Recensie

Nieuw album Arcade Fire: magisch én irritant

De mogelijkheden zijn oneindig. De Canadese indie-topgroep Arcade Fire liet het vijfde album Everything Now vooraf gaan door een satirische publiciteitscampagne, waarin ze een eigen beoordelingssite stereoyum.com lanceerden die een „recensie van de recensie voorafgaand aan de recensie van het album” biedt, als commentaar op de snelle verspreiding van meningen via internet. Ook stuurden ze een kledingvoorschrift (‘hip & trendy, geen korte broeken of flipflops’) aan tickethouders van hun concerten.

Titelnummer ‘Everything Now’ hekelt de overvloed aan keuzes die de hedendaagse consument ter beschikking staat. „Every room in my house is full of shit”, zingt Win Butler in een overdadige meezinger met ABBA-eske staccatopiano. Producers Thomas Bangalter (Daft Punk), Geoff Barrow (Portishead), Steve Mackey (Pulp) en Markus Dravs (Flaming Lips) geven Arcade Fire een geluid dat alle kanten op schiet, van robotachtige dansmuziek in ‘Signs of Life’ tot kriebelige computerpop met kabouterstem in ‘Electric Blue’. ‘Good God Damn’ flirt sensueel met blanke reggae en in de ballade ‘We Don’t Deserve Love’ zorgt de vals jengelende synthesizer voor een vervreemdend effect.

Meer nog dan het voorlaatste album Reflektor is Arcade Fires muziek een postmodern commentaar geworden op de wereld. Het gevaar ligt op de loer dat de band zich op een voetstuk plaatst van superieure, aan de ordinaire popcultuur ontstijgende kunst om de kunst. Opvallend zijn de twee versies van het korte nummer ‘Infinite Content’, eerst jachtig en geagiteerd en daarna country-achtig bedaagd. Alles is mogelijk, luidt de boodschap. „We’re infinitely content”, zingt Butler als apologie voor het feit dat ook Arcade Fire halfhartig toegeeft aan de roep zoveel mogelijk data en keuzemogelijkheden op internet te verspreiden. Het resultaat is een afstandelijk album met muziek die soms betovert, soms irriteert.