Recensie

‘Kijken in de Ziel’ met militairen: spannende verhalen en geestig legerjargon

Zap

In de nieuwe reeks van zijn interviewprogramma praat Coen Verbraak met Nederlandse militairen. De eerste aflevering was boeiend en leerzaam.

Coen Verbraak en Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp in Kijken in de Ziel (NTR).

“Op verjaardagen merk ik dat mensen echt aan mijn lippen hangen wanneer ik vertel wat we doen”, zei helikopterpiloot Roël Boezen in de VPRO Gids naar aanleiding van de nieuwe reeks Kijken in de Ziel. Na onder meer psychiaters, voetbaltrainers en topondernemers was het nu de beurt aan militairen om interviewer Coen Verbraak te vertellen over hun vak.

Dat kapitein Boezen niet overdreef over hoe spannend zijn werk is, bleek uit de eerste aflevering van de interviewserie. Zijn verhaal over een missie in Afghanistan, waarbij zijn helikopter met zes commando’s moest landen op een scherpe bergtop vol Talibanstrijders, met twee achterwielen op twee verschillende rotsen en de voorkant nog in de lucht, klonk als een scène uit een Hollywoodfilm.

Voor de bijzondere actie kreeg hij een onderscheiding, een Vliegerkruis. En toch noemt Boezen de afloop bitterzoet. Bij terugkeer kregen de commando’s en hij veel kritiek. Sommigen vonden dat ze het risico niet hadden moeten nemen. De anekdote maakte de dilemma’s van de militairen pijnlijk inzichtelijk. En dat allemaal als antwoord op de ogenschijnlijke simpele vraag: wat doe je met een bevel?

Door Verbraaks heldere en empathische interviewstijl was de eerste kennismaking met de militairen zeer boeiend. Door ze bijvoorbeeld te vragen naar het belang van discipline („We hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn, om hetzelfde te doen”), of ze bereid waren hun leven te geven (zonder uitzondering: „ja”) en te vragen naar hun jeugd leerden we zowel het beroep als de militairen zelf beter kennen.

En er mocht gelachen worden. Daar was in de vorige reeks, De Achterblijvers, met mensen die iemand verloren hebben, logischerwijs minder ruimte voor. Toen kapitein Boezen wees naar het Vliegerkruis op zijn uniform, een klein wit-oranje gestreept vierkantje, zei Verbraak: „Het is een beetje een zwemdiploma, als je zo kijkt.” En over de sterren op de schouder die worden gebruikt om iemands rang in het leger te duiden – vier sterren is de hoogste – zei de interviewer: „Eigenlijk hetzelfde systeem als bij koelkasten.” De militairen konden er gelukkig zelf ook om lachen.

We maakten ook kennis met het komische jargon en de vele afkortingen waar militairen dol op zijn. Waarom ze die gebruiken? „Voor een deel is dat gewoon humor, en voor een deel scheelt dat een hoop tekst als je iets moet opschrijven”, zei Tom Middendorp, Commandant der Strijdkrachten (CDS). LiBroZa (linkerbroekzak), het KiKaDeWaDO (het kind kan de was doen) en HelaPiDaKa (helaas pindakaas). Het bleek hun manier om de draak te steken met de formele afkortingen die ze gebruiken bij hun werk. Sommige woorden stammen nog uit de tijd van Nederlands-Indië zoals pendek (onderbroek) en blauwe hap (rijsttafel).

Tijdens de eerste aflevering kreeg Verbraak maar één keer het antwoord: „Daar kan ik niets over zeggen.” Dat valt alleszins mee, vooral omdat Defensie bekend staat als een gesloten organisatie. Vorige week bleek uit onderzoek van RTL Nieuws dat het Ministerie van Defensie vergeefs heeft geprobeerd om bronnen te achterhalen die informatie lekten. De aanleiding was berichtgeving van verschillende media over onder meer een nieuwe missie naar Afghanistan.

Of de militairen zo openhartig blijven, moet uit de volgende afleveringen blijken, die onder meer over Srebrenica gaan. Hopelijk komen dan de weinige vrouwen ook wat vaker aan het woord.

Yasmina Aboutaleb schrijft deze week de tv-recensies.

In een eerdere versie van dit stuk stond ‘blauwe tafel’ in plaats van ‘blauwe hap’. Dit is inmiddels aangepast.