Commentaar

‘Meer blauw online’ is maar een deel van de oplossing

Darkweb

Een groot succes voor de landelijke recherche vorige week. Het Team High Tech Crime (THTC) wist in een internationale samenwerking de grote illegale webmarktplaats Hansa te infiltreren en het beheer een maand lang undercover over te nemen. Het leverde vier aanhoudingen in Nederland op, een lijst met vijfhonderd kopers en veel krediet bij het Amerikaanse gezag dat eerder het grotere Alpha Bay uit de lucht haalde. Op Hansa werd gehandeld in xtc, wiet, gestolen juwelen en creditcardgegevens.

Criminaliteit neemt niet werkelijk af, maar verplaatst zich snel naar de digitale wereld, zo verklaren politiedeskundigen al enige tijd. De opkomst van deze illegale ‘cryptomarkten’ in uithoeken van het wereldwijde web maken het zichtbaar. Inmiddels wordt hun aantal op 85 geschat – zo bezien is het sluiten van ‘Hansa’ noodzakelijke, maar klassieke repressie met een tijdelijk effect. Een andere hoek van het ‘dark web’ is gauw gevonden, waarna de politiejacht en het berekenen van straf- en pakkans door de profiteurs van voren af aan begint. Misdaad bestrijden is misdaad verplaatsen – in dit geval op wereldschaal.

Dat de landelijke recherche nu successen boekt is hoopvol – het THTC bestaat krap tien jaar, wordt mede bemand door externe IT-experts, van buiten de ‘klassieke’ politie. Die is (te) middelbaar opgeleid en niet erg wendbaar of leergierig. Levenslange loopbanen zijn er de gewoonte. Het THTC lijkt het model dat korpschef Erik Akerboom voor ogen heeft voor de hele recherche. Deskundiger, diverser en hoger opgeleid, vertrouwd met de digitale wereld en niet vastgebakken. In een samenleving waar ransomware, cyberpesten, sexting, grooming en phishing op termijn de overhand nemen boven plofkraken, ligt die stap voor de hand. Meer blauw op straat zal ook meer blauw online moeten inhouden: klassiek recherchewerk in combinatie met digitale vaardigheid.

Tegelijk moet beseft worden dat misdaadbestrijding op internet niet alleen van cyberteams van nationale politiekorpsen kan komen. Daarvoor gaan de technologische ontwikkelingen te snel, zijn de budgetten van de politie en de schaalgrootte van de meeste natiestaten te klein. Piet van Reenen, oud-hoogleraar en -directeur van de Politieacademie schreef begin deze maand op nrc.nl dat de behoefte aan ordehandhaving op internet zal groeien. Bedrijven zullen daarin de leiding nemen, meent hij. Die hebben „een majeur belang, expertise, middelen en geen last van grenzen”. Ook internationale private groepen roeren zich al, van Bellingcat (MH17), Football Leaks en Anonymous tot aan journalistieke onderzoekscollectieven. Dergelijke hoogwaardige expertise is schaars en voor de politie niet te betalen.

Vorig jaar verruilde het plaatsvervangend hoofd van het THTC, Inge Philips, de landelijke recherche voor Deloitte Risk Advisory. In Het Financieele Dagblad hekelde ze toen het voorstel om er in Nederland 14 miljoen euro extra in te steken. In het Verenigd Koninkrijk wordt 2.3 miljard euro geïnvesteerd; voor haar een ‘schokkend’ verschil. In grote lijnen is Nederland niet voorbereid. De politie staat nog aan het begin, incidentele successen zoals de Hansa bust ten spijt. Maar daar kan wel iets moois uit voortkomen.

Zolang er nog geen ‘wereldregering’ is opgestaan om internet te disciplineren, hebben individuele landen weinig keus. Het antwoord moet komen van internationale samenwerking, ook informeel en experimenteel. Niemand wil het digitale tijdperk laten smoren in een web dat wereldwijd kinderporno, wapens, drugs, slaven en gestolen goederen vrij verhandelbaar maakt.