‘Brexiteers’ juichen: BMW kiest Oxford

Autofabriek

BMW produceert ook de elektrische Mini in het VK. Brexit-voorstanders zien er de bevestiging in dat hun land belangrijk blijft.

De verwachting was dat BMW zijn productie zou verplaatsen van de Mini-fabriek in Cowley, nabij Oxford, mogelijk naar het Limburgse Born of het Duitse Leipzig. Foto Leon Neal/Reuters

Het is een toekomstbeeld waar voorstanders van de Brexit opgewonden van raken: over een aantal jaren zoeven in Oxford gemaakte, elektrisch aangedreven Mini’s over Engelse wegen. Een technologisch hoogstandje, goed voor de economie. Daarom werd het besluit van eigenaar BMW om de elektrische driedeurs Mini vanaf 2019 in het Verenigd Koninkrijk te bouwen, door de ‘Brexiteers’ toegejuicht.

De bekendmaking viel mooi samen met een andere aankondiging van de Britse regering: na 2040 mogen er geen nieuwe diesel- of benzineauto’s worden verkocht. Elektrisch rijden wordt de norm. Het is een voorbeeld van de vooruitstrevende, moderne en slimme economie die het VK post-Brexit wil zijn. „Het besluit van BMW bevestigt dat het Verenigd Koninkrijk een spannende plek is voor de auto-industrie”, glunderde minister Greg Clark (Economische Zaken), die tweemaal naar München reisde om te lobbyen bij BMW.

De verwachting was dat BMW in aanloop naar Brexit de productie van de elektrische Mini zou verplaatsen. Nederland wilde graag dat de fabriek in het Limburgse Born, waar al een hybride Mini wordt gemaakt, de opdracht zou krijgen. In Duitsland dacht men dat Leipzig goede kansen had. Daar worden de BMW 2-serie Active Tourer en de BMW i3 geproduceerd. De fabriek heeft dus ervaring met elektrische auto’s. Belangrijker: BMW heeft zich altijd een felle tegenstander getoond van Brexit en waarschuwde voor de gevolgen.

Morele overwinning

De keuze om de elektrische Mini toch in de Cowley-fabriek bij Oxford te bouwen, zal door Brexiteers gezien worden als een belangrijke morele overwinning. Al die bedrijven met hun onheilstijdingen, draaien uiteindelijk bij, klinkt de redenering. Er is kennelijk geen handjeklap tussen de Duitse regering en de grootste bedrijven om de Britten te straffen voor het geplande uittreden. De Britse markt, na Duitsland de grootse economie van de EU, is te belangrijk om zo maar te negeren, is de redenering.

Dat strijdbare sentiment wordt deze week versterkt door het besluit van Amazon om in Londen de onderzoek- en ontwikkelingsafdeling uit te breiden. Amazon wil meer tijd en aandacht in de videostreamingsdienst steken en neemt daarom in Londen 450 nieuwe werknemers aan. In totaal wil Amazon eind dit jaar 24.000 werknemers in het Verenigd Koninkrijk hebben. Staatssecretaris Matthew Hancock (Digitale technologie) zei over Amazon: „Deze investering in het ontwikkelen van cutting-edge technologie in Londen is wederom een blijk van vertrouwen in het Verenigd Koninkrijk.”

De klap op de vuurpijl voor voorstanders van Brexit kwam via Twitter. Donald Trump liet, na aanleiding van een Washingtons bezoek van de Britse minister Fox van Handel, weten te werken aan een Brits-Amerikaans vrijhandelsakkoord. „Could be very big & exciting. JOBS!”, aldus Trump.

Nauw verweven met de EU

De vraag is of het hernieuwde vertrouwen onder Brexiteers gerechtvaardigd is. Een akkoord met de Amerikanen mag onder EU-regels pas onderhandeld worden na Brexit, dus over twee jaar. Bovendien rijzen zorgen dat de Britten, als kleinere partij, met een akkoord alleen maar de deur openzetten voor Amerikaanse chloorkippen en zorgaanbieders die willen profiteren van de privatisering van de National Health Service.

Uiteindelijk is de Britse economie nauwer verweven met de EU dan met de VS. Dat blijkt uit alle handelscijfers, maar ook uit de plannen van BMW. De elektrische Mini’s worden weliswaar in Oxford in elkaar gezet, de batterijen en de aandrijvingssystemen komen uit Beieren. Bovendien wordt van de 200.000 Mini’s die jaarlijks in het Verenigd Koninkrijk worden gemaakt, bijna 40 procent in de EU verkocht. Wat de plannen van BMW eigenlijk duidelijk maken is dat na Brexit, de Britten eerder een verregaand handelsakkoord met de EU nodig hebben dan met de Verenigde Staten, als de regering van May de economische gevolgen zo beperkt mogelijk wil houden.

Woensdag bleek wederom dat de Britse economie vertraagt. In de eerste helft van dit jaar groeide de economie met 0,7 procent. Sinds 2012 groeide de economie niet zo langzaam. Consumenten gaven meer uit, maar de bouw, industrie en autofabrikanten deden het minder. Op weg naar Brexit lijkt de Britse economie op die van de eurozone in de nadagen van de crisis in de muntunie: ploeteren en doormodderen. De regering van May zal veel BMW’s en Amazons de komende jaren binnenboord moeten houden om daar verandering in te brengen.