Column

Waar is de juwelier van het Damrak gebleven?

De grootvader van Theo Kroon was marskramer in Friesland, zijn vader handelde in boerenantiek. Zelf was hij juwelier in Amsterdam geworden, met een winkel aan het Damrak, op nummer 11, bij het Centraal Station. Voor het pand – met een gevel uit 1891 – had hij 165.000 gulden betaald en de zaken liepen goed. Begin jaren zeventig. Het Damrak was een winkelstraat met banketbakkers, parfumerieën, boekhandels. Je ging erheen voor trouwringen of een zilveren geboortebekertje.

Ik sprak Theo – eigenlijk Tjitse – Kroon in oktober 2000, toen ik voor NRC een reportage maakte over de verloedering van het Damrak en de pogingen van de gemeente om die te keren. In zijn etalage lagen tweedehandshorloges, voor duurdere spullen was geen markt meer. Het Damrak was een en al pizzatent en souvenirshop geworden. Hij vertelde me dat hij vier, vijf keer per jaar vastgoedmensen over de vloer kreeg die hem zo 2,5 miljoen gulden voor zijn pand wilden geven, contant. Hij ging er nooit op in. Hij wilde niet dat zijn winkel de zoveelste vreetschuur werd. Hij droomde van een Damrak zoals het was geweest, met flanerende mensen in nette kleren en op zondag een levend orkest in De Roode Leeuw. „Alles is verdwenen toen de huurprijzen werden vrijgegeven”, zei hij. En al zou hij zijn pand toch verkopen, wat moest hij met het geld? De ene helft zou naar de belasting gaan. De andere helft moest hij beleggen. En weinig betere beleggingen dan een pand aan het Damrak in Amsterdam. Honderdduizend passanten per dag, de droom van elke uitbater. Ze hebben trek als ze uit de trein komen. Ze willen een biertje drinken voor ze de Wallen op gaan. Ze zoeken tickets voor de bus naar Volendam.

Hij wilde niet dat zijn winkel de zoveelste vreetschuur werd

Zeventien jaar later zijn de reclameborden verdwenen. De uitbouwsels op het trottoir zijn er ook niet meer. Het Damrak ziet er veel netter uit sinds het deel is van het project Rode Loper. Maar in de negentig panden zitten nog altijd twaalf souvenirwinkels. Er zijn vierentwintig eettentjes die allemaal ongeveer hetzelfde verkopen: pasta, pizza, steak, friet, wafels, crèpes. In de juwelierszaak van Theo Kroon zit nu Bon Appétit. Het marmer van de oude etalage is nog net zichtbaar achter de plastic deuren. Aan de bar wordt Russisch gesproken, de uitbater heet Jusef. Hij heeft geen idee, zegt hij, aan wie hij maandelijks de huur betaalt.

Het Kadaster weet het wel: aan Nedstede, het bedrijf van vastgoedmiljonair Michael van de Kuit. „Vorig jaar is het pand aan ons overgedragen”, zegt de vrouw aan de telefoon. Verder wil ze er niets over kwijt. En waar is Theo Kroon gebleven? Niemand die het me kan vertellen. Ook Google niet.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus