Column

De heer Klaassen eet elke avond bij Royal

Justus van Maurik had een sigarenfabriek aan het Damrak in Amsterdam, op nummer 100, het pand bestaat niet meer. Hij was daar ook geboren, op 16 augustus 1846. In zijn verhalenbundel Toen ik nog jong was (1901) vertelt hij hoe graag hij als klein jongetje vanuit zijn slaapkamerraam naar de toren van de Oude Kerk keek, tussen de zwiepende masten van de schepen in het Damrak door, daar waar nu de rondvaartboten liggen. „De toren was mijn vriend en ik zag met een zeekeren vertrouwelijken eerbied naar hem op.”

Van Maurik was ook schrijver, beroemd in zijn dagen, al zou ik hem eerder journalist noemen. Hij werkte voor De Amsterdammer, nu De Groene Amsterdammer, en veel van zijn verhalen zijn eigenlijk reportages van het dagelijkse leven in de Amsterdamse binnenstad. Ze zijn te vinden op dbnl.org en ik lees ze graag, want wát een scherp oog voor detail had die man.

In Een heel lieve verrassing, uit de bundel Verspreide novellen (1900), gaat het over de heer Klaassen, een 23-jarige jongeman die als eerste bediende werkt op een kantoor in koloniale waren. Hij verdient goed en leeft „zoo lekker mogelijk”, vandaar dat hij elke avond eet in restaurant Royal aan het Damrak. Hij heeft er een abonnement op de table d’hôte, voor „den matigen prijs van ƒ2 met een halve flesch”. Voordat hij aan tafel gaat, leest hij de krant of zit hij met zijn vrienden te ginnegappen om de voorbijgangers met hun domme koppen die vanaf het Centraal Station op weg zijn naar de Dam. Honderdduizend per dag zoals nu zullen het er niet geweest zijn, maar Van Maurik heeft het wel over een „massa” – allemaal provincialen, volgens de heer Klaassen en zijn vriend, de heer Willems. Die zegt dan dingen als: „Ik heb me half slap gelachen over die runderen; kijk, daar houdt de tram weer stil.”

Klaassen: „Wat?”

Willems: „Zes, zeven, acht, negen dames – blikslagers, Klaassen, da’s zeker een gezelschap dat pot verteert. – Ze komen hier in. Jongens!”

Blijkt dat die dikke „met dat varkensprofiel” een tante van de heer Klaassen is. En de meisjes die ze bij zich heeft, zijn nichtjes. Mietekootje, Heinebetje, Sientje, Pietje, Jet, Jans en Koos. Tot ellende van de heer Klaassen blijven ze allemaal eten. En wat krijgen ze dan? Geen pasta of pizza, geen steak, geen friet. In restaurant Royal wordt schildpaddensoep geserveerd, en kroketten, gevolgd door ossenhaas met aardappelen of kalfsgehakt met kapucijners, en daarbij galantine van kalfswang. Daarna is er nog pannenkoek met confiture of een omelet. Bij de koffie komen biscuitjes en een schaaltje amandelen met rozijnen.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus