Interview

‘Als wij niet oppassen, wordt Nederlanderschap gedefinieerd per ras’

Joost Röselaers

De vertrekkende predikant van de Nederlandse kerk in Londen over moslims, voltooid leven en de zielenroerselen van bankiers.

Predikant Joost Röselaers vertrekt uit Londen om algemeen secretaris te worden van de remonstranten in Nederland. Foto Werry Crone

In hoog tempo stapt Joost Röselaers door de Travellers Club, langs de portretten van Britse diplomaten, regenten en burggraven, leden van weleer van de sociëteit aan Pall Mall in Londen. Allemaal mannen. „Vrouwen mogen geen lid zijn”, zegt Röselaers, die als predikant al jarenlang kosteloos lid is. „Ik woon buiten de stad. Dit bleek een handige plek om lunches te organiseren, om te overnachten.”

De 37-jarige predikant veroordeelt het toegangsbeleid niet, keurt het evenmin goed. Hij ziet zijn lidmaatschap als antropologie: boeiend materiaal om te beschouwen. Typisch Röselaers, die na vier jaar vertrekt als predikant van Austin Friars, de eeuwenoude Nederlandse kerk in Londen, om algemeen secretaris te worden van de remonstranten. Hij houdt ervan de kritische geest te zijn binnen een groep. Röselaers is gelovig, maar heeft het niet op het prekerige van de kerk. Hij is liberaal, maar gruwelt van de afwijzing van geloof door zijn D66. „Op het gebied van geloof is D66 analfabeet. Wij zijn op dit gebied dogmatischer dan de SGP. Toch blijft het helemaal mijn partij”, schrijft Röselaers in een e-mail voorafgaand aan het afscheidsgesprek.

Wat maakt D66 dan uw partij?

„Ik geloof dat het individu maximaal de ruimte moet krijgen zichzelf te ontwikkelen, zonder dat de staat zich er te veel mee bemoeit. Dan is D66 de enige partij die daar voor staat. Bovendien vind ik dat D66-politici vaak verstandige mensen zijn. Als het op religie aankomt heeft D66 echter geen benul. Ik hoorde een lokale D66-politicus zeggen dat islamitische agenten prima een hoofddoek kunnen dragen. Tegelijkertijd schiet de partij in een krampachtige houding als regeren met ChristenUnie op tafel ligt.”

Bent u van mening dat de voorstellen van D66 over voltooid leven te ver gaan?

„Het is een puur politiek verhaal geworden. Wat ik mis is dat de partij een grote discussie in de samenleving entameert waarmee het wetsvoorstel voor voltooid leven een context krijgt. Wat is dood? Wat is leven? De partij moet daar ideeën over ontwikkelen en de verhalen bij zoeken die daarbij passen. D66 zegt nu over dit voorstel: ‘Wij weten hoe het zit. Wij hebben de moraal aan onze zijde.’ Dat is precies hoe de kerk zich eeuwenlang opstelde. Daar zijn wij als maatschappij geloof ik wel klaar mee.”

D66 en ChristenUnie bestrijden niet elkaars standpunten, maar elkaars identiteit, schrijft columnist Tom-Jan Meeus

Wat vindt u zelf van het idee dat fysiek gezonde ouderen hun leven gepland beëindigen?

„Inhoudelijk sta ik compleet achter D66. Ik heb ook pastoraat met oudere mensen van negentig die klaar zijn. Je hoopt dan bijna dat ze een bacterie krijgen.”

Dat ook in een seculiere samenleving de kerk wel een belangrijke maatschappelijke rol kan hebben, ontdekte Röselaers in het Verenigd Koninkrijk. Hier gaan ook minder mensen op zondag naar een dienst. Toch is de Anglicaanse kerk overal.

Voor de finale van de FA Cup zingt een stampvol Wembley Stadion uit volle borst Abide with Me. Niemand kijkt er vreemd van op als Justin Welby, aartsbisschop van Canterbury, politici van alle kleuren oproept om Brexit samen aan te pakken in het landsbelang. Na aanslagen zijn er wakes waar religieuze leiders zij aan zij staan.

