Internationalisering hoger onderwijs ‘is doorgeslagen’

Hoger onderwijs

Colleges in het Engels, wat heeft Nederland eraan? Dat trekt buitenlandse studenten. Maar er is veel kritiek op de ‘verengelsing’.

iStock

De internationalisering van universitaire opleidingen is doorgeslagen. Veel opleidingen hebben het Engels ingevoerd als voertaal. Zo hopen ze buitenlandse studenten te trekken. Maar een goede toets voor het nut en de noodzaak van de keuze voor het Engels ontbreekt.

Dat zegt Hans de Wit, hoogleraar en directeur van het Center for International Higher Education aan Boston College. Hij is specialist in internationalisering. Na een lange carrière aan de Universiteit van Amsterdam (buitenlandse betrekkingen) en de Hogeschool van Amsterdam (lector internationalisering) kwam hij terecht bij dit college, op het gebied van onderzoek naar onderwijs wereldberoemd.

„Er wordt niet gekeken waarom we het doen en wat het nut en de noodzaak van internationalisering zijn”, zegt hij telefonisch vanuit Boston. „Dan krijg je dat een master klassieke talen in het Engels wordt gegeven”, Dat is aan de Universiteit Leiden bijvoorbeeld al het geval.

„Er is een taalbeleid nodig”, zegt De Wit. „Dat betekent dat je ook moet voorkomen dat het Nederlands verslonst. En waarom alleen internationaliseren in het Engels? Door Brexit is Engels niet meer de belangrijkste taal van de Europese Unie. De drie grote Europese talen, Duits, Frans en Spaans, winnen aan betekenis”.

Goede buitenlandse studenten

De Wit hecht aan internationalisering: „Alle Europese landen, Japan en Canada willen met internationalisering de kenniseconomie in stand houden door goede buitenlandse studenten aan te trekken.”

Door de buitenlandse toeloop groeit het aantal studenten aan Nederlandse universiteiten. Tegelijkertijd stagneert of daalt het aantal Nederlandse studenten, doordat er minder jongeren zijn. Voor faculteiten die weinig Nederlandse studenten trekken, kan internationalisering de redding zijn. De Rijksuniversiteit Groningen kampt met een krimpende bevolking in de regio, wil een internationale universiteit worden en richt op kosten van de Chinese overheid een afdeling op in Yantai.

De Wits harde oordeel over Nederland is in lijn met het eerder deze maand uitgekomen rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen over Engels aan de universiteit. Volgens de KNAW-commissie moet de taalkeuze voor iedere opleiding afzonderlijk worden gemaakt, op basis van de inhoud en doelstellingen van de opleiding. Docenten moeten worden getraind in het geven van onderwijs in het Engels, en buitenlandse en Nederlandse studenten moeten meer contacten met elkaar leggen.

In principe moet het hoger onderwijs in het Nederlands worden gegeven, zo stelt de wet. En universiteiten moeten zich richten op de „bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands”. Daarvan kan worden afgeweken als de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs, dan wel de herkomst van studenten, daartoe noodzaakt. Volgens de KNAW wordt „in de praktijk veel en niet altijd met uitgebreide motivering gebruikgemaakt van die uitzonderingsmogelijkheden”.

De vereniging Beter Onderwijs Nederland is kritisch over onderwijsvernieuwingen en verzamelt handtekeningen voor een petitie tegen verengelsing van het hoger onderwijs. Ook wil ze bij de rechter afdwingen dat de overheid de wet handhaaft.

Ze leveren geld op

Voor de universiteit leveren buitenlandse studenten geld op. Het Rijk vergoedt de kosten van de 60.000 studenten uit Europese landen. Zelf betalen ze maar 2.000 euro collegegeld, net als Nederlanders. En de 20.000 niet-Europese studenten betalen zelf hun volledige opleidingskosten: 6.000 tot 16.000 euro per jaar. Er studeren maar 12.000 tot 15.000 Nederlanders in andere Europese landen.

Voor de belastingbetaler is de balans van internationalisering dus negatief. Maar de Nuffic, de organisatie voor onderwijsinternationalisering, stelt dat buitenlandse studenten economisch toch gunstig zijn voor Nederland. Ze leveren Nederland ruim 1,5 miljard euro per jaar op, want een kwart van de afgestudeerden blijft minstens vijf jaar in Nederland werken. Dan betalen ze ook belasting. Vooral studenten van buiten de EU en degenen die techniek of gezondheidszorg hebben gestudeerd blijven relatief lang.

Ook De Wit denkt dat internationale studenten uiteindelijk geld opleveren. Vooral in de bètawetenschappen en de techniek kunnen begaafde studenten worden aangetrokken. „Niet ieder vak hoeft te worden geïnternationaliseerd”, vindt hij. „In de sociale en geesteswetenschappen is de lokale taal nog steeds dominant, met uitzondering van economie.”

Lees ook de reactie op dit stuk door een student: Internationalisering is echt geen geldkwestie

De vraag is of internationalisering altijd een goed verdienmodel blijft, want ook andere landen zitten niet stil. „De concurrentie wordt groter”, zegt De Wit. „Daarbij krijgen ook niet-westerse landen als China, Maleisië en India veel Afrikaanse studenten.”

De beste Chinese studenten, die het volle pond voor de studie betalen, geven de voorkeur aan Amerikaanse en Britse topuniversiteiten. Nederlandse universiteiten richten zich daarom op het tweede echelon Chinezen. Ook de minder gerenommeerde Amerikaanse universiteiten vissen in die vijver. Tegelijk verwacht De Wit dat de stroom van Chinese studenten zal afnemen, want Chinese universiteiten worden beter. En internationaler.