Na de verloren machtsstrijd rest het vertrek bij NOC*NSF

Olympische Spelen

Jeroen Bijl werd gepasseerd als technisch directeur en vertrekt na de Olympische Winterspelen bij NOC*NSF. „Ik had het graag gedaan.”

Jeroen Bijl Foto Jerry Lampen/ANP

Nadat Maurits Hendriks boven hem de voorkeur had gekregen als technisch directeur van NOC*NSF heeft Jeroen Bijl (50) maandag zijn vertrek bij de sportkoepel aangekondigd. Hij stopt per 1 maart 2018, zodra zijn werk als chef de mission van de Olympische Winterspelen in Pyeongchang erop zit.

Bijl is nu al niet meer actief als manager Topsport, een functie die hij twaalf jaar vervulde. Sinds hij in april de machtsstrijd om de transitie van een twee- naar eenhoofdige leiding van de afdeling Topsport had verloren, houdt hij zich alleen nog bezig met zijn taak als chef de mission.

Hoewel Bijl nog geen andere baan heeft, is het aannemelijk dat hij actief blijft in de sport. Hij zegt dat er voorzichtige contacten zijn in het betaalde voetbal en met sportbonden.

Hoe groot was de teleurstelling om geen technisch directeur te worden?

Jeroen Bijl: „Ik vond het erg jammer, maar mijn wereld is niet ingestort. Ik had het graag gedaan, dat zal ik niet bagatelliseren, maar ik dacht ook al na over de vraag: hoe lang moet ik nog bij NOC*NSF blijven? Toen de kans zich voordeed eindverantwoordelijk voor de afdeling Topsport te worden, had ik iets van: dat wil ik wel een tijdje doen. Na de benoeming van Maurits is het proces versneld om me elders te oriënteren.”

Was je het eens met de keus om de dubbele leiding van ‘Topsport’ bij één persoon onder te brengen?

„Ja, want het was voor onze omgeving vaak onduidelijk wie nu waarvoor verantwoordelijk was. Ik denk dat ik geschikt ben als technisch directeur en ik had er ook de ambitie voor, maar in mijn achterhoofd altijd met de gedachte: als het niet lukt, ga ik wat anders doen.”

Hoe zou u de functie van technisch directeur hebben ingevuld?

„Het heeft geen zin op die vraag in te gaan. Het is zoals het is. Maurits gaat het doen zoals hij dat wil.”

Is het geen probleem om tot en met de Olympische Winterspelen samen te moeten werken met Hendriks?

„Totaal niet, Maurits en ik hebben altijd professioneel samengewerkt en dat blijft zo. Het is zelfs prettig dat ik nu al mijn aandacht aan het chef-de-missionschap kan besteden.”

Wilde u geen chef de mission voor de Zomerspelen in 2020 worden?

„Nee, ik heb het niet overwogen en ik heb er geen behoefte aan.”

Blijft u voorzitter van de vakjury sportman en -vrouw van het jaar?

„Nee, er komt een nieuwe voorzitter. Maar dat is een gevolg van de afspraak dat de chef de mission geen voorzitter van die vakjury mag zijn.”