Interview

‘Als homo blijf je een beetje anders’

Rick Paul van Mulligen

In de voorstelling ‘Paradijsvogel’, te zien op De Parade, viert acteur Rick Paul van Mulligen de schoonheid van het anders-zijn.

‘Paradijsvogel’ is de eerste solovoorstelling van acteur Rick Paul van Mulligen. Foto Sanne Peper

‘Mensen vragen vaak of ik niet eens géén homo wil spelen. Alsof een homo één rol is.” Acteur Rick Paul van Mulligen (36) verzet zich tegen de verbazing van castingdirectors, als hij wéér een ‘homorol’ aanneemt. In zijn solodebuut, Paradijsvogel, de hele zomer te zien op De Parade, krijgt daarom een homoseksuele ‘showvogel’ het hoogste woord. „Hij is zo’n showpony, die leeft voor de spotlight.” In een glitterpakje paradeert Van Mulligen over het kleine podium van zijn tent, wars van conventies.

Sinds Van Mulligen in 2014 het Gala van het Nederlands Theater presenteerde, kreeg hij geregeld de vraag of hij geen eigen voorstelling wilde maken. Hij wilde wel, maar durfde niet. „Veel te spannend.” Uiteindelijk was het Marcus Azzini, artistiek directeur van Toneelgroep Oostpool, die hem overhaalde. Bij het gezelschap waar Van Mulligen al zo’n zes jaar speelt, en op theaterfestival De Parade, waar hij vaker optreedt, durfde hij het wel aan.

Paradijsvogel werd een uitbundige ode aan de excentriekeling, een humoristische voorstelling over „de schoonheid van anders-zijn”. Van Mulligen gaat in zijn solo, geflankeerd door muzikanten Jan en Keez Groenteman, aan de haal met hokjesdenken en labels voor geaardheid of geslacht. „Terwijl ik eerst nog riep: als ik een solo maak, doe ik niets met show of homoseksualiteit.”

Waarom was je daar in eerste instantie zo fel op tegen?

„De heteroseksualiteit van een personage wordt nooit benoemd. Homoseksualiteit altijd. Daar worstelde ik mee. En ik raakte geïrriteerd. Waarom mag ik dat eigenlijk niet van mezelf? Ik bén homo en zou best altijd homoseksuele personages willen spelen. Er zijn daar duizenden verschillende van. Daardoor dacht ik: ik ga het juist wél doen.

„Daar vond ik ook mijn kracht in. Het gaat me goed af. Zoals het Barry Atsma altijd goed afgaat om de hetero te spelen.”

Hij lacht. „Nu denk ik zelfs: misschien ga ik lekker altijd homo’s spelen. Maakt mij het uit. Als het maar mooie rollen zijn.”

Waar komt die fascinatie voor anders-zijn vandaan?

„Als kind was ik gefascineerd door het tv-programma Paradijsvogels. Daarin werden van die zonderlinge figuren gevolgd. De maatschappij lachte hen uit, maar ze waren gelukkig in hun eigen wereldje. Dat sprak mij aan. Ik geloof dat de schoonheid van het leven juist zit in anders durven zijn. Wat afwijkt, valt op en inspireert. Daar wilde ik iets mee.”

Waarom raakt dat je zo?

„Als homo blijf je altijd een beetje anders. In mijn supermarkt werd kortgeleden een jongen uitgescholden voor kankerhomo en knock-out geslagen. Dat kan mij volgende week gebeuren, denk ik dan. Het houdt me bezig. Op de een of andere manier word ik steeds aangesproken op mijn anders-zijn.

„In de voorstelling zit een liedje over twee vaders, die elkaar op straat geen kus durven te geven. Dat wilde ik er per se in houden. Als ik de volledige regie heb, wil ik het hebben over wat ik belangrijk vind. Niet met een vingertje of zo, maar met de grap. Toch ben ik altijd bang dat mensen zeggen: ‘O, moet weer zo’n homo zeuren, dat hij het niet goed genoeg heeft.’”

Je speelt ook een kerel die, heel agressief, maar blijft doortieren over seks. Hij is niet bepaald de belichaming van ‘de schoonheid van anders-zijn’. Waarom maak je hem belachelijk?

„Dat is een bizar personage, iemand die zichzelf heeft losgemaakt van alles wat gangbaar is. Dat maakt hem onaantastbaar. Hij is zo’n hetero die mij op straat zou uitschelden. Alleen speel ik hem niet als hetero. Ik maak hem larger than life. Het is niet alleen maar mooi, anders zijn.

„In de voorstelling speel ik daarmee. Ik woon zelf in een vinexwijk. Ik wil ook gewoon een goeie auto, boodschappen doen en op de bank hangen. Ik hou het niet vol om de hele dag te stralen.”

Hij lacht. „Ik zou willen dat het samen kan gaan, anders-zijn en het gewone. Niemand voldoet aan de norm, iedereen heeft zijn eigen gekkigheden.”

‘Paradijsvogel’ is goed ontvangen. Denk je al aan een nieuwe solo?

„Wie weet. Het is fijn om te merken dat ik, als ik zelf iets mag verzinnen, niet helemaal blanco ben. Dat is toch een opluchting. Dat ik iets te vertellen heb.”

Paradijsvogel is van 11/8 t/m 17/8 weer te zien op De Parade in Amsterdam. Inl.: parade.nl