Laat jongens toch ravotten, zegt SIRE – maar moet dat echt?

In een nieuwe gelanceerde campagne wil de stichting SIRE opvoeders aan het denken zetten over hoe ze omgaan met jongensgedrag. Maar zijn jongens en meisjes wel zo verschillend?

Spelende jongens zoeken verkoeling in de speelvijver op het Van Beuningenplein in Amsterdam. Foto Evert Elzinga/ANP

Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn? Dat vraagt SIRE in een nieuwe, dinsdag gelanceerde campagne, met als doel „opvoeders aan het denken zetten over hun gedrag ten aanzien van jongens. Zodat jongens de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen op de manier die bij hen past.”

„We hebben onderzoek gedaan onder Nederlandse ouders van jongens en 76 procent vindt dat dit onderwerp meer aandacht moet krijgen”, zegt Lucy van der Helm, directeur van SIRE.

De campagne bestaat uit een filmpje voor televisie en internet, en een website met nog vijf filmpjes waarin drie wetenschappers, een gedragsdeskundige en een emancipatiedeskundige uitleggen waarom het belangrijk is aandacht aan dit onderwerp te besteden, en een wedstrijd waarin je een ‘onverwoestbare’ kinderbroek kunt winnen. Maar kloppen de stellingen in het SIRE-filmpje en de beweringen van de experts op de website wel?

Het campagnefilmpje:

Lees ook het opiniestuk van hoogleraar Diversiteit in Opvoeding en Ontwikkeling Judi Mesman over de manier van lesgeven aan jongens.

Stelling 1: Jongens leren op een andere manier dan meisjes. Jongens leren meer door te ontdekken, te experimenteren, risico’s te nemen, te doen.

Klopt dat? „Dat is niet zo’n makkelijke vraag”, zegt Judi Mesman, hoogleraar diversiteit in opvoeding en ontwikkeling aan de Universiteit Leiden en niet één van de SIRE-experts. „Jongens experimenteren inderdaad meer en vertonen ook vaker risicovol gedrag dan meisjes, maar of ze er meer van leren? Ik ken geen onderzoek dat aantoont dat jongens meer leren als je ze op de ene manier behandelt en meisjes meer op de andere manier.”

En hoe komt het dat jongens meer experimenteren en risico’s nemen? „We weten uit onderzoek dat zulk gedrag bij jongens meer wordt aangemoedigd en dat kinderen geneigd zijn gedrag dat meer wordt aangemoedigd ook meer te vertonen. En misschien is er ook wel een aangeboren component. Dat is moeilijk te onderzoeken, want je kunt kinderen niet in een genderneutrale omgeving laten opgroeien. Ik zeg er wel altijd bij dat de verschillen tussen jongens onderling en meisjes onderling veel groter zijn dan verschillen tussen jongens en meisjes; dat is wetenschappelijk aangetoond. Ik vind het dan ook vooral erg aan dit filmpje dat de boodschap is dat dit gedrag bij jongens hoort.”

Er is een bredere maatschappelijke ontwikkeling om kinderen minder vrij te laten

Judi Mesman

Stelling 2. Jongens te veel afremmen remt hun ontwikkeling. Ze verliezen sneller hun motivatie en hun prestaties gaan achteruit.

„Er is een bredere maatschappelijke ontwikkeling om kinderen minder vrij te laten”, zegt Mesman. „Vroeger zwierf je als kind van vijf al de hele buurt door, dan vroeg je op een gegeven moment aan een meneer hoe laat het was zodat je wist of het al etenstijd was. Dat gebeurt nu veel minder. Maar dat geldt voor jongens én meisjes.” En remt dat hun ontwikkeling? „Bepaalde dingen leren ze dan minder. Bijvoorbeeld hoe je moet vallen als je klimt. Of zelfstandig problemen oplossen, dat niet meteen je moeder of vader naast je staat. Maar ze kunnen al wel jong met een iPad overweg. Dat vinden sommige mensen heel erg, maar dat zijn ook vaardigheden.”

Emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio, een van de wetenschappers op de SIRE-site, vertelt nog wel dat de Vlaamse onderwijskundige Els Consuegra in onderzoek heeft gevonden dat jongens drie keer zo vaak berispt werden voor kletsen in de klas als meisjes. „Zij noemt dat genderdiscriminatie”, zegt Tavecchio, „maar dat woord hoor je in dit verband nooit. Het past in dat beeld dat er minder tolerantie is voor jongensgedrag.” Misschien komt dat, zegt hij, doordat klassen nu groter zijn en – „mogelijk, mogelijk, mogelijk” – doordat er minder mannelijke leerkrachten zijn. En jongens krijgen een lager schooladvies dan meisjes met hetzelfde IQ, zegt hij.

„Maar in de jaren 50 had niemand in de klas veel bewegingsvrijheid, toen was het orde, orde, orde, en toen deden jongens het nog prima”, zegt Mesman. „Misschien is het wel andersom. Om te slagen op school moet je kunnen stilzitten en luisteren. Misschien treft het meer democratische klimaat in klassen nu jongens die meer ruimte krijgen.” Het is een hypothese van haar, maar in feite is dit precies het omgekeerde van de SIRE-stelling. „Die ook maar een hypothese is”, zegt Mesman, „maar wel wordt gebracht als waarheid.”

Journalist Colin van Heezik vreest net als SIRE dat de man het nieuwe zwakke geslacht wordt. Maar de oplossing is niet om terug te grijpen op oude rollenpatronen, betoogt hij.

Stelling 3. De maatschappij besteedt te weinig aandacht aan hoe jongens van nature zijn. Als we jongens niet de gelegenheid geven zich te ontwikkelen worden ze ongelukkig, opstandig en gaan ze juist tegen de maatschappij in.

Dit zegt historica Angela Crott op de SIRE-website. Ze baseert zich op haar promotie-onderzoek naar de manier waarop sinds 1882 over jongens is geschreven in opvoedboeken, maar ze weet niet hoeveel jongens daadwerkelijk zulke problemen hebben, zei ze in 2013 in een interview in NRC. Lauk Woltring, adviseur op het gebied van mannelijke ontwikkeling en ook een van de door SIRE opgevoerde experts, zegt iets vergelijkbaars: als je jongens niet genoeg speelruimte geeft sluiten ze zich af, of ze gaan juist erg hun best doen maar komen dan niet meer aan hun eigen ontwikkeling toe. Hij heeft daar zelf geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.

„Dit is het soort onderwerpen waar heel weinig onderzoek naar is”, zegt Judi Mesman. „Mensen horen graag dat een wetenschapper zegt: zo zit het. Maar we weten eigenlijk nog maar heel weinig. Ik zou zelf nooit een campagne beginnen als je nog maar zo weinig weet.” Ze voegt toe: „Het zijn wel overduidelijk grove generalisaties over een heel geslacht en die zijn nooit waar. Mij stoort de stereotiepe boodschap dat hun geslacht bepaalt wat kinderen leuk zouden moeten vinden, terwijl er meer variatie binnen de seksen dan tussen de seksen is. En kinderen pikken impliciete boodschappen feilloos op en gaan zich er dan naar gedragen.” Is dat erg? „Als je het erover hebt dat kinderen zich volgens hun eigen natuur moeten ontwikkelen, dan is dat erg, ja.”