Hun boodschap: dit is de daad van gekken, dit is geen geloofsoorlog. Röselaers: „Die leiders hebben de macht en statuur om zoiets te doen. In Nederland is dat ondenkbaar. De Anglicaanse kerk heeft zich ontwikkeld tot civil religion, tot burgergeloof. Ik ken hier genoeg predikanten die voor geen barst in God, maar wel in de rituelen, liederen en tradities geloven. Dat zorgt voor samenhang.”

Nederland is zoekende. Misschien zijn wij te eigenwijs om de waarde van rituelen in te zien. Het hoeft niet gebaseerd te zijn op geloof

Is Nederland vergeleken met het Verenigd Koninkrijk dan los zand?

„Nederland is zoekende. Misschien zijn wij te eigenwijs om de waarde van rituelen in te zien. Het hoeft niet gebaseerd te zijn op geloof. Frankrijk kent een strenge scheiding tussen kerk en staat, maar de inhuldiging van Macron is omkleed met symboliek en ceremonie. Die magie zie je in Nederland niet.”

Zit er een gevaar in een samenleving waar rituelen en samenhang er niet toe doen?

„Nederland is een post-christelijke maatschappij. Er moet echter wel een basis zijn. Vroeger was dat een christelijke, voor het handelen, voor de samenleving, voor het samenleven. Wat maakt een Turk of Marokkaan ook tot Nederlander? Het is behoorlijk ongrijpbaar. Als wij niet oppassen, wordt Nederlanderschap gedefinieerd per ras: als je blank bent, ben je Nederlander.”

Wordt in het Verenigd Koninkrijk anders tegen moslims aangekeken?

Before anything else they are British, zegt men hier. Veel komen uit landen die ooit onderdeel van het Gemenebest waren. Dat heb je in Nederland niet. Turken en Marokkanen staan cultureel en historisch verder van ons af. Sadiq Khan, een moslim van Pakistaanse komaf, werd beëdigd als burgemeester van Londen in Southwark Cathedral, onder leiding van een bisschop met al zijn tierelantijnen. Khan gaat daarin mee, kan als bestuurder goed uit de voeten met het ritueel en de taal die bij die ceremonie horen.”

Toch waarschuwt veiligheidsdienst MI5 voor tienduizenden geradicaliseerde Britse moslims.

„Dat moslims volop deel uitmaken van de cultuur wil niet zeggen dat er geen radicalen rondlopen, die niks moeten hebben van de Britse identiteit. Tegen dergelijke duivelse machten is weinig bestand.”

Islam, christendom. Röselaers groeide ermee op. Zijn vader was diplomaat bij de Verenigde Naties. Het gezin woonde in Genève en Senegal. Röselaers ging in Dakar naar de middelbare school. „Bij de jezuïeten in een overwegend islamitisch land, terwijl ons gezin protestants is”, zegt hij.

Op zijn achttiende besloot hij dat hij, als eerste in zijn familie, predikant wilde worden. Hij solliciteerde nog wel bij het klasje van Buitenlandse Zaken, maar werd afgewezen. „Mijn vader vond het wel een rare actie”, zegt hij. „Nu ziet hij beter de interessante kanten. Door mijn plaatsing in Londen ben ik ook in het buitenland terechtgekomen.”

In Londen leidde hij diensten, voltrok hij huwelijken (ook homohuwelijken, terwijl de Anglicaanse kerk dat niet doet). Extra bijzonder waren zijn gesprekken met bankiers. Niet toevallig. Austin Friars staat in het hartje van de City, pal naast de hoofdkantoren van de grootste banken ter wereld. Röselaers leerde de bankwereld kennen en de Britse financiële cultuur. Bankiers kwamen naar hem toe met hun zielenroerselen. „Het gaat eigenlijk nooit direct over God, wel over de existentiële vragen.”

