Imperium van een schroevenkoning

Mecenas

De Duitse miljardair Reinhold Würth opende al diverse musea. Nu heeft hij ook zijn eigen orkest, het Würth Philhamoniker.

Kent Nagano, gastdirigent van de Würth Philharmoniker

Met beukend slagwerk, aanzwellende violen en felle blazers zweept dirigent Kent Nagano even buiten het lieflijke stadje Künzelsau de Würth Philharmoniker op tot een geluidsexplosie. Over de Zuid-Duitse heuvels vliegt zo het geluid van het droombeeld van de Amerikaanse componist John Adams: een supertanker die als een Saturnusraket uit de baai van San Francisco opstijgt. Het zijn de begintonen van diens Harmonielehre, een opvallende repertoirekeuze voor dit openluchtconcert.

Künzelsau, een stad met krap 15.000 inwoners, heeft zijn eigen symfonieorkest gekregen. Met dank aan de 82-jarige miljardair Reinhold Würth, die in de Duitse media tot zijn afgrijzen vaak wordt betiteld als ‘de schroevenkoning’. Künzelsau is de thuisbasis van zijn wereldwijde handelsonderneming in bevestigings- en montagematerialen. Hij woont zelf in een slot boven het stadje, met privéconcertzaal. Het galaconcert is op deze 21 juli het allereerste optreden van zijn Würth Philharmoniker, volgende week maakt het orkest zijn internationale debuut in Amsterdam in het Concertgebouw tijdens de Robeco Summernights.

Achter het publiek ligt het Carmen Würth Forum verzonken in de heuvel. Het gebouw van glas en staal, ontworpen door het bureau van David Chipperfield, is eerder die week geopend. Een cadeautje van Reinhold Würth aan zijn vrouw Carmen voor haar tachtigste verjaardag. Terwijl het donker wordt, gloeit rode verlichting langs de raamspijlen op. Sculpturen van Tony Cragg, Niki de Saint Phalle en Jaume Plensa tekenen zich fel af tegen de avondhemel in de nieuwe beeldentuin. Dit is de thuishaven van het nieuwe orkest, dat er een kamermuziekzaal (600 stoelen) tot zijn beschikking heeft en een grote zaal die ook voor conferenties gebruikt kan worden (1.500 stoelen). Bouwkosten: 60 miljoen euro.

In eerdere plannen zou er ook een museum bij gebouwd worden, om een deel van Würths collectie van ruim 17.000 schilderijen en sculpturen in onder te brengen. Dat is op de lange baan geschoven. „Maar het is niet uitgesloten dat het er nog komt”, zegt Sylvia Weber. Ze kent de 82-jarige ondernemer al sinds 1991, toen ze als curator in dienst trad. Intussen staat de kunsthistoricus aan het hoofd van alle kunstactiviteiten van Würth.

Een mecenas met een eigen orkest, het is vrij uniek. Prof. Dr. Reinhold Würth stond tot dusver vooral bekend als gretig kunstverzamelaar. „Maar een eigen orkest zit al heel lang in zijn hoofd”, vertelt Weber. „Hij is er echt over gaan praten toen de plannen voor het Carmen Würth Forum werden gemaakt. Er is een vaste bespeler voor de concertzalen nodig. Prof. Würth heeft vaak gezegd dat hij eigenlijk meer houdt van klassieke muziek dan van beeldende kunst. Al sinds hij als jongetje door zijn ouders werd meegenomen naar een concert in Wenen. Hij citeert graag de dichter Heinrich von Kleist: Ich betrachte die Musik als die Wurzel aller übrigen Künste.”

De ambities met het orkest zijn hoog. „Het moet Spitzenqualität krijgen, van de hoogwaardigste klasse zijn”, zegt Weber. „Hij hoopt dat we ons over een aantal jaren kunnen meten met de beste Duitse orkesten”, vertelt Mihai Constantinescu, de directeur van het Enescu Festival in Boekarest, die in december als intendant is aangesteld door Würth zelf.

Holbein van 60 miljoen

Het bedrijf van Würth is zo’n typisch Duits familiebedrijf dat tot de wereldspelers in niches hoort. In 1949, op veertien-jarige leeftijd, ging Reinhold Würth zijn vader helpen als tweede werknemer in diens handel van schroeven en moeren, vijf jaar later nam hij het bedrijf met twee werknemers over toen zijn vader op 45-jarige leeftijd overleed. Nu is het een onderneming met ruim 73.000 werknemers die een jaarlijkse omzet boekt van meer dan 12 miljard euro. Vorig jaar was de winst ruim 500 miljoen euro. Het privévermogen van Würth wordt door Forbes geschat op zo’n 10 miljard euro. Hij heeft een van de grootste jachten van Duitsland en vloog tot staar in zijn linkeroog het onmogelijk maakte zelf vaak in een van zijn vijf vliegtuigen.

