Cultuur

Interview

Joris van Gennip

Pionieren met straten zonder auto’s

Leefstraten

Het idee kwam uit Gent: auto’s eruit, spelende kinderen erin. De Utrechtse Concordiastraat is deze zomer een ‘leefstraat’.

Normaal gesproken trekken de bewoners van de Utrechtse Concordiastraat hun voordeur meteen achter zich dicht – zoals de meeste Nederlanders dat doen. Maar op deze zaterdagochtend in juli is alles anders. Nu even geen voorbijsjezende auto’s, en op straat zien de bewoners enkel bekende gezichten. En dus staan sommige voordeuren wagenwijd open.

Voor het tweede jaar op rij is de Concordiastraat, een smal straatje met 61 woningen in de Bloemenbuurt, een zogeheten leefstraat. Drie weken lang is ongeveer de helft van de zijstraat van de drukke Amsterdamsestraatweg afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, op initiatief van bewoners en met steun van de gemeente.

Foto: Joris van Gennip

Op de oude klinkertjes ligt tijdelijk een kunstgrasmat, van vijftig meter lang en vier meter breed. Midden op straat staat een lange tafel, met daaromheen een ratjetoe van stoelen. Het is iets na tienen in de ochtend als zo’n vijftien bewoners wakker worden met een kop koffie in een wit, plastic bekertje. De weekendplannen worden doorgenomen. Een bewoonster roept naar een buurvrouw: „Kom je een stukje taart eten, Ans?” Zelfgebakken.

Iets verderop gaan kinderen van een zelf gefabriceerde glijbaan, gemaakt van oude pallets en fruitkratten. Ze giechelen. Als een jongetje zichzelf bezeert en ‘au’ roept, toont een oudere bewoonster medeleven: „Dat doet zeer, hè.”

Volgens Ivar Pel, net als vorig jaar initiatiefnemer van de leefstraat, zijn de meeste bewoners enthousiast. Een paar dagen eerder ging hij nog langs alle deuren om de meningen te peilen. Zelf vindt hij de leefstraat vooral een uitkomst voor de kinderen in de straat – hij heeft er vier: „Het is fijn dat ze nu gewoon naar buiten kunnen, zonder dat ze gevaar lopen.”

Twintig parkeerplekken zijn voor de leefstraat tijdelijk opgeheven. Bewoners kunnen hun auto kwijt aan de randen van de straat, of anders een of twee straten verderop. Door de vakantietijd zijn daar meer plekken vrij.

Dat de kinderen op hun gemak buiten kunnen spelen, zoals ik vroeger ook kon, is toch heerlijk?

Ton Bakker, die al ruim 35 jaar in de Concordiastraat woont, loopt achter een rollator. Toch vindt hij het geen probleem om zijn auto nu wat verderop te moeten parkeren. „Dat de kinderen op hun gemak buiten kunnen spelen, zoals ik vroeger ook kon, is toch heerlijk?”

„Door de leefstraat leer ik mijn buren beter kennen”, merkt Claudia Barneveld op. Zij vindt het daardoor makkelijker geworden om hen aan te spreken. „De drempel om elkaar te helpen is nu ook lager. Ik zal bijvoorbeeld sneller aan de buren vragen of ik een schuurmachine kan lenen.”

Naast de Concordiastraat is er deze zomer nog één andere leefstraat in Utrecht. Een derde en een vierde plan, voor leefstraten in de Vogelenbuurt, strandden uiteindelijk na protest van omwonenden. Die vreesden problemen met de bereikbaarheid van de wijk.

Foto: Joris van Gennip
Foto: Joris van Gennip
Foto: Joris van Gennip

Duizend euro van de gemeente

Vorig jaar experimenteerde de gemeente voor het eerst met leefstraten. Bewoners moeten aantonen dat er voldoende steun is in de buurt en vervolgens helpt de gemeente met het afsluiten van de weg en eventueel met budget. Zo kreeg de Concordiastraat vorig jaar 2.500 euro en dit jaar duizend euro.

