De zomer van 1967 Porec

gaat terug naar het strand uit zijn jeugd. Afl. 2

In 1967 was ik 11 jaar oud en besloten mijn ouders om achter het IJzeren Gordijn met vakantie te gaan. Het zou tien dagen Porec worden, een klein, toen nog Joegoslavisch kuststadje aan de Adriatische Zee op een boogscheut van Italië. De zee zal er blauw zijn, het water lauw en bovenal glashelder. Ook spannend was dat we voor het eerst met een vliegtuig op reis gingen. Normaal verplaatsten wij ons met een regenwolkblauwe 2 pk, een vervoermiddel dat verbazend goed op een auto leek. Elke zomer een week naar Normandië was vaste kost. Nu vlogen we naar Zagreb. Daar konden we even de benen strekken in een wijk naast het vliegveld. Lange rijen kleine huisjes met wasgoed aan de lijn, hier en daar gevogelte dat zich drijvende hield op water dat om en rond de huizen stond en bij nader inzien het riool bleek. „Hier zijn alle arme mensen tenminste nog gelijk”, sprak vader, terwijl we het Russische vliegtuig opstapten dat ons van Zagreb naar Dubrovnik zou brengen.

Net als de Toepolev was het vakantiecomplex in Porec zo goed als leeg. We kregen er een bed voor mijn ouders en een stapelbed voor de kleine met uitzicht op elkaar. De eetzaal was voorzien op vele honderden gasten, maar op een paar Duitsers en een Engelsman na, waren we de enige aanwezigen. Verbroederen met de Duitsers was voor mijn ouders geen optie, dus werd het George, een tengere dertiger met grote ogen en een nog veel grotere bril. De Duitsers zaten, zoals het hoort, aan de andere kant van de eetzaal, vlakbij het buffet, twee tafels gevuld op een bezetting van pakweg plusminus driehonderd man.

Maar de zee maakte alles goed. Snorkelen was aan de orde van de dag. Iets wat ik tot dan toe slechts sporadisch in het stedelijk zwembad van Oostende gedaan had. In het zeewater glommen visjes, wuifden wieren, kropen kreeften. Het was dat ik een snorkel had of ik zwom ademloos van verbazing… Zo bracht ik vele dagen onder water door, terwijl mijn ouders boeken over Tito lazen aan het strand. ’s Avonds werd er uiteraard flink gegeten en George, de Engelsman, at gezellig mee, al sprak hij weinig en als hij iets zei, klonk het helaas altijd wetenschappelijk verantwoord.

Na enkele dagen snorkelen vond ik het tijd voor een kanotocht op de Adriatische Zee. Ik moest beloven niet te ver uit de kust te peddelen en al helemaal niet in de buurt te komen van die kleine eilandjes daar in de verte. Eens uit het zicht verdwenen, roeide ik recht naar de kleine eilandjes. Ik zag er wat mensen op zitten en naarmate ik naderde zag ik ook dat die mensen totaal geen kleren aan hadden. Het fenomeen nudist of naturist was mij als elfjarige niet bekend, maar dat weerhield mij er niet van om tot op enkele meters van de mensen te komen, die dit blijkbaar ook niet erg vonden.

Op een iemand na… Was dat George niet die mij met opgetrokken knieën verschrikt zat aan te staren, met zijn grote ogen en dito bril? Blij als een kind roeide ik terug en kon haast niet wachten om die avond met George te dineren. De eetzaal was zo goed als leeg, al waren er nu geen twee maar drie tafels bezet. George was om de één of andere reden in een uithoek helemaal alleen aan het tafelen. Mijn ouders begrepen er niks van, maar echt rouwig waren ze er niet om. De Brexit was een feit.