Na de crisis werden topbankiers regelmatig weggezet als graaiers.

„Graaiers is negatief gesteld, maar ze verdienen wel buitensporig goed en hun ideeën over moraliteit zijn ze deels kwijtgeraakt. Het komt allemaal door de bonus. Die hebben ze nodig voor de dure scholen, voor de dure huizen. Ik sprak laatst een bankier die vertelde in een Mercedes te rijden. Zijn vrouw zei dat ze daar niet mee kon aankomen op de school van hun kinderen. Ze hadden een Land Rover nodig. Zo werkt die wereld. Hoe rijk je ook bent, je komt altijd in aanraking met kringen die het net iets beter hebben.”

De Tweede Kamer heeft besloten de strenge beperking op bonussen te laten varen. Slecht plan?

„Niet als Nederland bankiers uit Londen wil aantrekken. Te stellig tegen bonussen zijn werkt niet. In het algemeen snappen Nederlanders niet hoe je hier zaken doet. Ik had een afscheidslunch met de Aldermen van de City of London, zeg maar het deelgemeentebestuur. We hadden het over de Amsterdamse poging om Lloyds te lokken. Dat heeft Amsterdam zo verkeerd aangepakt. Meteen bot, meteen na Brexit iemand hier naartoe sturen, maar het vriendelijke, beleefde Britse deden ze niet. Te veel directheid, te veel stelligheid werkt hier niet. Ik vermoed dat dit een grotere rol heeft gespeeld dan de beperking van bonussen.”

Adviseert u topbankiers om te stoppen met de ratrace?

„Het gaat mis als het zorgvuldig opgebouwde leven anders loopt: als hun zoon niet binnenkomt op Eton. Doorvragen, dat is wat ik doe. Hoe vaak zie je je kinderen? Hoeveel drink je? De drankcultuur is losgeslagen: vijf pints bij de borrel en dan nog wijn bij het eten. Soms zie ik dat iemand met wie ik gesproken heb, overstapt. Van Goldman Sachs of een andere topbank in de City naar een kleine privébank in Mayfair. Daar is de werkdruk minder.”

Zo werkt die wereld. Hoe rijk je ook bent, je komt altijd in aanraking met kringen die het net iets beter hebben

Kunnen topbankiers ontspannen?

„Daar zijn die mannen, 95 procent is inderdaad man, extreem in. Een bankier vertelde dat hij zich eens per jaar afzonderde nabij de Noordpool. Hij liet filmpjes zien. Hij zakte door het ijs en was bijna dood. Een week kamperen in Frankrijk zit er niet in.”

U verkeert in de wereld van het grote geld, maar verdient zelf bescheiden. Verlangt u naar die rijkdom?

„Ik koester mijn vrijheid en mijn ontspannen ritme. Dagelijks kan ik mijn kinderen naar bed brengen. Bovendien, de dominee heeft in Engeland een geprivilegieerde positie. Iedereen weet dat je geen geld hebt en dus wordt er voor mij betaald, als ik mee uit eten ga, of naar een chalet in de bergen om te skiën.”

Terug in Nederland zal zijn positie weer veranderen: minder jetset, minder natuurlijk aanspreekpunt. Vanuit Londen wil Röselaers de gedachte meenemen dat dominees maatschappelijk relevant en uitgesproken dienen te zijn. „Waarom zo defaitistisch?”, zegt hij.

Röselaers rekent voor. Ruim vier miljoen Nederlanders rekenen zich tot een van de christelijke kerken, ongeveer evenveel als de ANWB leden heeft. Waarom horen wij wel over de politieke standpunten van de ANWB, maar niet over de kerk? „Dat is vreemd. Ik vind dat predikanten een actieve rol in het debat moeten spelen. Natuurlijk moet de kerk veranderen. We kunnen het niet meer hebben van alleen de zondagsdienst. Dat neemt niet weg dat in nieuwe vormen, diners, praatgroepen, thema-avonden, de vraag naar zingeving groter is dan ooit.”