Wethouder Lot van Hooijdonk (verkeer en milieu, GroenLinks) hoopt met de leefstraten mensen aan het denken te zetten over de rol van mobiliteit in de openbare ruimte: „Het is volgens mij goed als we onszelf afvragen of we diep in ons hart zoveel ruimte kwijt willen zijn aan verkeer.” Als het aan haar ligt, worden uiteindelijk meer straten permanent autoloos of autoluw. Minder auto’s in de stad levert volgens de wethouder een hogere levenskwaliteit op. Daarmee zijn de leefstraten ook een uithangbord voor de lokale verkeersvisie, en een middel om daar meer draagvlak voor te creëren.

De Duifstraat in de Vogelenbuurt was afgelopen zomer de eerste Utrechtse leefstraat. Parkeren deden bewoners tijdens die zeven weken in een vlakbij gelegen parkeergarage. Daar was genoeg plek over. Volgens initiatiefnemer José Besselink zijn veel mensen in de Duifstraat nu bewuster bezig met autogebruik: „Zo zijn meer buren gaan autodelen.”

Behalve in Utrecht, zijn er dit jaar ook leefstraten in Amsterdam, Rotterdam en Haarlem.

De bakermat ligt in Gent, waar de gemeente in 2012 aan haar inwoners vroeg om na te denken over initiatieven op het gebied van duurzaamheid en mobiliteit. Daarop werd een tijdelijk pioniersnetwerk opgericht, stichting Lab van Troje, en een jaar later waren de eerste twee leefstraten een feit. Inmiddels staat de teller op 51. Ongeveer de helft van de leefstraten deed meerdere keren mee.

Een belangrijke inspiratiebron voor de bedenkers was de opzet van vakantieparken, vertelt Dries Gysels, een van de geestelijk vaders. „We wilden onderzoeken of parkeren op afstand ook zou werken in normale straten en wat dit zou doen met de sfeer.”

Permanent autoluw

Gysels zegde zijn baan op om zich volledig op de ontwikkeling van leefstraten te kunnen richten. Daar heeft hij geen spijt van: „De leefstraten zijn voor de gemeente en stedelijk ontwerpers een belangrijk voorbeeld geworden.” Zo ontwikkelt Gent op dit moment de ‘ecowijk’ Gantoise, waar auto’s verboden zijn en groen wonen centraal staat. Bewoners van verschillende oud-leefstraten maken volgens Gysels plannen om permanent autoluw te worden. Sommige mensen parkeren hun auto nog steeds verderop, ook al is hun straat al lang geen leefstraat meer.

Parkeren deden de bewoners van de Gentse leefstraten de afgelopen jaren bijvoorbeeld bij supermarkten of op lege schoolpleinen. Omliggende straten werden zo min mogelijk belast, zegt Gysels: „Anders heb je ruzie nog voordat het begonnen is.” Een supermarktketen sponsorde elektrische fietsen, zodat de bewoners daarmee naar hun auto konden rijden.

Door het verbannen van de auto, ontstond ruimte voor ontmoeting: „Ouderen werden achter hun raam weggetrokken, schuchtere mensen ontdooiden en ook nieuwkomers maakten kennis met hun buren”, vertelt Gysels enthousiast. „Een paar studenten besloten zelfs om hun verhuisplannen in de ijskast te zetten.” Een andere bewoner vertelde Gysels dat zijn thuis veel groter was geworden: dat was niet alleen meer zijn huis, maar nu ook zijn straat.

Ook volgens socioloog Yves De Weerdt, gespecialiseerd in duurzame stadsontwikkeling en verbonden aan het Vlaamse onderzoeksinstituut VITO, hebben leefstraten een positief effect op de sociale cohesie. In opdracht van de gemeente Gent deed hij in 2015 kwalitatief onderzoek naar de leefstraten. „Het begint ermee dat bewoners samen beslissen over de inrichting van hun leefstraat en het meeste zelf moeten regelen”, zegt De Weerdt. Daardoor komen mensen volgens hem al snel met elkaar in gesprek.

