Denk nog eens aan Yanis Varoufakis

Geld lenen aan een technisch failliet land dat aan een financieel infuus ligt? Beleggers stonden dinsdag in de rij. Griekenland betrad voor het eerst in drie jaar de obligatiemarkt, met de uitgifte van een vijfjarige staatslening. Beleggers leenden 3 miljard, maar gezien het enthousiasme had dat het dubbele kunnen zijn. De Griekse overheid betaalt 4,62 procent rente.

De zoektocht naar rendement onder beleggers heeft dusdanige vormen aangenomen dat 4,62 procent rente te mooi was om te laten liggen. Ga maar na: bij de meest kredietwaardige landen in de eurozone valt niets meer te halen. Wie aan Duitsland wil lenen krijgt geen rente, maar betaalt: het rendement op de vijfjarige Duitse staatslening bedraagt 0,16 procent. Dat op Nederlandse vijfjarige leningen is nóg lager, 0,23 procent, maar dat komt doordat de vijfjarige lening die voor Nederland in de statistieken staat, eigenlijk nog maar 4,5 jaar te gaan heeft. Hoe lager die looptijd, hoe lager de effectieve rente is. Vandaar dat we technisch even onder Duitsland terecht zijn gekomen.

Maar waarom zouden beleggers dit allemaal willen? Op het pr-vlak speelt misschien mee dat het woensdag vijf jaar geleden was dat topman Mario Draghi van de Europese Centrale Bank zijn fameuze ‘whatever it takes’-speech gaf, en daarmee de eurocrisis, voorlopig, bezwoer. Belangrijker is de tactiek van beleggers. Vorige maand gaven de ministers van Financiën het groene licht voor de uitkering van een bedrag van 8,5 miljard euro aan financiële steun aan de Grieken. Een maand later is ook het Internationaal Monetair Fonds om, met een tranche van 1,8 miljard.

Zo kan de regering-Tsipras weer een eind vooruit, en is Griekenland een beetje kredietwaardiger geworden, al is dat nogal relatief. En de kans neemt toe dat door de terugkeer van Griekenland op de financiële markten de Europese Centrale Bank het land gaat betrekken bij haar lopende steunaankopen op de markt voor staatsleningen. Dan kan er dikke winst worden gemaakt.

De nodeloze puinhoop die Varoufakis en Tsipras maakten (hip, disruptie!) zette Griekenland jaren terug in de tijd

En dan te bedenken dat het allemaal veel eerder had kunnen gebeuren, en veel goedkoper. Eind 2014 stapte Griekenland ook al terug in de obligatiemarkt, na daar vier jaar afwezig te zijn geweest, levend op de financiële steun van de andere eurolanden. Maar de Grieken werden de bezuinigings- en hervormingseisen moe. Zij bezorgden de Syriza-partij de macht, de jonge Alexis Tsipras werd premier en die stelde de onstuimige econoom Yanis Varoufakis aan als minister van Financiën. De nodeloze puinhoop die de twee vervolgens maakten (hip, disruptie!) zette Griekenland jaren terug in de tijd en vergde vermoedelijk zo’n 80 miljard euro aan extra steun. De heroïsche versie die Varoufakis ervan geeft in zijn memoires Adults in the Room schijnt het inmiddels uitstekend te doen in zijn eigen filterbubbel.

Net als destijds is de terugkeer van Griekenland op de financiële markt geen garantie voor definitief herstel. Daar is meer voor nodig, vooral het openlijk erkennen van de Europese partners dat veel van het geld dat aan Griekenland is geleend moet worden afgeschreven. Dat is boekhoudkundig allang het geval, gezien de ultralage rentes en extreem lange looptijden tot in de jaren vijftig van deze eeuw.

Misschien dat de politici in de noordelijke landen er na de Duitse verkiezingen aan toe durven te komen. Dan wordt de schade, die er in wezen allang is, concreet. Ook voor Nederland. Dus als uw kind in een iets te grote klas zit, of uw oude vader wat langer moet wachten op zijn zorg, denk dan aan Yanis Varoufakis, de hippe rockster-econoom.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.