De geschiedenis van NRC

Oprichting

NRC Handelsblad bestaat sinds 1970, als resultaat van een fusie tussen twee oude kranten: het in Amsterdam gevestigde Algemeen Handelsblad (opgericht in 1828) en de Nieuwe Rotterdams(ch)e Courant (1844). Dat waren twee liberale kranten waarmee het in de jaren voor de fusie financieel slecht ging. De samenvoeging was dus uit nood geboren. Doordat de kranten bijvoorbeeld al werkten met een gemeenschappelijke parlementaire redactie en in het buitenland met dezelfde correspondenten, was de fusie ook inhoudelijk niet onlogisch.

In de middag van 1 oktober 1970 verscheen de eerste editie van NRC Handelsblad. En van Handelsblad NRC, want om de lezers uit Amsterdam en omgeving en de rest van noordelijk Nederland te gerieven gold in dat verschijningsgebied de eerste twee jaar een andere titel.

De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad is uitgebreid te lezen in het boek Het succes van een kwaliteitskrant, geschreven door de historicus Pien van der Hoeven en in 2012 verschenen bij uitgever Prometheus.

Lux et Libertas

De nieuwe krant voerde als motto Lux et Libertas (Licht en Vrijheid), woorden die waren opgenomen in het wapen dat tussen de twee eigennamen op de voorpagina stond. Nog altijd siert deze lijfspreuk, die was overgenomen van het Algemeen Handelsblad, de voorpagina van NRC Handelsblad; wel onderging het wapen in 2001 een verandering. Het stond en het staat ook boven het redactioneel commentaar van deze krant. Het eerste vignet was afkomstig van het Algemeen Handelsblad, waar het op zaterdag 22 maart 1828 voor het eerst de voorpagina sierde. In 2001 maakte ontwerper Gerrit Noordzij een modernere versie van het logo.

Uitbreiding

Vanaf 1995 was NRC Handelsblad meer dan een krant van papier. Als eerste in Nederland verspreidde de krant haar nieuws, in woord en beeld, toen ook op internet en verrijkte dat met dossiers.

Middagkrant NRC Handelsblad kreeg in 2006 gezelschap van een ochtendkrant. Dat jaar werd nrc.next opgericht. Deels gemaakt door dezelfde redactie, deels door redacteuren die zich specifiek op de doelgroep van nrc.next richtten: de jongeren.

Al die tijd kende de krant nog een uitgave die in het binnenland vrijwel onbekend was: een weekeditie voor lezers in het buitenland. NRC Handelsblad nam de NRC Overzeesche Weekeditie over, die in 1986 werd omgedoopt in NRC Handelsblad Weekeditie voor het buitenland. Het blad bestaat nu onder de titel NRC De Week.

Beginselen en normen

In de allereerste uitgave liet de hoofdredactie van NRC Handelsblad weten waar de krant voor stond in een hoofdredactioneel commentaar onder het kopje ‘Onze Beginselen’.

Nog altijd gelden deze uitgangspunten onverkort bij het maken van de kranten, de websites en andere verschijningsvormen. De hoofdredactie zegt hierin zich te willen richten ,,tot een publiek dat bereid is na te denken”. De eerste zin luidt: ,,NRC-publicaties worden geredigeerd vanuit een liberale geesteshouding met eerbied voor het individu en de beginselen van verdraagzaamheid, redelijkheid en openheid.”

In de beginselverklaring noemt de krant zich behalve modern liberaal ook onpartijdig. ,,Nog steeds zien wij in de vrije ontplooiing van de gaven die in de individuele mens verborgen liggen, het hoogst bereikbare ideaal”, staat er verder.

,,Alles wat die vrije ontplooiing remt of verkrampt, stuit op ons wantrouwen. […] Daarom geldt ons wantrouwen in beginsel iedere collectiviteit: hetzij staat, partij of voetbalclub.”

