De laatste man in de Benelux die nog priestergewaden verkoopt

Kazuifels

Als kind speelde Jef Bax priestertje. Nu heeft hij als enige in de Benelux nog een winkel in priestergewaden.

Jef Bax in zijn winkel vol kazuifels in Baarle.

Tijdens de ochtendmis observeert Jef Bax (83) altijd minutieus de kleding van de priester. Een verkreukelde omslagdoek, een gevouwen hemd onder een scheef gedragen gewaad: het hoeft maar een millimeter te zijn verschoven „of ik heb wel een opmerking”. Hij lacht. „Beroepsmisvorming noemen ze dat.”

Jef Bax – gestreept hemd, gilet en vlinderstrik – leunt op de toonbank in zijn winkel in het Nederlands-Vlaamse enclavedorp Baarle. Om hem heen staan vitrines vol gekleurde kazuifels, priestergewaden. Sommige zijn sober, andere zijn versierd met kruizen, of beeltenissen van duiven – het symbool van de heilige geest.

Op deze zomerse zaterdag sjezen auto’s door het centrum, terrassen zitten vol met dagjesmensen. Binnen is het koel, Jef Bax’ voetstappen weerklinken door de winkel. Hij is de enige winkelier in de Benelux die nog kazuifels verkoopt. Maar hoe lang nog, weet hij niet. „Doordat er steeds minder priesters in Nederland en België zijn, verkoop ik minder.”

Zijn eerste priestergewaad kreeg hij op zijn zevende van Sinterklaas: een op maat gemaakte kazuifel, inclusief kelk en vaatwerk – het was in de jaren 40 populair kinderspeelgoed. De gebeden, de eucharistie, het gezang, alles wat de pastoor deed, speelde Bax met buurtvriendjes na. Eén was de voorganger, de rest het volk in de kerk. Jef Bax wilde meer: hij verknipte zwarte doeken tot gewaden om een begrafenis na te doen. Op de dorpsschool legde hij met z’n spulletjes leeftijdgenootjes de taken van de priester uit. Nog voor hij misdienaar was, hielp hij met het klaarmaken van het altaar.

Na de lagere school wilde hij naar „de priesterkweekschool”. Hij kwam inderdaad terecht op een internaat, in Lommel in Belgisch Limburg, bij paters die het heilige sacrament aanbeden – het lichaam van Christus. Zijn geloofsovertuiging, het priester-zijn en de fascinatie voor katholieke rituelen en liturgie kwamen daar samen. Op zijn achttiende nam hij het besluit om het klooster in te gaan: Jef Bax werd frater Herman Jozef. Elke nacht, telkens op een ander uur, stond hij op om in wisseldienst het lichaam van Christus te aanbidden. Overdag mediteerde hij, reciteerde hij gebeden. Van het kerkwerk tot voetballen, alles deden hij en de vijftig andere broeders in geestelijk gewaad.

Interieur poetsen

Elke dag leek hetzelfde door de dagindeling, maar zo voelde het niet. De steeds andere gebeden, de afwisseling van de liturgische jaargetijden, Herman Jozef was gelukkig. Tot na twee jaar zijn ouders kort na elkaar ziek werden, hartproblemen. Tijdens een wat hij dacht tijdelijk verlof reisde hij naar Baarle om hen te verzorgen. Ze werden beter, en hij stond op 22-jarige leeftijd opnieuw voor de kloosterpoort. Maar de overste zei: nee, een keer buiten, is altijd buiten, wie zijn vader en moeder meer liefheeft dan God, is het goddelijke niet waard.

Frater Herman Jozef werd weer Jef Bax. „In die tijd was het klooster veel strenger dan nu,” zegt hij, zonder wrok. „Maar dat ene zinnetje heeft altijd in mijn hoofd gezeten.”

Foto’s Lars van den Brink

Terug in Baarle werkte hij in zijn vaders supermarkt, waar hij achter de kassa stond en de schappen vulde. Maar het geloof bleef een belangrijke rol in zijn leven spelen, in de plaatselijke kerk gaf hij lezingen en poetste hij het interieur.

