Recensie

Een verslag bomvol avant-gardekunst

Enrique Vila-Matas krijgt een uitnodiging van de Documenta in Kassel om een week in een Chinees restaurant te gaan schrijven, terwijl het publiek over zijn schouder meekijkt.

Pierre Huyghe, Untilled Documenta 13

Een van de eerste dingen die Enrique Vila-Matas (Barcelona, 1948) doet in deze heerlijke roman, die zich goeddeels afspeelt op Documenta 13 (in 2012), is de lezer – voor zover die nog niet bekend is met de term – introduceren met het begrip mcguffin. Mcwat? Een gebeurtenis in film of literatuur die later geen enkele doel blijkt te dienen binnen een plot. Het pistool dat niet afgaat, de ontmoeting die nergens toe leidt, de opmerking die kant noch wal raakt.

Dat Vila-Matas de term gebruikt en zo galant is om de betekenis ervan uit te leggen, is tekenend voor In Kassel is niets wat het lijkt; een verslag dat bomvol avant-gardekunst zit, doorspekt is met grote en minder grote namen uit de literatuur, waarbij de hoofdpersoon ook nog eens alter ego’s aanneemt, maar dat nergens onvriendelijk of ontoegankelijk wordt. Vila-Matas neemt ruim de tijd om zijn verwijzingen te expliceren of de kunstwerken waarover hij schrijft te schetsen. Nergens verwordt het tot een tekst die om namedropping gaat, of die alleen geschikt is voor de lezer die bijzonder goed op de hoogte is van beeldende kunst en literatuur.

Chinees restaurant

De roman is een ode aan die kunst. Enrique, niet toevallig vernoemd naar zijn schepper, krijgt een uitnodiging om, tijdens de vijfjaarlijkse hedendaagse-kunsttentoonstelling Documenta in Kassel, daar een week in een Chinees restaurant te gaan schrijven, terwijl het publiek over zijn schouder meekijkt. De schrijver, lijdend aan avondlijke melancholie en een rijke fantasie, ziet er enorm tegenop. Toch gaat hij. Want het voorstel voelt ook ‘alsof ze me hadden gevraagd om bij mijn favoriete voetbalclub te komen spelen’. Drieënzestig jaar is Enrique, en hij maakt na een inzinking een goed herstel door (het thema van Documenta is Collapse and Recovery).

Naarmate het boek vordert, wordt zijn lijst met redenen om naar Kassel te gaan, of om er te zijn, steeds langer: zich verdiepen in avant-gardekunst (is die relevant?), het bewonderen van een scheve klok, zijn enthousiasme terugkrijgen, het geheim van het universum doorgronden… Hij doet het (bijna) allemaal. Als zichzelf, als een Chinees (alter ego één), als Autre (twee) en als Piniowsky (drie, naar een personage van Joseph Roth).

Hij heeft het zwaar. In Kassel lijkt niemand hem te begrijpen, en hij begrijpt alleen maar talen die hij niet verstaat – zo kun je zelf verzinnen wat er gezegd wordt. Bovendien lijdt hij aan die stemmingswisselingen. Maar wat hem vooruit helpt is, waarlijk, de kunst die hij bekijkt. De man die eerder schrijft ‘uit pure zelfbescherming de wereld de rug toe te keren’ en die het geloof in die wereld, en Europa in het bijzonder, geheel verloren lijkt te zijn, hervindt betekenis in een donkere ruimte waar dansers naar hem fluisteren (This Variation, Tino Sehgal), in een biotoop met daarop een windhond met een roze poot (Untilled, Pierre Huyghe), bij een briesje (I Need Some Meaning I Can Memorise, (The Invisible Pull, Ryan Gander).

Met In Kassel is niets wat het lijkt geeft Vila-Matas – schrijver van een omvangrijk, gevarieerd oeuvre – je een uiterst onderhoudende en strikt persoonlijke rondleiding over de Documenta, zo invoelbaar alsof je er zelf bent geweest. Op zijn eigen chaotische manier daagt hij de lezer uit om over kunst na te denken, over het belang van soms eens te wisselen van persoonlijkheid, over hoopvol zijn, ook als je een hartstochtelijk melancholicus bent. En die mcguffin, waar je al vanaf pagina één beducht voor bent? Die is hilarisch. Ze heet Nene.