In de eerst editie van nrc.next, 15 maart 2006, werden ‘Onze beginselen’ opnieuw afgedrukt, zij het in meer eigentijdse bewoordingen.

Voor de redactie (zowel de kranten als de website) gelden verder de richtlijnen, codes, die in het NRC Stijlboek zijn verwoord. ,,De NRC Code wil ook het karakter en de kernwaarden van NRC-journalistiek vastleggen voor redacteuren, medewerkers, abonnees en lezers. Daarnaast kan de code dienen als grondstof voor het journalistieke gesprek op de redactie en daarbuiten.”

Het Stijlboek verscheen aanvankelijk in boekvorm. Het werd in 2000 uitgegeven door Van Dale en bevatte vooral taaladviezen en spellingsregels. Nu ligt de nadruk op de code die voor de redactie geldt en die zo nodig kan worden herzien, en is het Stijlboek alleen nog digitaal te raadplegen.

Eigenaars

Net als de twee kranten van voor de fusie was NRC Handelsblad bij zijn aanvang een uitgave van de Nederlandse Dagbladunie (NDU), later kortweg Dagbladunie geheten en tevens de uitgever van het Algemeen Dagblad en een aantal regionale kranten. In 1979 werd de NDU gekocht door uitgever Elsevier, dat op zijn beurt in 1993 samenging met Reed. In 1995 verkocht Reed Elsevier de Dagbladunie aan boeken- en krantenconcern PCM (Perscombinatie Meulenhoff), uitgever van de Volkskrant, Trouw en Het Parool. Bijna alle landelijke kranten kwamen zo in handen van één uitgeefbedrijf, evenals een aantal regionale dagbladen, zoals het Rotterdams Dagblad.

In 2004 kreeg de Britse investeringsmaatschappij Apax de meerderheid van de aandelen PCM in handen. In 2007 droeg deze private-equity-onderneming haar aandelen over aan de Stichting Democratie en Media, die zo een meerderheid verwierf. Wel liet het Britse bedrijf PCM met een grote schuld en een negatief vermogen achter.

De eigenaren van PCM vonden in 2009 een nieuwe koper: de Belgische uitgever De Persgroep. Dit bedrijf bood NRC Handelsblad en nrc.next (met de andere uitgaven ondergebracht in NRC Media) vervolgens te koop aan en na een veiling werden investeringsmaatschappij Egeria en de toenmalige tv-zender Het Gesprek de nieuwe eigenaars van NRC Media. In 2010 nam Egeria de aandelen van Het Gesprek over.

In 2014 werd NRC Media opnieuw te koop aangeboden. Sinds 2015 is NRC Media daardoor eigendom van de Belgische uitgever Mediahuis, eigenaar van diverse Vlaamse kranten, websites en magazines, en ook van de Nederlandse dagbladen De Limburger en het Limburgs Dagblad.

Hoofdredacteuren

Toen NRC Handelsblad op 1 oktober 1970 voor het eerst verscheen, telde de nieuwe krant drie hoofdredacteuren, van wie André Spoor (1931-2012) de managing editor was. Ook H.J.A. (Henk) Hofland, eerder hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, en J.L. (Jerôme) Heldring, die deze functie bij de NRC had bekleed, voerden de titel van hoofdredacteur. Beiden namen in 1972 andere taken op zich, waardoor alleen Spoor overbleef. Hij was eerder al hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad geweest, nadat hij daarvoor op de buitenlandredactie van de NRC had gewerkt en onder meer correspondent voor de Gemeenschappelijke Pers Dienst (GPD) was geweest in het toenmalige West-Duitsland en de Verenigde Staten. Na zijn vertrek bij NRC Handelsblad werd hij hoofdredacteur van Elseviers Magazine; in 1987 werd hij weer actief voor de krant als correspondent in Oostenrijk.

