Interview

Kikkers in de ruimte

Programmeren John Gerrard maakt kunst met de broncode van videogames als basis. Hij kan zo kikkers gewichtloos door de ruimte laten zweven.

Noem het werk van kunstenaar John Gerrard vooral geen film, alle bewegingen worden door software gecreëerd. Foto Walter Herfst

Een helgroene kikker zweeft door een ruimtelab. Een paar handen in handschoenen tasten naar het amfibie. Af en toe gaat er een schok door de kikker en tuimelt hij door de ruimte. Linksom, rechtsom, ondersteboven. Tot hij weer terugkeert in zijn zwevende toestand en met zijn ogen zoekt naar de handen. Zijn hartslag, door zijn dunne huid heen zichtbaar, hervindt zijn rust nadat deze even is opgelopen. Het is geen vooraf opgenomen video: elke keer is het beeld op het projectiescherm anders. De zwevende kikker betovert.

De Ierse kunstenaar John Gerrard staat een dag voor de opening van de tentoonstelling Alles Elektrisch in de klassieke Gehoorzaal van het Teylers Museum toe te kijken hoe een conservator op een steiger een oude lamp hoger probeert te hangen, zodat deze het zicht op zijn 3D-simulatie niet verstoort. Gerrard moet dat nog ‘aftekenen’. Met de Britse medeorganisatoren van de tentoonstelling – de Wellcome Trust in Londen en het Museum of Science and Industry in Manchester - heeft het Teylers drie kunstenaars gevraagd een werk te maken geïnspireerd op hun collecties. Een vrij nieuwe ervaring voor het Teylers, het natuurhistorisch, wetenschappelijk en kunstmuseum dat meer bekend staat om oude dan om hedendaagse kunst.

Geamputeerde kikkerpoten

John Gerrard stuitte in de verzameling van de Wellcome Trust op het experiment dat de Italiaanse wetenschapper Galvani in 1792 had uitgevoerd. Galvani experimenteerde met geamputeerde kikkerpoten, door te kijken wat er gebeurt als je die een elektrische impuls geeft met behulp van een elektriseermachine en de Leidse Fles – een vroege condensator. De kikkers gaven een stuiptrekking, maar de vraag was: zit de elektriciteit al in het dierlijke lichaam, zoals Galvani onterecht veronderstelde, of komt het door de elektrische stimulatie van buiten?

„Ik was gefascineerd door die kikker, die ergens tussen leven en dood in zat. Er zit een zekere melancholie in. Het zegt iets over hoe we al eeuwen het geheim van het leven proberen te begrijpen”, zegt Gerrard. „Een curator vertelde me dat ze de originele etsen hadden van het experiment. En toen zei een andere curator dat ze zelfs het hele lab van Galvani in depot hadden.” Het is ook op de tentoonstelling in Haarlem te zien.

Gerrard begon te fantaseren over de kikker op de plank uit die opstelling. Hij zocht op welke kikkers tegenwoordig in experimenten worden gebruikt en stuitte op de Afrikaanse klauwkikker, oftewel de X. Laevis. Dat is ook de naam van zijn installatie. „Op de Wikipediapagina van X. Laevis kwam ik tegen dat hij in 1992 gebruikt was in een experiment in het Spacelab, waarbij hij het eerste gewervelde wezen was dat zich in een toestand van gewichtsloosheid heeft voortgeplant. Dat het precies 200 jaar na het experiment van Galvani was, is een gelukkig toeval: een experiment naar aards leven en een experiment naar buitenaards leven. Ik googlede ‘Frogs in Space’ en kwam op een YouTubefilmpje van de NASA van het experiment uit. Daarin zie je de handen van de onderzoekster die vergeefs tasten naar de kikker die alle kanten op zweeft.”

In zijn hoofd mengden de twee experimenten zich tot één installatie. Met zijn vaste producer Werner Poetzelberger, een programmeur en een modelleur ging hij in hun studio in Wenen aan de gang. Ze filmden de handbewegingen van een balletdanseres, die ze vier manieren lieten uitvoeren die corresponderen met de vier seizoenen. In de lente zijn de bewegingen ‘teer’, in de zomer zijn ze ‘formeel’, in de herfst zijn ze ‘dreigend’ en in de winter zijn ze ‘neutraal’.

Simulaties

Ze kochten twee kikkers op internet en observeerden al hun bewegingen. Die beschreven ze in data en voerden ze in hun game engine in, een krachtig computerprogramma die ze in Rusland hadden gekocht en daar wordt gebruikt voor het maken van onder meer militaire simulaties. Zo een kunstwerk maken, dat kan alleen als teamwerk, zegt Gerrard. „Mensen denken dat je foto’s kunt inscannen in de computer en dat deze het als vanzelf in data omzet. Dat kan niet. Je moet het allemaal handmatig doen.”

Noem zijn werk vooral geen film. Van de kikker is geen enkel beeld opgenomen, de twee kikkers hebben in het echt geen shock toegediend gekregen. Alle bewegingen worden geheel door de software gecreëerd, voortkomend uit de data die in de game engine is opgeslagen.

Het gevolg: de kans is heel klein dat zelfs als je lang blijft kijken je nog eens de zelfde reactie van de kikker op de shock ziet. Gerrard: „Als een museum dit kunstwerk koopt, koopt het eigenlijk een set software. Dat is alles.”

John Gerrard wordt in de kunstwereld beschouwd als pionier in het werken met deze digitale kunstvorm. In eerdere werken heeft hij zo al een vlag van rook gemaakt (Western Flag), een simulatie van een zonne-energieveld (Solar Reserve) en een datafarm van Google afgebeeld op de wijze zoals hij dat eerder met varkensboerderijen had gedaan (Farm).

Zelf aarzelt hij even als het woord pionier valt. „Er zijn ook andere kunstenaars mee bezig”, zegt hij. Maar gek vindt hij hem niet. Al sinds Gerrard, afkomstig van het platteland rond het Ierse Tipperary, in 1994 in Oxford ging studeren aan de kunstacademie, is hij gefascineerd door 3D-simulaties. „In mijn samenwerking met Werner die al tien jaar duurt, zijn we op een heel verfijnd niveau gekomen. Ik ga erg op zoek naar de ‘formele esthetiek’. Daarbij laat ik me inspireren door de Vlaamse en Nederlandse meesters die in enorm detail schilderden zoals Vermeer, Van Dyck, Memling. Ik zie de 3D-simulatie als een nieuwe manier van schilderkunst.”

Eigenlijk had het Teylers de installatie in een andere ruimte gepland, omdat de Gehoorzaal nodig is voor lezingen. Maar toen Gerrard de oude zaal zag waar begin vorige eeuw Nobelprijswinnaar Lorentz nog college heeft gegeven, viel hij ervoor. „Ik heb ze gesmeekt of mijn installatie in deze oude zaal mocht. Er ligt hier zo’n geweldige geschiedenis van de verbinding tussen wetenschap en samenleving, die terug gaat tot de tijd van Galvani.”

Over de kikkers overigens geen zorgen. Gerrard: „We hebben ze gegeven aan de dochters van mijn producer. Ze leven in een aquarium in Wenen. Ze kunnen wel 20 tot 25 jaar oud worden.”