Reinhold Würth.

Eind jaren zestig begon hij kunst te verzamelen, daartoe aangezet door zijn vriend, portretfotograaf Paul Swiridoff. Würths eerste aanschaf was de aquarel Wolkenspiegeling (1939) van Emile Nolde. Sindsdien bouwde hij een grote verzameling van 20ste- en 21ste-eeuwse kunst op, met werken van Picasso, Hockney, Baselitz, Richter, Christo en een flinke verzameling Max Ernst. Bij veertien vestigingen van zijn bedrijf laat hij delen van zijn collectie zien in kleine musea. Ook in Nederland, in ’s-Hertogenbosch.

Maar daar liet hij het niet bij.

Niet ver van Künzelsau, in het lieflijke middeleeuwse stadje Schwäbisch Hall, bewegen groepen toeristen zich door de 12de-eeuwse Johanniter Kirche. Hier bracht Würth in 2008 de vroeg-renaissancistische collectie onder die hij in één keer kocht van de adellijke familie Fürstenberg, met werken van onder andere Lucas Cranach de oudere en de jongere. De bezoekers verdringen zich vooral voor het pronkstuk: Madonna des Bürgermeisters Jacob Meyer zum Hasen van Hans Holbein. Dat schafte Würth in 2011 aan voor een bedrag tussen de 50 en 60 miljoen euro. Het was al het tweede museum dat Würth in samenwerking met de burgemeester naar het stadje bracht, om meer toeristen te trekken. Dat zijn er inmiddels honderdduizenden per jaar. Op 5 minuten lopen ligt de Kunsthalle Würth, een zandstenen gebouw dat in 2001 opende op de plek van een oude brouwerij.

Kunst behoort tot de bedrijfsfilosofie van de onderneming, zegt Weber. „Het is goed voor de uitstraling van het bedrijf.” Reinhold Würth heeft vaak gezegd dat kunst zijn handelsbedrijf een meer kosmopolitische uitstraling geeft, waardoor het kan uitstijgen boven concurrenten. En kunst is een investering. Würth ziet de verzameling ook als een mooie reserve voor het bedrijf, die in slechte tijden verkocht kan worden.

Zeker ook het orkest is een manier om personeel naar Künzelsau te trekken. „De dichtstbijzijnde steden als Würzburg of Stuttgart liggen hier tachtig tot honderd kilometer vandaan, best ver voor een avondje uit”, zegt Weber. „Door hier kunst aan te bieden, maak je het wonen hier aantrekkelijker. De musea zijn gratis, de toegang voor de concerten houden we heel goedkoop. We zien het als een genereuze geste naar de regio.”

Klankkleur

Met de Würth Philharmoniker bouwt Würth voort op de ervaringen die veel van de musici hebben opgedaan bij de Philharmonie der Nationen. Dat orkest met musici uit veertig landen van dirigent en pianist Justus Frantz werd lange tijd door Würth gesteund. Maar de flamboyante Frantz was geen zakelijk genie. Volgens Der Spiegel was Würth het zat elke keer de gaten te moeten stoppen en staakte hij de sponsoring.

De musici willen zich graag twee jaar kunnen oriënteren en dingen uitproberen

Van de twaalf musici die Würth in vaste dienst heeft genomen is het grootste deel overgestapt van de Philharmonie der Nationen. De overige musici worden ingehuurd, waarbij de orkestbezetting kan uitgroeien tot meer dan honderd musici. Voor de zestien geplande concerten in het Carmen Würth Forum en de internationale tournees zijn beroemde solisten gecontracteerd, onder wie violist Maxim Vengorov, pianist Nelson Freire en cellist Gautier Capuçon.

Een chef-dirigent is er nog niet. Voor de eerste twee jaar zijn er gastdirigenten aangetrokken. „De musici willen zich graag twee jaar kunnen oriënteren en dingen uitproberen”, zegt Constantinescu. „Bij de Philharmonie der Nationen hadden ze te maken met een onemanshow van Justus Frantz, dat willen ze even niet meer.”

In de eerste repetitieweek heeft gastdirigent Kent Nagano, normaal chef-dirigent van de Hamburgse Opera, hard aan de eigen klankkleur van het orkest gewerkt, vertelt hij na afloop aan de organisator van het concert in Amsterdam. Tijdens het Vijfde Pianoconcert van Beethoven en het intermezzo Rosamunde van Schubert valt het fluwelen geluid van de strijkerssectie op. „Maar er is nog veel aan te doen”, glimlacht hij. „Veel succes.”