Wonderfeel is een gemoedelijk zomerfeestje met rijk aanbod

Klassiek

Bergschoenen, rugzakken, klapstoelen en Beethoven: klassiekemuziekfestival Wonderfeel is hét zomerfeestje voor natuur- en muziekliefhebbers – en hun (klein)kinderen.

Wonderfeel biedt een combinatie van natuur, klassieke muziek en goed eten en drinken. Foppe Schut

Vriendelijk was de sfeer op het klassiekemuziekfestival Wonderfeel dit jaar, een driedaags muziekfeestje in de natuur van buitenplaats Schaep en Burgh bij ’s Graveland, onder de rook van Amsterdam. En druk, voor Wonderfeel, met vooral hoogopgeleid en wit publiek.

2.600 bezoekers per dag waren er dit weekend, daarmee was de derde editie van Wonderfeel de eerste die volledig uitverkocht was. En dan nog kon het, vaak zelfs, gebeuren dat je zonder één ziel tegen te komen over een bospad van de ene naar de andere tent liep, terwijl onderweg flarden Scarlatti (pianist Marcin Masecki) langs je oor dwarrelden, of een eekhoorntje wegschoot in een boom waaronder net nog dichteres Judith Herzberg (82) inspirerend onverstoorbaar en helder voordroeg uit eigen werk.

Een echt openluchtfestival in Nederland is altijd risicovol en na onweer en ontruiming (2015) en slagregen met tropische hitte (2016) was deze derde editie er na een zonnige vrijdag vooral een van de bui waarvan je wist dat hij zou komen – en die ook kwam. Maar onder de luifel naast het bouillabaisseterrasje was het tussen de schurende regenjassen dan ook gezellig, en op het hoofdveld deed het Bennewitz Quartet er akoestisch gewoon een schepje bovenop.

De vraag is wat je van een festival verwacht. Wonderfeel is, zijn naam rechtdoend, een feel good-feestje voor de happy few, al deed Radio 4 achttien uur live verslag. Je doet er erg leuke muzikale ontdekkingen, maar de openluchtbeleving (een schaterende baby, de puntzak biofriet op schoot, versterking, ruisende blaadjes) staat een pure, geconcentreerde vervoering ook in de weg, terwijl het ontbreken van een fluwelige zaalakoestiek muzikale details soms onbarmhartig blootlegt. Zo wilde het recital van mezzo Christianne Stotijn zaterdag net niet opstijgen, en wist ook het uit het hoofd spelende kamerorkest Pynarello er bij zijn werelddebuut niet helemaal van te overtuigen dat de innemende formule (meer interactie tussen de musici) opweegt tegen de gemiste meerwaarde van een dirigent.

Andere kant van de medaille: op Wonderfeel proef je van een enorm aanbod, en de sfeer kan niet gemoedelijker. Het festival is dit jaar gegroeid tot 100 verschillende concerten, door veelal jonge musici. Daaronder zijn interessante experimenten (sopraan Nora Fischer met Dowland-songs als schurende popballads; mezzo Cora Burggraaf die als de Marina Abramovic van de klassieke muziek luisteraars aan tafel noodt) tot aanstekelijke mainstream, zoals Vivaldi’s Vier jaargetijden door de Nederlandse Bachvereniging met de energiek solerende artistiek leider en violist Shunske Sato, of een ontroerende topuitvoering van Tsjaikovski’s Pianotrio door het Van Baerle Trio.

Wonderfeel signaleerde een behoefte – natuur, klassieke muziek, goed eten en drinken – waarin het voorbeeldig voorzag

Maar de meest memorabele momenten kwamen waar je ze niet verwachtte. Prachtig intiem en authentiek was het programma Cafe des chansons door de Belgische zangeres Charlotte Haesen en strijkkwartet. De mix van strijkers met stem werkt subliem in dit repertoire en Haesen (native speaker) bracht de gekozen liedjes van Ferrer tot Brassens en Barbara met precies de juiste mix onzware ernst en vlinderachtige humor. Imponerend ook: sopraan Laetitia Gerards (1993) die een keurige line-up van aria’s van Strauss tot Gershwin invulde met allesbehalve brave vocale power en charisma, gelanceerd door het al evenzeer fonkelende pianospel van Ramon van Engelenhoven (1995).

Wonderfeel signaleerde een behoefte – natuur, klassieke muziek, goed eten en drinken – waarin het voorbeeldig voorzag. Het leidt geen twijfel dat het festival nog vele succesvolle edities tegemoet gaat.