Hij bleef bidden, zijn relatie met god was onverminderd aanwezig. Elk vrij moment bezocht hij kloosters in de wijde omtrek en woonde kerkdiensten bij. „Zelfs in het klooster waar ik heb gezeten. Dat was niet ongemakkelijk, daar woonden immers mijn vrienden.”

Zijn ouders hebben hem altijd gesteund in zijn relatie tot het geloof – van het klooster tot het poetsen in de kerk. „Mijn vader heeft er nooit iets van gezegd, maar soms denk ik dat hij dacht: het was beter als je wat meer in de zaak werkte.”

Jef Bax werd verliefd. Vijftien jaar na het klooster trouwde hij, en kreeg vier kinderen en acht kleinkinderen. Naast zijn vaders zaak liet hij een eigen winkel bouwen met bovenwoning. Eentje met luxe artikelen: gouden kandelaren, zilveren glazen en porseleinen servies. En een hoekje voor priestergewaden. Hij sloot een overeenkomst met een kazuifel-atelier in Brugge, waar hij tot op de dag van vandaag zijn gewaden bestelt.

Soms zie je weken niemand, soms zijn er een paar klanten op een dag

Vanaf eind jaren zeventig kwamen steeds meer priesters en geestelijken langs, de collectie werd groter. Vanaf midden jaren 80 richtte hij zich vooral op de priesterkledij omdat de luxeproducten steeds minder goed verkochten.

„Ik zag het bij mijn eigen kinderen”, zegt hij. „Toen zij trouwden, mochten ze alles van mij hebben: porseleinen serviezen, eikenhouten meubelen. Maar ze wilden het niet, te duur, niet hun smaak. Ze gingen liever naar Ikea.”

Hij loopt over de zwart-witte tegels in zijn winkel. Om hem heen enkel priestergewaden, die hij zijn leven lang bleef verzamelen. Hij struinde kloosters en kerken af, bezocht beurzen of kreeg ze cadeau. Een uit de hand gelopen hobby, net zoals een kunstliefhebber schilderijen verzamelt.

Bij een paspop waarover een kazuifel met een groot kruis van bladgoud en ingelegde stenen hangt, staat hij stil. „Van dit barrokkazuifel krijg ik geen genoeg. Het is puur handwerk, de paters die het maakten konden niet te lang borduren met dit stugge materiaal, anders gingen hun vingers bloeden.” Hij pauzeert even. „Het is net kunst.”

Gewaden terug naar het bisdom

De klandizie is fors teruggelopen. „Soms zie je weken niemand, soms zijn er een paar klanten op een dag. Het is onvoorspelbaar.” Gekleurde kazuifels, die bij de verering van heiligen en martelaren gedragen worden, verkoopt hij minder doordat daarvoor doordeweeks bijna geen missen meer zijn. En doordat steeds meer gewaden na de sluiting van een kerk of kloosterorde teruggaan naar de voorraad van het bisdom, die de kledij weer verdeelt.

Foto Lars van den Brink

Onlangs zocht een priester in Bax’ winkel een koorkap voor een begrafenis. Duizend euro kostte die. De priester moest erover nadenken. Een paar maanden later kwam Bax de priester tegen: bij het bisdom had hij een koorkap voor twintig euro gekregen. Daar kan hij niet tegenop concurreren, ook omdat het atelier in Brugge alleen met hoogwaardige materialen werkt. Soms verkoopt Bax op aanvraag kazuifels van mindere kwaliteit, of met korting, maar omdat het handwerk is kan hij niet heel veel aan de prijs doen. Eigenlijk is de winkel niet meer rendabel, het is te vol te houden omdat hij weinig lasten heeft.

In het kantoortje achterin de winkel gaat hij aan een groot eikenhouten bureau zitten. Er ligt niets op. De boekenkasten zijn leeg. Op een plank foto’s van zijn kleinkinderen. „De winkel, het huis hierboven, de kazuifels, de meubels, alles is te koop.” Hij wil met zijn vrouw naar een kleiner appartement. „Er kan nog een paar jaar overheen gaan, maar zo lang de winkel nog niet verkocht is, blijf ik hier.”