‘Geachte dames en heren?’ Liever niet, adviseert genderneutrale taalgids

Genderneutrale taal

Amsterdam publiceerde woensdag een taalgids voor ambtenaren vol genderneutrale suggesties. Weg met het hokje ‘m/v’.

Foto Remko de Waal / ANP

Misschien was het u weleens opgevallen: op ov-chipkaarten wordt sinds dit jaar niet meer vermeld of de kaarthouder een man of een vrouw is. Ook op de stempas voor de verkiezingen, op veel studentenpasjes en uit de schoolformulieren verdwijnt de geslachtsaanduiding.

Amsterdam gaat nu nog een stap verder. Woensdag publiceerde de gemeente een taalgids voor ambtenaren met genderneutrale alternatieven, bedoeld voor brieven aan haar inwoners.

‘Geachte dames en heren’? Nee, adviseert de gids, schrijf liever: ‘geachte aanwezigen/bewoners/Amsterdammers/raadsleden’.

Niet: ‘geboren als meisje’. Wel: ‘bij de geboorte gezien als meisje’.

En schrijf ook niet: ‘homoseksuele Amsterdammers’, omdat homoseksueel alleen naar mannen verwijst. Het genderneutrale alternatief: ‘roze Amsterdammers’.

„Ambtenaren worden nergens toe verplicht”, zegt een woordvoerder van de gemeente. „Het gaat erom hen bewust te maken van het feit dat er ook inclusief taalgebruik mogelijk is.”

De aanhef ‘geachte heer/mevrouw’ mag dan al jaren de norm zijn, in Nederland komt steeds meer maatschappelijke aandacht voor het feit dat de veelgebruikte tweedeling man of vrouw niet overeenkomt met de werkelijkheid. Net zo min als de tweedeling hetero- of homoseksueel recht doet aan de bestaande seksuele diversiteit, denk aan onder meer transgenders, queers en interseksuelen.

De vraag is dan ook: houd je als overheid vast aan de norm die door de meerderheid wordt gedefinieerd of pas je je aan?

Gemeenten kiezen steeds vaker voor het laatste. Zo opende Utrecht vorig jaar als eerste gemeente genderneutrale toiletten op het stadhuis. Amsterdam volgt daar ook mee, later deze zomer.

We doen er lacherig over

„Dit zijn allemaal voorbeelden waarin gender minder belangrijk wordt gemaakt”, zegt Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Dat is het beste wat je als overheid kunt doen. We doen er lacherig over, maar het is heel serieus. De manier waarop de overheid ons aanspreekt zet mensen vast op identiteit. Het is heel betekenisvol als we zeggen dat we dat minder belangrijk maken.”

Aandacht geven aan een specifieke groep gaat volgens Duyvendak niet ten koste van de meerderheid. „Hier zijn geen verliezers. Wie wordt er gekwetst als je zegt ‘beste aanwezigen’? Dat geldt ook voor een genderneutraal toilet. Als anderen daarmee een plezieriger leven hebben.”

Ook blij met de aangepaste aanhef en genderneutrale toiletten is Noah Záborszky (22), die zich non-binair noemt: „geen man en geen vrouw”. Záborsky: „Zo’n aanhef in een brief is simpel aan te passen, maar voor ons is dat een hele grote verandering. Het is erkenning dat er meer is dan vrouw versus man.”

Overal wordt Noah met zijn identiteit geconfronteerd. Bij toiletten, gemeenteloketten, op het vliegveld. Vorig jaar studeerde hij („zelf spreek ik liever van het voornaamwoord hen”) af aan het Leiden University College, waar hij toen nog in het voetbalteam bij de vrouwen zat. „Afgelopen jaar ben ik niet gaan voetballen, want er zijn geen gemengde teams. Als ik het jongensteam in zou gaan, weet ik niet hoe daarop gereageerd wordt. In de sportschool gebruik ik nu de jongenskleedkamer. Maar ik kleed me zoveel mogelijk thuis om, zodat ik daar alleen nog mijn schoenen hoef te wisselen.”

Symboolpolitiek

De samenleving is geobsedeerd door gender, zegt Duyvendak. „We kijken net zo lang naar de mensen om ons heen totdat we mensen kunnen categoriseren. Iedere vorm van aanspreking is identiteitspolitiek.”

De discussie over genderneutrale toiletten en -taalgebruik wordt volgens hem al snel afgedaan als symboolpolitiek. „Maar de belangrijkste politiek ís symboolpolitiek. Je wilt iets veranderen in de wereld aan de hand van hoe we naar elkaar kijken. Daarin is gender enorm bepalend.”

Het idee voor een taalgids met genderneutrale termen is niet ingestoken door belangenclubs, zegt een woordvoerder van Transgender Netwerk Nederland. „Steden gaan hier zelf mee aan de slag. Wij spreken hen hier niet op aan. Natuurlijk zijn we met ze in gesprek, maar het komt uit de organisaties zelf. Dat vinden wij een heel positieve ontwikkeling.”

Het CDA Amsterdam vindt dat juist zorgelijk. „Het schrappen van ‘heer/mevrouw’ is flauwekul, dat moeten we helemaal niet doen, zegt fractievoorzitter Diederik Boomsma. „Door hierin mee te gaan als overheid, voed je de aanstellerij van mensen die zich hierdoor gekwetst voelen. Je bevestigt dat je mensen [transgenders] niet erkent als je ‘dames en heren’ blijft gebruiken, terwijl de rest van de samenleving dat wel doet. Dát is pas onwenselijk. Dit gaat om een hele kleine minderheid en die moet zich aanpassen aan de norm.”

Ook op het terras van café Sport in Amsterdam-Oost ligt het schrappen van „meneer en mevrouw” gevoelig. Het was vanmiddag onderwerp van gesprek, zegt eigenaresse Petra (53). „Zoals het altijd is, zo moet je het gewoon laten. Daar was eigenlijk iedereen het over eens. Kijk, dat zij in een verkeerd velletje zitten, is niet mijn probleem. Uiteindelijk ben je gewoon man óf vrouw, dus zo wil ik ook aangesproken worden.”