In 1983 volgde Wout Woltz (1932), correspondent in Londen, Spoor op. Hij was al in 1960 als jonge redacteur bij het Algemeen Handelsblad in dienst getreden, nadat hij daarvoor bij Het Vrije Volk had gewerkt. Bij het Handelsblad werd hij in 1969 adjunct-hoofdredacteur, hij was er een jaar eerder na een kortstondig uitstapje bij een reclamebureau teruggekeerd als chef features. Ook bij NRC Handelsblad maakte Woltz, alvorens naar het Verenigd Koninkrijk te vertrekken, als adjunct deel uit van de hoofdredactie.

In 1990 legde Woltz het hoofdredacteurschap neer. Hij bleef als verslaggever aan de krant verbonden. Ook fungeerde hij van 1994 tot en met 1996 als bijzonder hoogleraar persgeschiedenis en persvrijheid aan de Erasmus Universiteit.

Dit hoogleraarschap was ingesteld door de Maarten Rooij Stichting, in 1988 door NRC Handelsblad opgericht toen de krant zijn 200.000ste abonnee verwelkomde. Rooij (1906-1986) was oud-hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant.

Ben Knapen (1951) werd in 1990 de nieuwe hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Hij was in 1977 in dienst van de krant getreden op de redactie buitenland, na een kortstondige carrière als leraar geschiedenis. Later werd hij correspondent in West-Duitsland en de Verenigde Staten. Tussen die twee correspondentschappen door was hij algemeen redactiechef. Hij verliet de krant in 1996 en ging het bedrijfsleven in. Eerst naar Philips en vervolgens, in 1999, trad hij toe tot de raad van bestuur van PCM, toen de uitgever van onder meer NRC Handelsblad. In 2006 keerde hij kortstondig terug bij deze krant en in de journalistiek: als correspondent in Zuidoost-Azië. In 2008 werd hij lid van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid en bijzonder hoogleraar ‘media en kwaliteit’ aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In 2010 werd hij in het kabinet-Rutte I staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, in 2013 vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank bij de Europese Unie en in 2015 Eerste Kamerlid voor het CDA.

In 1996 volgde Folkert Jensma (1957) Ben Knapen op. Ook hij was zijn journalistieke carrière in de dagbladjournalistiek begonnen bij NRC Handelsblad; daarvoor was hij redacteur bij het universitaire weekblad Mare in Leiden. Voordat hij hoofdredacteur van NRC Handelsblad werd, had hij bij de krant diverse andere functies vervuld: redacteur binnenland, algemeen verslaggever, parlementair redacteur, correspondent in Brussel en chef van het Zaterdags Bijvoegsel. Hij werd in 2006 de eerste hoofdredacteur van nrc.next (hij was het al van nrc.nl), al was het voor korte tijd. Later dat jaar legde hij zijn functie neer.

Jensma bleef aan de kranten en de website verbonden als juridisch redacteur, columnist en commentator. Ook zette hij het weblog Recht & Onrecht op. Voor zijn wekelijkse column De Rechtstaat ontving Jensma in 2014 de Heldringprijs. Hij bekleedt diverse nevenfuncties. In 2008 werd hij voorzitter van het Persvrijheidsfonds van de Nederlandse Vereniging van Journalisten; in 2011 werd hij voorzitter van het stichtingsbestuur van de Raad voor de Journalistiek en in 2015-2016 was hij waarnemend voorzitter van deze raad zelf.

Als eerste vrouw werd Birgit Donker (1965) in 2006 hoofredacteur van NRC Handelsblad, nrc.next en nrc.nl. Zij was op dat moment al adjunct-hoofdredacteur en plaatsvervangend hoofdredacteur. Nadat ze haar journalistieke opleiding in Parijs had genoten, was ze in 1991 in dienst van NRC Handelsblad getreden. Daar werkte ze als redacteur onderwijs en als correspondent in Brussel alvorens ze in 1999 toetrad tot de hoofdredactie. Na een conflict over haar bevoegdheden met directie en uitgever (toen Egeria) trad ze in 2010 terug als hoofdredacteur en werd verslaggever bij de kunstredactie. In 2010 stapte ze over naar het Mondriaan Fonds, waarvan ze directeur werd.

