Down

Deze week schrijft huisarts Anne Hermans over haar praktijk op het platteland van Nieuw-Zeeland

‘I have been quite down indeed lately,’ geeft hij toe, als ik hem vraag hoe het gaat. We hebben zijn antidepressiva nu al twee keer opgehoogd. Hij heeft de psycholoog twintig keer gezien. Ik weet niet zo goed wat ik nog meer uit mijn hoed moet toveren.

„Ik had een affaire, weet je, met een Franse. Ze had een werkvisum, werkte hier in de visfabriek. Het was het lichtpuntje in mijn leven: de spanning, sms-jes sturen, afspreken in het geheim. Maar nu is ze terug naar Frankrijk.”

Terwijl ik neutraal probeer te kijken, zie ik zijn vrouw voor me. Vorige week kwam ze langs met hun twee dochters, twee stralende meiden van negen en twaalf.

„Het leven is nu weer zo gewoon: Werken, mountainbiken, fitness… en elke vrijdag een paar biertjes in de kroeg met de mannen. Ik fitness elke dag, druk met gemak honderd kilo op de bench press. En vorige week was ik tweede in die mountainbikerace. Dat is wel even leuk. Maar je snapt natuurlijk wel dat je als man toch iets meer wil in het leven dan dat.”

„En je gezin?”, vraag ik.

Hij trekt zijn wenkbrauwen op, zakt achterover in zijn stoel. „Ach ja, mijn vrouw, die heb ik nu al vijftien jaar. En mijn dochters: Ze houden niet van fitness, niet van mountainbiken … Ik weet gewoon niet waar ik met ze over moet praten, of wat ik met ze moet doen. Elke dag als je thuis komt diezelfde gezichten. Ik vermijd ze het liefst.”

Terwijl ik zijn recept maak, begint hij plotseling nerveus te wiebelen. „Ik heb trouwens nog steeds die uitslag op mijn penis. Het lijkt soms even beter te worden met die crème, maar zodra ik stop, komt het terug.”

„Dan moet ik er toch nog een keer naar kijken”, zeg ik, met een snelle blik op de klok. Ik heb inmiddels al drie keer naar de uitslag op zijn piemel gekeken, maar heb elke keer moeite om te vinden wat hij precies bedoelt. Deze keer in ieder geval maar weer een soatest test doen, bedenk ik.

Achter het gordijn laat hij zijn broek zakken en trekt zijn voorhuid terug. „Kijk hier. Dit ziet nu al weer rood. En het is pas een week geleden dat ik met die crème ben gestopt.”

Ik neem kweekjes af en leg hem uit dat het meest waarschijnlijk toch een schimmeltje is. Helaas kan dat makkelijk weer terug komen. Het is verstandig ook zijn vrouw te behandelen omdat je elkaar over en weer kunt besmetten.

Als ik hem zijn recepten heb gegeven, blijft hij zitten en kijkt me ongemakkelijk aan. Ik loop tien minuten achter dus sta op en loop naar de deur. Eindelijk gaat hij staan, veegt wat onhandig met zijn handen aan zijn broek en kijkt naar de grond. „Sorry, ik weet ook niet wat er met hem is elke keer …”, stottert hij dan. Ik kijk hem niet begrijpend aan. „Ik bedoel”, vervolgt hij aarzelend, „dat hij steeds zo klein is, elke keer als ik hier kom. Normaal is hij echt groter.”