De Weerdt zag een groot onderling vertrouwen: „Ik vond het fascinerend om te merken dat bewoners hun straat steeds meer als hun privéruimte begonnen te beschouwen. Ze lieten hun laptop of telefoon steeds vaker onbeheerd achter.” Conflicten tussen buren, die eerder achter de gevels bleven broeien, werden in de leefstraten opgelost: „De noodzaak was groter geworden.” Een bewoonster maakte van haar garage, waar altijd haar auto stond, een ontmoetingsruimte voor de mensen in de buurt. Ook zag De Weerdt in verschillende leefstraten een deeleconomie ontstaan: via bijvoorbeeld Facebook begonnen mensen met het delen van bijvoorbeeld auto’s, gereedschap en speelgoed. Volgens De Weerdt hebben sommige mensen hun auto inmiddels weggedaan.

Foto: Joris van Gennip

Radicale verandering

Terug naar de Utrechtse Concordiastraat. In een achtertuin zit een man die liever anoniem wil blijven en deze ochtend zeker géén taartje gaat halen bij zijn buren. Naast hem ligt een map met correspondentie tussen hem en de gemeente. Net als vorig jaar heeft hij bezwaar gemaakt tegen de leefstraat. De bewoner benadrukt dat hij voorstander is van maatregelen tegen doorgaand verkeer in de straat. „Maar de leefstraat vonden mijn vrouw en ik meteen een slecht idee. De gemeente heeft de auto liever niet in de stad, maar gebruikt hem wel als melkkoe. We betalen voor een parkeervergunning en ook nog eens wegenbelasting. Daarom willen we zeker weten dat we onze auto voor de deur kunnen zetten. En ook omdat hier regelmatig in auto’s wordt ingebroken.”

Maar, in de praktijk kan deze bewoner zijn auto gewoon voor zijn huis parkeren: net als vorig jaar hebben de initiatiefnemers rekening gehouden met zijn bezwaren. „Maar geheid dat ze straks zeggen dat de leefstraat een groot succes was en dat volgend jaar de hele straat op slot gaat.”

Geheid dat ze straks zeggen dat de leefstraat een groot succes was en dat volgend jaar de hele straat op slot gaat

De man voelt zich niet gehoord door de gemeente en heeft „het gevoel dat een paar mensen in de straat de boel aan het overnemen zijn”. In april verspreidde initiatiefnemer Ivar Pel onder de 61 huishoudens in de straat een enquête. Belangrijkste vraag: willen jullie opnieuw een leefstraat? Hierop kwamen slechts zestien reacties, waarvan veertien positief. „Dat is dus helemaal niet representatief”, zegt de bewoner. „Maar de boodschap richting de gemeente was: de straat is overwegend positief. Dat voelt onrechtvaardig.”

De woordvoerder van wethouder Lot van Hooijdonk benadrukt dat de bewoners in mei nogmaals een brief kregen, met daarin de uitslag van de enquête. Hierna hadden bewoners ook nog de kans om hun mening te geven. Initiatiefnemer Pel zegt desgevraagd dat hij achteraf gezien meer moeite had moeten doen om het draagvlak te meten.

Het is een leerzame casus, vindt Dries Gysels uit Gent. Want wil een leefstraat een onbetwist succes worden, dan moet je volgens hem iedereen meekrijgen. „Dit project gaat over vertrouwen in de overheid en in elkaar. Dat vraagt om een serieuze aanpak, ook vanuit gemeenten.” Die moeten volgens Gysels voldoende menskracht hebben om initiatieven te begeleiden. „Initiatiefnemers moeten op hun beurt naar iedereen luisteren en niets door de strot drukken.” Leefstraten gaan namelijk over een radicale verandering van de openbare ruimte: „Het is niet zomaar een leuk projectje.”

In Gent zijn er dit jaar geen leefstraten; de pioniers van Lab van Troje richten zich nu op de rest van Europa. „We helpen momenteel met de organisatie van leefstraten in Engeland, Frankrijk, Italië en Kroatië”, zegt Gysels. En zo ontstaan op steeds meer plekken buurthuiskamers in de openlucht.

Foto: Joris van Gennip