Interview

Obscure vondsten uit de platentas

Interview De Duitse dj en producer Lena Willikens staat komende week op Dekmantel, het festival voor elektronische muziek.

Mannelijke technici die doen alsof ze niet weten hoe ze haar apparatuur moeten aansluiten, natuurlijk maakt ze dat mee, zegt dj en producer Lena Willikens. „Vooral bij live sets.” Maar de opmerking van landgenoot dj Konstantin dat mannen nou eenmaal betere dj’s zijn dan vrouwen, kan de Duitse niet serieus nemen. Dat Helena Hauff en zij van een line-up hadden moeten worden gehaald omdat hij daar had moeten staan, raakt haar niet. „Wat me nog het meest is bijgebleven, is de shitstorm die hij daarna online over zich heen kreeg.”

Het blijft een heikel onderwerp: seksisme in de muziekindustrie. De verantwoordelijkheid ligt vooral bij programmeurs, zegt Willikens. „Als je meer vrouwen op de line-up ziet, ontstaat vanzelf een sneeuwbaleffect. Dat heeft het meeste effect op de lange termijn.”

Lena is een van de vrouwelijke dj’s in het rijtje Aurora Halal, Avalon Emerson en dr. Rubinstein die snel naam maken in technoland. Zondag is de Duitse te beluisteren op Dekmantel Festival. Ze verontschuldigt zich, als ze eind juni rokend wacht achter het podium op het Strange Sounds From Beyond-festival in Amsterdam. Ze is moe. Op donderdag begonnen in Oxford, vrijdag door naar Glastonbury, zaterdag terug naar Düsseldorf om het weekend af te sluiten in Amsterdam. Ze vertelt met onderkoelde humor, de lippen rood gestift, over haar eerste optreden op Glastonbury. Ze stond op een van de kleinere podia, tegelijkertijd met Radiohead. „Dus ja, bij de eerste akkoorden vanaf het hoofdpodium was iedereen wel weg.”

Meestal gebeurt het omgekeerde: dat ze steeds grotere podia vol trekt, met haar opvallend trage, psychedelische, donkere sound, zoals tijdens Sonar Festival in Barcelona. In de brandende zon wist ze bezoekers te hypnotiseren met haar mix van industriële geluiden, vroege elektronische muziek (proto-techno) en Afrikaanse percussie. Ze was zenuwachtig of het wel zou werken in zo’n zonnige setting, geeft ze toe. „Ik speel liever in kelderclubs, daar komt mijn muziek beter tot haar recht.”

Niet toevallig is ze door Dekmantel Festival uitgenodigd met de Duitse electropunkpioniers D.A.F. en twee andere ladies of darkness: Helena Hauff en Marie Davidson. Zelf begon ze als liefhebber van punk, Jamaican Rocksteady en dub. Toen ze ging studeren aan de Kunstakademie in Düsseldorf deed ze onderzoek naar de geschiedenis van de stad, bakermat van Kraftwerk en krautrock. Ze concludeerde: „Al die rockmuzikanten studeerden ook aan de Kunstakademie!”

Het was nooit de bedoeling om mensen te laten dansen

Lena begon als tiener al met het verzamelen van platen die ze draaide voor vrienden op feestjes. Nog steeds doet ze dat voor het Britse online radiostation NTS. Tot een jaar geleden presenteerde ze met veel gevoel voor theater en effecten obscure vondsten in thema’s – van Japanse Disco tot Donald Duck – in haar radioshow Sentimental Flashbacks. De hang naar het onontdekte en exotische wijt ze deels aan de club die zo bepalend voor haar muzikale vorming is geweest: Salon des Amateurs.

„The Salon”, zegt ze liefkozend en het klinkt bijna Frans als ze het zo zegt. Drie vrienden (Detlef Weinrich, Aron Mehzion en Stefano Brivio) begonnen de bar in de Kunsthalle in Düsseldorf in 2004. Salon des Amateurs deed zijn naam meteen eer aan. „Het was een hang-out voor vrienden die slecht gemanaged werd. Ieder van ons moest inspringen. Ik begon aan de deur, daarna deed ik bar. Om de haverklap kwam Vladimir of Detlef binnenvallen: ‘kijk wat ik nu weer heb gevonden op de Record Fair!’”