De Belg Peter Vandermeersch (1961) was niet alleen de eerste buitenlander die in 2010 hoofdredacteur werd van alle papieren en digitale uitgaven van NRC Media, hij was ook de eerste die niet eerder een journalistieke functie bij NRC Handelsblad had vervuld. Hij kwam als ‘buitenstaander’.

Van 1988 tot 2010 had hij gewerkt bij de Vlaamse krant De Standaard, waarvan hij sinds 1999 hoofdredacteur was. In 2006 werd hij bij zijn uitgever, Corelio, algemeen hoofdredacteur van de dagbladdivisie, waardoor bijvoorbeeld ook Het Nieuwsblad onder zijn journalistieke verantwoordelijkheid viel.

Journalist werd Vandermeersch na diverse studies in Gent, Parijs en aan Harvard in New York. Zijn journalistieke carrière bij De Standaard omvatte onder meer correspondentschappen in Parijs en New York. De hoofdredacteur communiceert met zijn lezers via een eigen weblog.

nrc.nl

In 1995 zette NRC Handelsblad zijn eerste stappen op internet. De website www.nrc.nl werd opgezet. In die beginperiode werd de site beschouwd als aanvulling op de papieren krant. De site bevatte nieuwsberichten en bood een platform voor discussies. In de pionierstijd werd alles ‘gratis’ aan de bezoekers van de site geserveerd.

Diverse malen werd de website, waarvan de betekenis steeds groter werd, vernieuwd: onder meer in 2000, 2010 en 2015. Aanvankelijk had ook nrc.next een eigen website. Maar later werden beide sites geïntegreerd in het aparte ‘merk’ nrc.nl.

Er werden de aflopen jaren diverse redactionele weblogs opgezet, die de mogelijkheid boden voor lezers om te reageren. Wegblogs kwamen en gingen, maar nog altijd zijn ze er.

Eind 2004 werd NRC Handelsblad ook digitaal aan de lezers beschikbaar gesteld. Later werd het mogelijk dat lezers zich alleen op deze digitale edities abonneerden. In toenemende mate droegen de digitale uitgaven bij aan de oplages van de kranten. Lezers kunnen alle edities die sinds donderdag 2 december 2004 zijn verschenen, digitaal raadplegen.

In 2014 werd bij wijze van experiment de website NRC Q opgericht, waarin de nadruk werd gelegd op economisch nieuws. In 2016 werd deze site geïntegreerd met de ook toen vernieuwde nrc.nl. Dat jaar kwam er ook de nrc.nl-app, die lezers de mogelijkheid biedt de kranten te lezen op hun iPad en iPhone. Ook met readers trachtte NRC zijn lezers te interesseren.

Met tv experimenteerde NRC in de periode 2006-2010, enige tijd in samenwerking met RTL.

Chef boeken Pieter Steinz maakte voor NRC.tv een boekenprogramma:

Inmiddels geeft de krant ook dagelijks en wekelijks nieuwsbrieven uit, of incidenteel over actuele onderwerpen.

De rol van de website is bij NRC Media steeds groter geworden. Het nieuws van de krant wordt er als eerste gepubliceerd. De redacties van papier en digitaal zijn geïntegreerd. Het multimediale karakter van het bedrijf wordt ook geïllustreerd met de presentatie van video’s en podcasts.

Een video met Midden-Oostenredacteur Carolien Roelants:

Een aflevering van de podcast Haagse Zaken, over Mark Rutte:

nrc.next

Op 14 maart 2006 verscheen de eerste editie van de ochtendkrant nrc.next, aanvankelijk van maandag tot en met vrijdag. De krant richtte zich op ,,de nieuwe generatie geïnteresseerde mediagebruikers”, zoals hoofdredacteur Jensma het uitdrukte. De krant verscheen niet op het toen gebruikelijke broadsheetformaat, maar als ‘tabloid’. Ook verscheen en verschijnt nrc.next digitaal. Sinds 12 oktober 2013 komt deze krant ook op zaterdag uit.

