Zijn Nederlanders echt zo goed in Engels als iedereen denkt?

Talenkennis Nederlanders staan erom bekend dat hun Engels goed is. Maar flaters liggen op de loer als je er geen extra aandacht aan geeft.

We are a nation of undertakers, zei premier Joop den Uyl ooit toen hij de Nederlandse ondernemersgeest wilde aanprijzen. Helaas was zijn vertaling iets te letterlijk. In plaats van Nederlanders aan te prijzen als entrepreneurs, zette hij ons op de kaart als uitvaartverzorgers.

Toch doen we het over het algemeen niet slecht. Vorig jaar stond Nederland op nummer 1 in de EF English Proficiency Index, een jaarlijkse meting van de Engelse kennis in 72 landen waar een andere moedertaal wordt gesproken. Wat vooral veel zegt over onze passieve kennis van het Engels; het onderzoek gaat over luister- en leesvaardigheden.

„Omdat jullie vanaf jonge leeftijd met Engels bezig zijn, begrijpen jullie veel”, beaamt taalcoach Buffi Duberman (48), een geboren Amerikaanse die al jaren Engelse les geeft aan Nederlandse artiesten, politici en zakenlui. „Juist daarom maak je makkelijk de fout het geen extra aandacht te geven. Met pijnlijke flaters als gevolg.”

Bovendien draait een taal beheersen niet alleen om foutloos communiceren, zegt Duberman, die onder meer als coach optrad in programma’s als The Voice of Holland en De beste singer-songwriter van Nederland. Je moet ook een sprankelende presentatie kunnen geven, of met flair onderhandelen.

Leer fouten uit je hoofd

Ilustratie Kamagurka

Bijna een kwart van de Nederlanders in het bedrijfsleven praat of mailt weleens in het Engels met klanten. Hoe voorkom je dan onnodige fouten? Volgens taalkundige Jules Hellendoorn (88) is het simpel: leer de belangrijkste fouten uit je hoofd.

Hellendoorn werkte veertig jaar bij Shell waar hij de Engelstalige rapportages corrigeerde van honderden collega’s. De meest voorkomende fouten verwerkte hij in een boek én ‘de 2.000 onnodige foutenlijst’.

Ondanks zijn hoge leeftijd - „Denk nu alsjeblieft niet: die man staat op instorten” – gaat Hellendoorn na de zomer weer nieuwe workshops geven. „Ik voel me moreel verplicht mijn kennis door te geven aan iedereen die het kan gebruiken.”

Denk aan mensen uit de bankensector, ministeries, universitair docenten en alle Nederlandse bedrijven die met het buitenland te maken hebben. Hellendoorn: „Perfectie is onmogelijk, maar er zijn nog te veel argeloze fouten die je makkelijk kunt voorkomen.”

Zo gaat het bijvoorbeeld vaak mis met Engelse voorzetsels. Neem de simpele vraag als: is dit typisch voor China? Vaak hoor je: Is this typical for China? Nee, zegt Hellendoorn op een onderwijzende toon. „Het moet zijn ‘is this typical of China?’

Het gaat ook vaak fout bij reclameborden. Dan staat er ‘welcome in Rotterdam’ in plaats van ‘welcome to Rotterdam’. Of als je uitkijkt naar iemands reactie, hoor je te zeggen: I look forward to hearing from you, en niet zoals je vaak leest: I look forward to hear from you.

Zijn dit geen acceptabele foutjes? Nee, vindt Hellendoorn, want je geeft toch een verkeerd visitekaartje af. Bovendien is een kostbare fout zo gemaakt. Hij herinnert zich een ondernemer die een groot aantal tenten met extra voering bestelde. In plaats van ‘the tents require extra lining’ had de man ‘the tents should be lined’ gezegd. De consequentie? Er werd een vrachtlading aan gestreepte tenten bezorgd.

Cultuurverschil

Zijn eerste Engelse talk was in 2013 voor duizend man in Hongkong, vertelt Merijn Everaarts (44), directeur van Dopper, bekend van de herbruikbare plastic flesjes. „Ik schaam me niet voor mijn steenkolenengels, want het is goed genoeg om me verstaanbaar te maken. Toch was ik er deze keer onzeker over: gebruik ik de juiste woorden, roept mijn verhaal geen onnodige vragen op?”

Er volgden meer praatjes. Everaarts besloot daarom coach Duberman in te schakelen om aan zijn Engels te werken. „Los van hoe je een verhaal vertelt, leerde ik van Buffi veel over cultuurverschillen. Zo had ik niet verwacht dat Amerikanen dol zijn op statistieken. Daar komen ze vaak achteraf op terug.”

Juist die culturele verschillen zorgen nogal eens voor verwarring, vertelt Duberman. „Meestal leren mensen de regels pas als ze die een keer gebroken hebben.” Zo gaf ze eens een training bij een Nederlands bedrijf dat net door Britten was overgenomen. De werknemers, onder wie veel Nederlanders, kregen daardoor soms mailtjes met als laatste regel ‘please reply at your earliest possible convenience’. Een beleefde Engelse manier om te zeggen: je moet echt zo snel mogelijk reageren. „Maar Nederlandse werknemers, die de Engelse cultuur niet kennen, dachten juist dat ze konden reageren wanneer het ze een keer goed uitkwam. Flinke miscommunicatie”, vertelt Duberman.

Lees ook De professor is niet so good to follow, over de opkomst van het Engels aan Nederlandse universiteiten

Wie zelf een verbeterslag wil maken, doet er goed aan vaak om feedback te vragen, tipt taalkundige Hellendoorn. „Als je twijfelt over een brief, rapport of presentatie, leg die dan voor aan een native speaker.”

Maak een opname en luister die terug, adviseert Duberman. „We zijn gewend in onze comfortzone te blijven en woorden te gebruiken die we kennen. Als je bijvoorbeeld hoort dat je continu ‘nice’ en ‘big’ zegt, gebruik dan eens een keer ‘extraordinary’.”