Juist een niet-Duitser maakte zo’n geëngageerde Meistersinger

Opera Voor het eerste regisseerde een niet-Duitse regisseur de Wagners Die Meistersinger von Nürnberg, een opera waarin Duitse identiteit een centraal thema is. De Bayreuther Festspiele openden er dinsdag mee, met groot succes én boeroepers.

Michael Volle as Hans Sachs tijdens een repetitie voor Wagner's opera 'Die Meistersinger von Nuernberg' in Bayreuth. Foto EPA / Enrico Nawrath

Voor alles is een eerste keer. Aan de Bayreuther Festspiele, het door componist Richard Wagner zelf gestichte Beierse mekka voor de uitvoeringen van zijn opera’s, is het dit jaar een niet-Duitse, joodse regisseur die de openingsvoorstelling regisseert. Sterker: het is de Australiër Barrie Kosky, intendant en chef-regisseur van de Komische Oper in Berlijn en gevierd en verguisd om zijn neus voor camp, humor en burleske.

En dan werd Kosky ook nog gevraagd voor een opera die wel als de meest Duitse aller Duitse opera’s wordt omschreven: Wagners vijf uur durende Die Meistersinger von Nürnberg. „Ik haatte dat werk”, zei Kosky in de Duitse pers. „Het is puur Duits, meer iets voor een Duitse regisseur.” Maar hij zwichtte toch, juist omdat het aanbod uit Bayreuth kwam, en hij moest toezien hoe zijn eigen haat „via interesse omsloeg in bewondering”.

De Wagner Festspiele in Bayreuth waren lange tijd een gesloten bolwerk. Voor kaarten stond je je levenslang op een wachtlijst. Maar die gouden tijd is geweest. Kaarten konden gewoon deze zomer nog gekocht worden, en het festival – sinds 2008 onder leiding van achterkleindochter Katharina Wagner (1978) – gaat ook met zijn tijd mee, zodat de openingsproductie dinsdagavond live gestreamd werd naar zo’n 120 bioscopen in Duitsland.

In Oberhausen bleek de belangstelling zeer beperkt: zestien bezoekers kochten een kaartje à 29 euro en de zaal bleef dus goeddeels leeg. „Ik houd zeer van Wagner”, vertelt één van de toeschouwers. „Alleen val ik vaak in slaap. Ik heb Siegfried tien keer gezien. Acht keer geslapen tijdens de tweede akte. Maakt niet uit. Ik ben er toch wéér.”

Gewaagd, geestig en intelligent

De nieuwe productie van Kosky als opening van de Wagner Festpiele, in Duitsland een high society-evenement dat onder anderen werd bijgewoond door Bondskanselier Angela Merkel, bleek dinsdag typerend gewaagd, geestig en intelligent.

Die Meistersinger is een opera over Duitsland, over het wezen van goede kunst (volgt die strenge regels, of is ze vrij?), over ouderdom en liefde, en over de werking van gemeenschappen. Maar het is voor Kosky ook een opera over Richard Wagner zelf – die in zichzelf immers de toekomst zag van de Duitse kunst. „Wagner identificeerde zich zozeer met zijn Meistersinger-hoofdpersonage Hans Sachs dat hij brieven aan zijn vrouw soms met ‘Hans’ ondertekende”, vertelt Kosky in een pauze-interview met moderator Alex Brüggemann. „Maar ‘Hans’ staat ook voor Johannes, de evangelist. Wagner wilde dus én de evangelist zijn, én de Messias wiens komst wordt aangekondigd. Adembenemend narcistisch.”

Michael Volle als Hans Sachs tijdens een repetitei van Wagner's opera 'Die Meistersinger von Nuernberg' in Bayreuth.

Michael Volle als Hans Sachs, duidelijk gemodelleerd naar ‘Der Ewige Jude’. Foto EPA / Enrico Nawrath

Kosky maakte van dat besef een pijler onder zijn productie. Niet alleen Hans Sachs ziet eruit als Wagner, ook de jonge, vrijmoedige ridder Walther (wiens vrije gezang uiteindelijk de hand van de door allen begeerde Eefje wint) en schoenlappersgezel David zien er met flapbaret en fluwelen pak uit als Wagner zelf. De eerste akte is bovendien gesitueerd in een realistische replica van Wagners eigen woonkamer in Villa Wahnfried (inclusief hondje Marke), Eefje oogt als Cosima, de dochter van Franz Liszt met wie Wagner getrouwd was, en Eefjes vader Veit is dus Liszt.

Voor Wagner-beginners is de eerste akte met al die rolverwisselingen en Wagner look-a-likes even puzzelen, maar Kosky’s concept is slim en in de uitbeelding van Wagners ijdelheid (manisch gesnuif aan een reukdoos, strelen van nieuwe laarsjes) vaak ook gewoon erg geestig.

Maar de vraag vooraf was natuurlijk vooral hoe de joodse Kosky zich zou verhouden tot Die Meistersinger in het besef dat juist deze titel Adolf Hitlers lievelingsopera was, en diende als soundtrack bij propagandafilm Triumph des Willens. Kosky draait er niet omheen. Of Wagner het personage van de valse regelfetisjist Sixtus Beckmesser echt bedoelde als joodse karikatuur, was in Bayreuth al onderwerp van meer symposia. Kosky gaat uit van wel en laat Beckmesser geplaagd gaan onder zijn buitenstaanderschap: eerst ongemakkelijk schuivend in katholieke kerkbankjes, later middels een tien meter hoog opgeblazen hoofd van Der ewige Jude en in een enge koortsdroom waarin Beckmesser wordt bepoteld door dwergen (kinderfiguranten) met rabbijnenmaskers. Hij voelt zich anders en minder, snap je daardoor – en dat geeft zijn diefstal van Walthers prijslied een motief.

Maar net als gold voor de wisseltruc Hans Sachs/Wagner zijn die ingrepen weliswaar helder aanwezig, maar op een meer dienende dan dominante manier. Kosky’s Meistersinger is geëngageerd maar óók oogstrelend en de personenregie is (zeker op filmscherm!) zo heerlijk detailrijk uitgewerkt dat ook de meer conventionele beschouwer waarschijnlijk oogluikend toestaat dat Hans Sachs’ atelier is verplaatst naar de rechtszaal van de Neurenberger processen – misschien omdat die visueel met al dat hout óók aansluit op Villa Wahnfried. Indirect laat de joodse Kosky Wagner (Sachs) postuum terechtstaan voor zijn antisemitisme - maar hij doet dat discreet.

In de uitstekende cast is het Michael Volle die hier onvergetelijke indruk maakt als een voorbeeldige Hans Sachs: vocaal voortdurend zeer fraai en solide in zijn loodzware, urenlange rol, theatraal kwetsbaar maar ook nog nét mannelijk. Het festivalorkest onder Philippe Jordan staat voor een heldere, „anti-teutoonse” Wagnerklank die de zangers veel ruimte laat, maar ook vol warmte is. Enige teleurstelling is de doorgaans prachtige Anne Schwanewilms (50), die net de ouwelijk oogt en klinkt als prille Eva. Maar dat ze er publiekelijk om werd uitgeboed – dat was onsmakelijk wreed.