Luisterfeestjes gingen door tot laat, het draaien kwam als vanzelf. Twee jaar liet ze de ene in de andere plaat overlopen, „zonder de beat gelijk te trekken. Tot het punt dat ik dacht: ik kan misschien wat aan de overgangen gaan doen, haha.” Het was nooit de bedoeling geweest om mensen te laten dansen, maar het publiek groeide mee en deed precies dat. Thuis maakt ze trage edits van vinyl-singeltjes die ze op half tempo afspeelt en probeert ze zoveel mogelijk rare combinaties uit.

Het geluid uit de Salon is populair. Andere dj’s zoals Bufiman, Tolouse Low Trax (Detlef Weinrich) en Vladimir Ivkovic, zie je ook op de affiches van Dekmantel Festival of Lentekabinet terug. Gemene delers zijn de obscure vondsten in hun platentas en het vermogen om een dansbaar geheel te maken van muziek die je niet per se verwacht in een clubcontext.

Ook Willikens wil zich niet in een hokje laten plaatsen – niet qua muziek, maar ook niet qua vorm. Eigenlijk is er niet zoveel verschil tussen haar werk als kunstenaar en haar dj-sets, zegt ze. „Ik maakte op de Kunstakademie installaties, ook met muziek. Het ging erom bezoekers een bepaalde sfeer in te trekken waar het publiek onderdeel van is. Mijn afstudeerproject was ook een club, compleet met bar.”

Nog steeds ziet ze zichzelf niet als kunstenaar of muzikant, maar als beide. De dag voor het interview voerde ze voor het eerst Phantom Kino Ballett op, met beeldend kunstenaar Sarah Szczesny. „Een audiovisueel drama”, zo noemt ze de improvisatievoorstelling waarbij ze met maskers en spandoeken door de filmzaal lopen. Ze kijkt uit naar hun residency in Kyoto in de herfst. Dan heeft ze eindelijk weer tijd voor de studio.

Haar debuut Phantom Delia (2015) is al even uit en vernoemd naar Delia Derbyshire, een vrouwelijke synthesizer-pionier. Als kind speelde Lena piano, toen ze halverwege de twintig was kocht ze haar eerste instrument: de theremin (een soort antenne). Daarmee begon ze een noise-project, Titanoboa. „Met de theremin en mijn effectpedalen kan je goed een wall of sound creëren. Het is lastig toon houden, omdat je in de lucht speelt. Dat trekt me, je hebt geen controle.”

Een typische kunstacademie-benadering? Ze knikt. „Ja. Dat is ook het fijne van muziek: op een gegeven moment kan je stoppen met nadenken en je laten leiden door wat ontstaat. Zo houd ik het ook interessant voor mezelf.”

Lena Willikens draait zondag 6 augustus op Dekmantel Festival in Amsterdam.

Verder op Dekmantel Festival

  • Larry Heard


    Larry Heard aka Mr. Fingers staat aan de wieg van Chicago House en is bekend van zijn melancholische gedragen houseclassic ‘Can You Feel It’ en acidhousebanger ‘The Sun Can’t Compare’ (als onderdeel van Fingers inc.). Hij speelt live (6/8).

  • Marie Davidson

    De live set van deze misleidend bevallige Canadese met louter analoge effecten en apparaten (tot een jaar geleden had ze geen laptop) houdt het midden tussen Franse chansons, gruizige techno en donkere slam poetry – gezongen door haarzelf (6/8).

  • Lorenzo Senni

    Trance beleeft een kleine revival in de underground en met zijn Persona EP heeft Senni – opgegroeid rond de superclubs van Rimini – de zaagtandsynthesizer in ere herstelt. Het schuurt, is euforisch en geeft je meer energie dan een tree energiedrankjes (3/8).

  • Dr. Rubinstein

    Ze maakte een van de meest verfrissende technopodcasts in de serie van muziekblog Resident Advisor en mocht een jaar later al het hoofdpodium van Sonar afsluiten naast Marcel Dettmann. Dr. Rubinstein laat horen hoe speels en divers techno kan zijn (4/8).

  • D.A.F.

    De Duitser electropunkers van D.A.F. (Deutsch Amerikanische Freundschaft) liepen voorop in de ontwikkeling van electro en techno in Duitsland. Het duo heeft net een box met vier albumklassiekers uitgebracht. De band laat horen hoe psychedelisch, zwartgallig en rauw hun muziek uit de vroege jaren tachtig nog steeds klinkt. (6/8).