Recensie

Mozart met het mes op tafel

Janine Jansen was in Mozarts ‘Derde vioolconcert’ een verhalenverteller pur sang. Haar meeslepende spel was rijk aan melodische zeggingskracht, maar miste soms verfijning.

De Deutsche Kammerphilharmonie Bremen speelt geregeld zonder dirigent. Zo bezien was er geen man overboord toen chef Paavo Järvi gisteren wegens ziekte verstek moest laten gaan. Met kwieke gebaren en een zwiepende strijkstok nam concertmeester Florian Donderer de muzikale leiding voor zijn rekening vanachter zijn lessenaar.

Qua expressieve lichaamstaal deed Donderer nauwelijks onder voor violiste Janine Jansen die, gehuld in een rode killerdress en met zwierige motoriek, soleerde in het Derde vioolconcert van Mozart.

Muzikale verhalenverteller

Janine Jansen is een muzikale verhalenverteller pur sang die een bezwerende podium-présence paart aan zowel technisch soeverein als meeslepend spel. Neem haar eerste solo-inzet, die ze moeiteloos liet verschieten van een stevig aangezette dubbelgreep naar een vederlicht staccato. Ook illustratief: de doorvoelde bezieling waarmee Jansen de zangerige melodie van het ‘Adagio’ uit de snaren streek. In het slotrondo liet ze een plotselinge mineurwisseling onderhuids smeulen. En toch, bij vlagen ging Jansens streven naar melodische zeggingskracht ten koste van verfijning en leken ruim bemeten fraseringen, onstuimige glijtonen en gulle vibrato’s een maatje te groot voor een vroege Mozart.

Haar toegift - een bewerking voor viool, altviool en cello van de ‘Aria’ uit Bachs Goldbergvariaties - was daarentegen een wonder van kristallijnen eenvoud.

Moordende tempi

In zijn Eerste symfonie stelde Beethoven met sardonisch genoegen de klassieke stijl van Haydn en Mozart op de proef. Het werk begint in de ‘verkeerde’ toonsoort, omvat een menuet dat stiekem een grillig scherzo is en beweegt zich van stuwend accent naar plotseling tutti-klap.

De Kammerphilharmonie Bremen stond garant voor een al even onverschrokken uitvoering: moordend hoge tempi in de hoekdelen, scherpe ritmiek en dito contrasten tussen felle klankerupties en vinnig spel in de zachte passages.

Ook in Mozarts 34ste symfonie verscheen het mes op tafel. Helaas met rafelrandjes in de blazers tot gevolg.