Column

De grote gelijkmaker

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: waarom iedereen gespannen is bij de Division of Motor Vehicles

Illustratie Eliane Gerrits

Het is zaterdagochtend zeven uur, maar de rij slingert al om het grote grijze gebouw van de Division of Motor Vehicles heen. Mijn zoon, die zijn rijbewijs kwijt is, en ik sluiten achteraan. We moeten nog minstens een uur buiten in de zon wachten voor we binnen verder kunnen wachten.

De DMV staat bekend als het meest gehate bureaucratische bolwerk van de Verenigde Staten, het Amerikaanse Kremlin. Hier kom je voor alles wat met je auto te maken heeft. Alles dus waarvoor je een rijbewijs nodig hebt. Dat felbegeerde plastic kaartje is voor vele Amerikanen het enige identificatiebewijs en daarmee niet alleen de toegangskaart tot een auto, en dus werk, maar ook tot een creditkaart of bankrekening.

Een burgerlijke stand bestaat hier niet. Niemand noteert waar je woont. Als je wordt geboren, krijg je een geboortecertificaat en daarna kun je gaan en staan waar je wilt. De meeste mensen zijn dan ook uiterst voorzichtig met hun rijbewijs. Het is echt iets voor een Nederlandse jongen die nooit gedoe met instanties heeft gehad om daar slordig mee om te gaan.

Binnen in de kale ruimte is het net de Verenigde Naties. Sari’s en tulbanden, hoofddoeken en petten. Dreadlocks, kaal en gedekt over de oren. Lange rokken, blote buiken en tattoos. Plastic zakken en Michael Kors-tassen. De DMV is de grote gelijkmaker. Iedereen komt hier vroeger of later terecht. Maar volgens de beveiliger, een corpulente man die voortdurend melige grappen maakt waar alleen hij om moet lachen, komen er op zaterdag weinig rijke mensen. Zij kunnen zich permitteren om doordeweeks vrij te nemen voor een bezoek op de stillere uren.

Wanneer een groep latino mannen binnenkomt, allemaal met eenzelfde T-shirt met de naam van een tuincentrum erop, fluistert de beveiliger tegen me: „Meestal zijn slechts enkelen van de familie legaal en proberen die voor de rest een rijbewijs te bemachtigen. Ze krijgen het straks nog moeilijk als ze zich moeten legitimeren.” Even later staat hij buiten koffie te drinken. Zijn hand op het pistool op zijn heup.

Een bezoek aan de DMV moet goed worden voorbereid. Iedereen heeft legitimatiebewijzen, certificaten en aan hen geadresseerde brieven bij zich om aan te tonen dat ze op het genoemde adres wonen. Mijn zoon heeft zelfs zijn highschooldiploma bij zich.

Vrijwel iedereen is gespannen. Een meisje dat voor haar theorie-examen is gezakt huilt. „Nu kan ik niet werken”, zegt ze. „En ik heb het geld hard nodig.”

Een aantal mensen komt met een begeleider. Een advocaat loopt met een dikke map onder de arm, waar papieren uitpuilen. Zijn gezicht staat op: imponeren. Vertel mij niks. Een angstige vader met zijn nog angstiger dochter schuifelen achter hem aan.

De DMV heeft gewerkt aan een beter imago, maar de sfeer is nog steeds deprimerend. Niemand wordt aardig behandeld. Omdat iedereen hier komt, rollen over beeldschermen namen van vermiste personen. Een van hen heet Heavenly Cherry. Haar naam blijft door mijn hoofd spoken. Een zwart meisje met vlechtjes, genoemd naar een kersentaart. Ze moet net zestien zijn geworden. De leeftijd om haar rijbewijs te gaan halen.

Reacties naar pdejong@ias.edu