Geen geld voor de wederopbouw van Mosul

Na de val van IS

Zo’n honderd miljard dollar is nodig om de gebieden waar IS is verdreven weer op te bouwen. Maar de Iraakse regering heeft geen geld en het Westen komt niet over de brug.

De verwoeste al-Nuri moskee in de oude stad van Mosul. Foto Thaier Al-Sudani/Reuters

Hoe groot de opluchting in Irak en elders in de wereld ook is nu Islamitische Staat in de stad Mosul is verslagen, de militaire overwinning staat nog allerminst garant voor een duurzame vrede in dit deel van Irak.

Een van de grootste uitdagingen voor de Iraakse regering en haar buitenlandse bondgenoten is de wederopbouw van de grotendeels verwoeste stad en omgeving. Als ze falen, bestaat het risico van een nieuwe opstand onder de sunnitische bevolking, die zich toch al voelt achtergesteld door de shi’itische regering in Bagdad.

„Ik geloof dat iedereen door schade en schande wijs is geworden dat tenzij je hier blijft en het karwei helpt klaren, we hier over tien jaar weer zullen zijn”, verklaarde een westerse diplomaat tegenover persbureau Reuters. Hij doelde op de mislukte poging tot wederopbouw in Irak na de Amerikaanse militaire inval van 2003 en de daaropvolgende bezetting. Die konden de opkomst van sunnitische radicalen als IS niet voorkomen, en hielpen die volgens velen juist bespoedigen. De verwoestingen in Irak waren toen overigens beduidend minder groot dan nu.

De schade in Mosul, voor de komst van IS in 2014 een stad met 1,8 miljoen inwoners, is enorm. Vooral in veel wijken in het westelijke stadsdeel staat er volgens bezoekers bijna geen steen meer op de andere. Volgens schattingen van medewerkers van de gouverneur van Nineveh, de provincie waarin Mosul ligt, is driekwart van de wegen verwoest, evenals bijna alle bruggen en 65 procent van het elektriciteitsnet. Ook de watervoorziening ligt goeddeels plat, ook omdat IS op veel plaatsen boobytraps heeft aangebracht.

Zo’n 900.000 inwoners bivakkeren nog in tijdelijke opvangkampen, van wie ten minste 200.000 mensen in het geheel geen huis meer hebben om naar terug te keren.

Zelfmoordaanslagen door IS

In het oosten van Mosul, dat al een half jaar geleden werd bevrijd van IS, is te zien hoe moeizaam de wederopbouw verloopt, meldt The Economist. Er is nog altijd geen elektriciteit, drinkwater moet met trucks worden aangevoerd omdat de waterleiding nog niet werkt. Scholen zijn wel open, maar de leerkrachten worden steeds wanhopiger want ze krijgen maar geen salaris. De universiteit, die verwoest werd, heeft zijn deuren nog niet heropend, ook niet op een andere locatie. Met grote regelmaat wordt ook dit deel van de stad nog opgeschrikt door zelfmoordaanslagen door IS-mensen.

De Iraakse regering in Bagdad schat dat voor het totale gebied waar IS de dienst uitmaakte en inmiddels is verdreven, zo’n honderd miljard dollar nodig zal zijn om het weer op te bouwen. Alleen al de kosten van de wederopbouw van de stad Ramadi, waar vorig jaar eveneens zeer fel werd gevochten, worden op twaalf miljard dollar geraamd. Mosul is nog drie keer zo groot als Ramadi.

Uitzicht vanuit een verwoest hotel in het westen van Mosul op 11 juli 2017.
Felipe Dana/AP Photo
Beschoten verkeersborden tussen verwoeste gebouwen.
Thaier Al-Sudani/REUTERS
De zwaar gehavende Oude Stad van Mosul, met de Al-Nuri-moskee, op 4 juli, waar IS werd verdreven.
Felipe Dana/AP Photo
Foto Felipe Dana/AP & Thaier Al-Sudani/Reuters

Waar al dat geld vandaan moet komen, is volkomen onduidelijk. De Iraakse regering zelf heeft het in elk geval niet. Het land is voor 43 procent van zijn bbp afhankelijk van de olie (goed voor 99 procent van de uitvoer). De lage olieprijs doet zich dan extra voelen. Zelfs zonder extra posten voor wederopbouw kampt Irak al met een begrotingstekort. Het Internationaal Monetair Fonds is daarom bijgesprongen met een krediet van ruim vijf miljard dollar.

Toen de provinciale bestuurders in Nineveh Bagdad vroegen om een op zichzelf nog bescheiden budget van een miljard dollar voor Mosul, kregen ze volgens het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic maar een fractie daarvan. Toen een gouverneur in het district Sinjar om 70 miljoen dollar vroeg, scheepte de centrale regering in Bagdad hem af met 45.000 dollar om het ergste puin te ruimen in zijn gemeente.

Het buitenland staat evenmin te trappelen om Irak andermaal te helpen. De Amerikanen, de Duitsers en de Britten en enkele andere donoren hebben bij elkaar enige honderden miljoenen dollars hulp toegezegd. Maar een deel daarvan is bestemd voor de ontheemden in de opvangkampen. Voor de wederopbouw blijft er dus bitter weinig over.

Zelfs als er meer geld zou komen, dan zal dat alleen effectief kunnen worden besteed, als politici dat niet in eigen zak steken, zoals bij vroegere hulpprojecten op grote schaal gebeurde. Het zal voor de shi’itische regering in Bagdad bovendien al een heksentoer zijn om een slagvaardig bestuur in Mosul te formeren, dat niet alleen haar vertrouwen geniet, maar ook dat van de deels getraumatiseerde sunnitische bevolking. De meeste waarnemers achten de kans gering dat dit lukt.