Column

Magisch eindpunt: ‘Geen Dienst’

Joyce Roodnat

Bij kunst voor vluchtelingen is Joyce Roodnat op haar hoede. Maar de vluchtelingenboot uit Lampedusa van Teun Castelein zet haar aan het denken.

Kunst is geen huiswerk en het moet ook geen corvee worden. Dus bij kunst over vluchtelingen ben ik op mijn qui vive. Goede bedoelingen zijn niet genoeg. Wel lief, geen kunst. Daarom denk ik: nee hoor, doe ik niet, als galerie Vriend van Bavink werft voor een tocht door de Amsterdamse havens in een vluchtelingenboot. Een echte. Origineel afkomstig van Lampedusa, het Italiaanse eilandje tussen Tunesië en Malta waar niemand het ooit over had, tot er massaal vluchtelingen begonnen te stranden.

Maar ja. Vriend van Bavink is een avant-garde-galerie. Ze vertegenwoordigen kunstenaars die zich op de werkelijkheid storten. En alle performances die ik er bijwoonde waren de moeite waard. Dus ik ga toch maar naar die boot, en hoop op een stratemakeropzee-show: het kan niet en daarom gebeurt het.

Teun Castelein is een conceptuele kunstenaar. In 2015 legde hij de Amsterdamse burgemeester voor dat een vluchtelingenboot niet zou misstaan op het Amsterdamse scheepsevenement Sail. Dat vond de burgemeester ook, Castelein kreeg een aanbevelingsbrief. Hij ging naar Lampedusa, waar de vluchtelingen die hij aansprak zijn idee maar stom vonden, vertelt hij, veel te negatief. „We are no victims, we are participants, zeiden ze. Misschien hadden ze gelijk. Ik weet het nog steeds niet.” Maar hij kreeg twee boten los en nu bestaat ‘Rederij Lampedusa’, deels bemand door ‘nieuwkomers’.

We varen in de zon. Het is gezellig en je hoort nog eens wat. Bijvoorbeeld dat op deze boot, die al tamelijk afgeladen voelt met de man of dertig die nu meevaren, destijds 282 vluchtelingen zaten. Vloek! Die konden dus niet bewegen, of gaan plassen of zo. Een Mozambikaan maakt muziek. Een politieke activist uit Egypte vertelt verhalen over het azc in Dronten waar alles vreemd is, zoals een bus met de magische bestemming ‘Geen Dienst’. In een ander verhaal brengt hij de voorbereiding op marteling aan de orde: dik worden. Medelijden hoeft hij niet. „I feel blessed being a refugee.”

Meier Boersma (directeur Vriend van Bavink) en Teun Castelein aan boord bij rederij Lampedusa

Foto Erik van Zuylen

Op de boot hoor ik over het Tijdelijk Museum in de voormalige Bijlmerbajes, waar Nederlandse kunstenaars werken met collega’s die verblijven in het azc dat daar óók is. Ik ben nu toch bezig, ik ga ernaartoe. Het zindert er van de kamillegeur van het ‘theelandschap’ van Mayra Sérgio. Jan Hoek entameerde een krankzinnig maak-scooters-vrolijk-project. Teun Castelein laat ook hier kunst en werkelijkheid vervloeien, met zijn ‘Bijlmer Hammam’, een echt badhuis gebouwd in de gang met de betegelde wachtcellen van de gevangenis.

En, wat hebben vluchtelingen hieraan? Verkeerde vraag. Kunst is geen sociaal project. Een kunstwerk is een explosie van ervaringen. Dat gebeurt hier. Doe ermee wat je wilt. Er wordt niet overhoord.