Cultuur

Interview

Interview

Judith Chemla speelt Jeanne, een doorbraakrol.

‘Desillusie is de rode draad in mijn films’

Stéphane Brizé

De Franse regisseur specialiseert zich in films over desillusies. Dat is ook weer zo in kostuumfilm ‘Une vie’.

Wat heeft Stéphane Brizé met desillusie? In 2014 maakte hij in Cannes indruk met La loi du marché, waarin de ontslagen arbeider Thierry vernederd wordt in de molen van herscholing. Thierry verkoopt droef zijn ziel als beveiliger in een supermarkt, waar hij arme stumpers erbij lapt. Want ja, de hypotheek, de invalide zoon, al die kleine zekerheden die op het spel staan.

Halverwege de opnames van La loi du marché besloot Stéphane Brizé (50) Une vie, de debuutroman van Guy de Maupassant, eindelijk te verfilmen. Een boek dat de schrijver-regisseur twintig jaar geleden las en daarna elke twee jaar opnieuw, vertelt hij ons in januari in Parijs. Nu was de tijd rijp voor een adaptatie.

Une vie toont hoe Jeanne Le Perthuis des Vauds, een dochter van kleine Normandische adel, tussen haar 20ste en 47ste van een meisje vol romantische idealen verandert in een bittere, bedrogen vrouw. Ze trouwt de knappe Julien, een declassé uit een verlopen adelijk geslacht die haar bedriegt met – onder anderen – haar geliefde dienstmeisje. Ontsnappen is geen optie: meneer pastoor zalft de scherven telkens aan elkaar. Dus investeert Jeanne haar liefde in haar zoon, die na zijn vertrek contact houdt via bedelbrieven vol emotionele chantage.

Une vie, gefilmd in een hartvochtig kleurenpalet, vat een kwart eeuw eenzaamheid in fragmentarische scènes: het patroon vormt zichzelf. De rol is een doorbraak voor actrice Judith Chemla, wier open gelaat voor onze ogen verstrakt in een wantrouwige frons. Jeanne is een vrouw die uit het raam kijkt, zegt Brizé: daarom koos hij ook voor een vierkant, televisieachtig beeldformaat. „Weids cinemascope suggereert dromen en een verre horizon, dat zou heel pretentieus en ostentatief zijn. Een claustrofobisch kader past bij een vrouw die zichzelf opsluit in een kooi van hooggestemde idealen.”

Het maakt Une vie tot een droefgeestige kijkervaring: we volgen iemand die koppig de ene illusie voor de volgende inruilt richting een finale die net zo bitterzoet is als die van La loi du marché. Brizé: „In beide films hebben de protagonisten een erg hoge dunk van mensen en zijn ze geschokt wanneer ze hun wreedheid ervaren. Ik denk dat iedereen ooit is beschadigd door iemand die hij idealiseerde. Iedereen heeft littekens, voelt die kleine melancholie in zijn eigen hart. Ikzelf ontdekte heel vroeg hoe slecht de mensen zijn.” Hoe? Brizé, schertsend: „Door al die meisjes die mij niet wilden.”

Julien, de eerste die Jeannes hart breekt, is sympathieker dan bij Guy de Maupassant. „Daar is hij een botte opportunist, gewoon een klootzak. Maar het gereedschap van de literatuur is anders dan dat van de film. Ik moest Julien nuanceren, de kijker ziet wat Jeanne ziet. En zij is niet stom. In mijn ogen vindt Julien haar mooi en aardig genoeg om zichzelf wijs te maken dat hij verliefd op haar is. Maar eigenlijk gaat zijn hart sneller slaan omdat zij zijn status kan herstellen. Als dat is gelukt, verliest hij zijn interesse.”

Wat boeit Brizé zo aan desillusie? „Het is dat kleine stukje grond dat ik besloot te cultiveren”, erkent hij. „Mijn volgende film gaat er ook over.” Een desillusie-trilogie? „Ik denk niet in zulke termen, maar het is de rode draad die mijn films verbindt. Eén zin, één moment in de ene film bevat al de kern van mijn volgende.” Desillusie is ook een tijdig thema, vindt hij. „We leven zelf de Grote Desillusie. Kijk om u heen, onze vertrouwde wereld staat op instorten. En onze weigering dat onder ogen te zien, is pathologisch. Het is pijnlijk de realiteit te aanvaarden, maar doen we dat niet dan blijven we verlamd voor het raam staan, zoals Jeanne.”