Nrc.next begon met een deels zelfstandige redactie, die wel artikelen uit NRC Handelsblad overnam (het omgekeerde gebeurde ook). In 2015 werden de redacties van nrc.next en NRC Handelsblad samengevoegd. De nieuwgevormde redactie maakte en maakt beide kranten, die inhoudelijk steeds minder verschillen. In 2017 werd een nieuwe stap gezet: zowel de ochtend- als middagkrant telt doordeweeks drie katernen.

De redactie van nrc.next kende zelfstandig opererende leidinggevenden, die de titel ‘hoofdredacteur’ voerden, maar hiërarchisch ondergeschikt waren aan de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Dit waren achtereenvolgens Hans Nijenhuis, Titia Ketelaar, Rob Wijnberg, opnieuw Hans Nijenhuis en René Moerland. Tegenwoordig heeft nrc.next geen aparte hoofdredacteur meer.

Bijlagen

Naast de nieuwskaternen vormen bijlagen een vast onderdeel van NRC Handelsblad. De allereerste was het Cultureel Supplement, geesteskind van K.L. Poll (1927-1990), die eerder chef Kunst bij het Algemeen Handelsblad was geweest. Het eerste CS, zoals de naam werd afgekort, verscheen op 2 oktober 1970, dus één dag nadat NRC Handelsblad voor het eerst was uitgekomen. Poll was ook de initiatiefnemer van de Huizinga-lezing, waarvan de eerste op 8 december 1972 werd gehouden (schrijver en redacteur Rudy Kousbroek was de spreker). Tot en met 2013 werd de Huizinga-lezing daarna jaarlijks onder auspiciën van onder meer NRC Handelsblad gehouden, de meeste keren in de Pieterskerk in Leiden.

Andere bijlagen volgden het CS. Zoals het Zaterdags Bijvoegsel. Bijlagen kwamen, verdwenen of bleven, zoals Mens & Bedrijf (later veranderd in E, de E van economie), Wetenschap en Onderwijs (later alleen Wetenschap genoemd), Boeken, Agenda, Leven &cetera, Opinie & Debat, Lux, Sport (eerder Sporttotaal geheten), Profiel (later Thema genoemd) en allerlei incidentele supplementen. Tegenwoordig kent de krant dagelijkse katernen voor economie en voor cultuur (waarin de vroegere bijlagen CS en Boeken zijn geïntegreerd).

Van december 1998 tot en met maart 2009 verscheen elke maand bij NRC Handelsblad het kleurenmagazine M. Het maakte daarna plaats voor NRC Weekblad, waarin het Zaterdags Bijvoegsel opging. Ook dat verdween, het magazine Deluxe kwam en dat maakte in 2016 plaats voor Het Blad, een lifestyle magazine dat tienmaal per jaar bij NRC Handelsblad en nrc.next verschijnt. Ook gaf NRC Media in de jaren 2008-2010 het kwartaalmagazine NRC Focus, over economie, uit.

Boeken

In samenwerking met uitgever Prometheus, indertijd concerngenoot bij PCM, gaf NRC Handelsblad ook boeken uit. Het boekenfonds werd in 2000 opgericht. Tot de eerste boeken behoorde Frankrijk achter de schermen van correspondent Marc Chavannes. Andere boeken van correspondenten volgden, evenals diverse andere uitgaven van NRC-redacteuren en -medewerkers.

In 2010 werd het fonds ondergebracht bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Daar stierf het een stille dood. Wel schrijven NRC-redacteuren- en medewerkers nog altijd boeken van uiteenlopende genres.

