Reactie column Michel Krielaars

Boekvertalingen zijn hifi

In zijn column schrijft Michel Krielaars (Het vreemde vermaak van lezen, 20/7) dat hij Engelse romans het liefst in het Engels leest: het origineel „bevat de klanken, de geuren en de cultuur van de schrijver zelf”, met als gevolg „dat een vertaling nooit tegen het origineel op kan”. Voor wie de oorspronkelijke taal echt goed kent, zit daar wel iets in, natuurlijk.

Maar elke lezer mist wel eens een nuance, verzuimt een onbegrepen term op te zoeken, leest verder in de verwachting dat het begrip vanzelf wel komt. Dat gaat grotendeels onbewust: je weet letterlijk niet wat je mist. De vertaler daarentegen zoekt wel alles op en zorgt, bijvoorbeeld, dat cultuur- en locatiegebonden begrippen, de zogenoemde realia, goed in de vertaling terechtkomen.

De lezer van een goede vertaling mist misschien de innigste eigenheid van de auteursstem, maar de weergave is wel hifi. De vreemdetaallezer en de vertalingenlezer missen dus verschillende dingen, maar of de een beter af is dan de ander, is geen objectief gegeven, zoals Krielaars suggereert, maar een subjectieve keus tussen blinde vlekken.


vertaler