Euthanasie (1)

Levenseinde is niet maakbaar

Foto Istock

In Nederland bestaat de mogelijkheid om het leven te bekorten middels euthanasie: een prachtige constructie waar veel mensen en hun naasten zich geholpen door voelen. Terecht is er door de wet een aantal zorgvuldigheidscriteria vastgesteld. De uitvoerend arts vergewist zich of is voldaan aan die criteria. De onafhankelijke SCEN-arts bezoekt de patiënt en toetst die criteria. Eén van die criteria is het gegeven dat de patiënt – door de voortgang – van de ziekte ondraaglijk lijdt. Mocht de ziekte onverwacht resulteren in een comateuze toestand, voordat de SCEN-arts de patiënt heeft kunnen bezoeken, dan kan de euthanasie niet plaats vinden: een tegenvaller voor de omgeving, zoals ook doorklinkt in het artikel van Piet Hein Eek (Zo wilde mamma het dus niet, 22/7). Het is echter belangrijk te beseffen dat een comateuze patiënt geen benul heeft van zijn ziekte en zijn klachten, zeker als hij of zij adequaat gesedeerd wordt (niet met morfine maar met midazolam). De comateuze patiënt lijdt dus niet ondraaglijk. Door de onderliggende ziekte overlijdt de patiënt meestal binnen zeer afzienbare tijd. Dat is een verdrietige tijd voor de naasten, maar kan ook vaak „een fijne en mooie ervaring zijn”.

Overigens is het niet verstandig om de dosering morfine in die laatste fase maar lukraak op te hogen: dat verkort het leven nauwelijks maar verhoogt wel de kans op een delirante situatie: een nare, angstige manier van doodgaan.

Ondanks alle zorgvuldige regelgeving is het einde van het leven dus lang niet altijd maakbaar. Dat kan taai zijn. Met respect voor de emoties van zoon Eek ben ik van mening dat de huisarts van mevrouw Eek zorgvuldig heeft gehandeld.


SCEN-arts