Commentaren

Vanaf de eerste editie in 1970 kent NRC Handelsblad dagelijks een of meer hoofdartikelen, later aangeduid als ‘Commentaar’, waarin de mening van de krant wordt verwoord. Ze worden geschreven door daartoe aangewezen commentatoren (redacteuren van de krant), en komen tot stand na overleg
met de hoofdredacteur en/of andere leden van de hoofdredactie. Ze worden niet ondertekend: de artikelen geven niet de mening van een individuele redacteur weer maar van ‘de’ krant. Ze verschenen lange tijd op een van de Opiniepagina’s, vervolgens op pagina twee, in uitzonderlijke gevallen op de voorpagina en sinds 14 februari 2017 weer bij Opinie. Ook zijn ze te lezen in nrc.next en op nrc.nl.

Columnisten

Tot de ‘gezichten van de krant’ behoren de columnisten, die soms als redacteur, soms als medewerker actief waren of zijn voor de kranten en de website. Columnisten komen en gaan, maar langdurig bleef bijvoorbeeld J.L. Heldring (1917-2013) met zijn rubriek Dezer Dagen. Hij begon ermee op 4 januari 1960 in het Algemeen Handelsblad en publiceerde de laatste op 5 april 2012 in NRC Handelsblad. In 1972 ontving hij voor zijn werk een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam. De naam van Heldring is ook verbonden aan de columnistenprijs die NRC sinds 2012 laat uitreiken.

Ook H.J.A. Hofland (1927-2016) schreef tientallen jaren wekelijks een of meer columns voor de krant, tot kort voor zijn dood. Onder het pseudoniem S. Montag verscheen bovendien wekelijks op zaterdag zijn rubriek Overpeinzingen, in totaal 1.845 maal. ‘Journalist van de eeuw’ was maar een van de onderscheidingen die Hofland in zijn leven ten deel vielen.

Redacteur Frits Abrahams schrijft sinds 12 oktober 1998 op de Achterpagina dagelijks, vakanties uitgezonderd, zijn kroniek die tot oktober 2012 Dag heette, daarna Column en tegenwoordig FA. Het is een activiteit die hij ook na zijn pensionering is blijven voortzetten.

Tot de columnisten die schreven of schrijven voor NRC Handelsblad en nrc.next behoren onder vele, vele anderen Louise O. Fresco, Marjoleine de Vos, J.M. Bik, Mark Kranenburg, Christaan Weijts, Martin van Amerongen, Hubert Smeets, J.H. Sampiemon, Folkert Jensma, Jutta Chorus, Marc Chavannes, Hugo Camps, Tom-Jan Meeus, Rita Kohnstamm, Peter Winnen, Joyce Roodnat, Piet Borst, Menno Tamminga, Maarten Schinkel, enzovoorts, enzovoorts.

Sinds 2001 schrijft Bas Heijne, met tussenpozen, wekelijks een column op zaterdag, waarvoor hij in 2005 de Henriette Roland Holstprijs ontving. In 2016 werd hij voor zijn essays onderscheiden met de P.C. Hooftprijs.

Cartoonisten

Cartoonisten zijn columnisten met een potlood (tegenwoordig in de vorm van een pc) die daarnaast aan één of een paar woorden genoeg hebben. Ze prefereren de knipoog boven het ernstige betoog. Van april 1980 tot september 2005 had Pim Vermaat een hoekje linksonder op de voorpagina van NRC Handelsblad, waarin hij eerst met zijn Wereldbollen en later met zijn Krekels het nieuws van een snedige reactie voorzag.

Hij werd opgevolgd door de Belg Kamagurka (pseudoniem van Luc Zeebroek), die al op diverse andere plekken in de krant aanwezig was. In februari 2017, bij weer een restyling van de krant, verhuisde diens dagelijkse tekening naar pagina 2.

Sinds 30 september 1999 verschijnen Fokke & Sukke (van het trio Bastiaan Geleijnse, John Reid en Marc-Marie van Tol) elke dag op de Achterpagina van NRC Handelsblad; ook reageren de eend en de kanarie in nrc.next en op nrc.nl op het nieuws.

