keren te vinden, samen met bijvoorbeeld nopens en metterwoon.

  10. Wiedeweerga

    „Ik hoor of lees zelden meer de uitdrukking: als de wiedeweerga”, meldde een lezer. „Kunt u het niet een keer gebruiken?” Bij dezen.