Beeld en vormgeving

Het uiterlijk van de kranten is in de loop van de jaren vele malen veranderd. Foto’s zijn een grotere plek op het papier en in de digitale versies gaan innemen en hetzelfde geldt voor infographics.

Beeldbepalend was vanaf zijn indiensttreding in 1970 tot aan zijn pensionering in 2010 staffotograaf Vincent Mentzel. Voor zijn werk in binnen- en buitenland ontving hij diverse fotografische onderscheidingen. Hij heeft zijn oeuvre overgedragen aan het Rijksmuseum. De krant werkte en werkt daarnaast met diverse freelancefotografen en persbureaus.

Het lettertype van NRC Handelsblad werd diverse malen gewijzigd. Nadat de krant jarenlang werd gedrukt met de Times, door de Brit Stanley Morrison voor The Times bedacht, en de Bodoni (van de Italiaan Giambattista Bodoni), werd in 2001 de Lexicon van de Nederlandse typografisch ontwerper Bram de Does (1934-2015) ingevoerd. In 2013, bij een volgende restyling, gingen NRC Handelsblad en nrc.next over op de Publico en de Guardian (beide van de Brit Paul Barnes en de Amerikaan Christian Schwarz).

Restyling, verandering in de vormgeving, is bijna een permanent moderniseringsproces, dat ook in de toekomst zal doorgaan. Met veranderingen in lettertypes, logo’s, inhoudsopgaves, indelingen. Kleur deed zijn intrede en werd steeds meer gebruikt. Ingrijpend was een aanpassing in 2007: de supplementen werden vanaf toen in tabloid, halfformaat, gemaakt. Dat had gevolgen voor de vormgeving: op de pagina’s was globaal de helft van de ruimte beschikbaar van het vorige, het A2-formaat, ook wel broadsheet genoemd. De kleinere voorpagina’s van de nu dikkere supplementen werden en worden vaak geheel gevuld met foto’s en ander beeldmateriaal.

De historisch meest ingrijpende wijziging in het uiterlijk van NRC Handelsblad deed zich voor in 2011. Toen ging ook de dagkrant, het nieuwskatern, over op tabloid. Het compacte formaat dat voor nrc.next van meet af aan werd gebruikt. Op 7 maart van dat jaar was dit voor het eerst het geval voor NRC Handelsblad. Twee jaar later werd ook de vormgeving, tegelijk met de introductie van de huidige lettertypes, aangepast aan deze halvering van de pagina’s.

In 2010 verscheen het boek Scherpe letters ,,over veertig jaar vorm van NRC Handelsblad”.

Ombudsman

NRC kent sinds eind 2010 een Ombudsman. Sjoerd de Jong, die eerder onder meer lid van de hoofdredactie en chef Boeken was, vervult die functie. Daarvoor kende de krant, sedert januari 2003, een veertiendaagse rubriek waarin een buitenstaander kritisch terugblikte op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Die buitenstaander was de voormalige hoofdredacteur van vakblad De Journalist, Piet Hagen.

Ook kende de krant de rubriek ‘Lezer schrijft, krant antwoordt’, waarin de hoofdredacteur of een adjunct reageerde op kritiek, vragen of opmerkingen van lezers, en zo verantwoording aflegde.

De Ombudsman functioneert onafhankelijk van hoofdredactie en redactie, zoals statutair is vastgelegd. Hij reageert op vragen van lezers, doet onderzoek, toetst artikelen aan de normen die NRC Handelsblad, nrc.next en nrc.nl zichzelf hebben opgelegd en schrijft wekelijks een rubriek, die op zaterdag wordt gepubliceerd op een van de opiniepagina’s. Hij houdt ook een weblog bij.

De hoofdredacteur, of een andere redacteur, is niet bevoegd wijzingen aan te brengen in de artikelen van de Ombudsman.

Een aantal artikelen van de Ombudsman is opgenomen in een door NRC Media uitgegeven e-book.